Categorie├źn

Service

Elkaar weer treffen is goede reden museum te openen

Elkaar weer treffen is goede reden museum te openen
Uit

Elkaar weer treffen is goede reden museum te openen

  • Ted Konings
  • 14-05-2022
  • Uit
Elkaar weer treffen is goede reden museum te openen

Ad van Beek: "Drie jaar geleden kwam de eerste container, en we zijn nog lang niet klaar."


SCHIEDAM - Niet één, maar twee musea in Schiedam (her)openen vandaag de deuren. Al zien die deuren er wel heel anders uit.

Die van de majestueuze variant aan de Hoogstraat openen de weg naar het ‘stedelijk’, een ronduit eenvoudige deur biedt toegang tot het Wilton-Fijenoordmuseum.

Ook de entourage vandaag zal anders zijn: ‘toute’ Schiedam dat zich naar het Jacobs Gasthuis zal begeven, terwijl aan de Admiraal de Ruyterstraat met name de mannen met de handen die hebben geleden worden verwacht. 

Zoals die van Ad van Beek. Uit bouwjaar 1961 is hij eigenlijk te jong om de tijden van de gestampte pot volop te hebben meegemaakt. Maar zijn werk in de scheepsreparatie - en de handel - bezorgden hem handen waarop veel is af te lezen. 

Het Wilton-Fijenoordmuseum is de droom van Van Beek, en is er ook alleen maar vanwege zijn inzet. Dat is een beetje hoe hij in elkaar steekt: doe het maar lekker zelf, dan heb je ook aan niemand verantwoording af te leggen. 

Maar zijn inspanningen doet hij niet voor eigen gewin. Zijn hoop is dat het vandaag gezellig druk wordt met medewerkers van de scheepswerf - en mensen die wat ooit de grootste werkgever van Schiedam was in het hart hebben gesloten. Dat het meer een reünie wordt vandaag, dan een opening.

Daarom heeft hij ook geen stress, en trekt hij graag tijd uit voor een goed gesprek. Wat af is, is af, en wat niet, niet. Sowieso zal het een werk zijn van de lange adem, waar nog vele jaren werk aan is. 

Hij gooit de deuren vandaag open voor het ‘feesie’. “De mensen die bij Wilton hebben gewerkt, worden er niet jonger op.” Hij heeft contact met twee oud-medewerkers, van 97 en 103. Hij gunt het ze zo om elkaar nog een keer te treffen, te zien hoe ieder er voor staat en verhalen op te halen. En nou ja, het museum, dat is een leuke aanleiding. En het mooie is: de dochter van Bart Wilton doet de opening.

Er lag ook nooit een groot plan aan ten grondslag. Het ging een beetje toevallig. Maar de ‘hoofdschuldige’ was zeker zijn opa.  Die was hoofd-calculator van de scheepswerf, waar hij werkte tussen 1921 en 1976. Toen hij begon zat Wilton-Fijenoord nog in Delfshaven. “Ergens in 1927 of ’29 is de werf naar Schiedam verhuist.” Maar opa was een echte Rotterdammer, verknocht aan de stad. Hij en Ad konden het goed vinden, er waren altijd verhalen. En Ad kreeg uiteindelijk een boekje waarin opa met een kroontjespen ‘in minuscuul schrift’ zijn calculaties optekende. En zijn contacten.

Opa was er een met hart voor de zaak. Op zijn 61ste mocht hij met pensioen, dat ging hij ook, maar hij keerde terug bij Wilton-Fijenoord. Het bedrijf kon zijn kennis niet missen, en opa vast ook het bedrijf niet. “Er was eens een miscalculatie gemaakt.” In het nadeel van de werf. “Dan belde opa naar Esso om dat te melden en kreeg hij te horen: ‘geen probleem, dat komt wel goed’. Hij kende iedereen en had zo’n ervaring…” 

Opa kreeg het wel aan de stok met de Wilton-directeur, toen bleek dat hij iedere dag voor het werk langsging, waar de drijvende bok nog lag, en sleepboten, om er zaken ‘te regelen’. “Uw werk is hier”, zei meneer Van Dalen - ‘een norse man’.

In ieder geval: de jonge Ad, zoon van een man die bij Philips in Hilversum werkte, stond op zeker moment voor de keus: wat ga ik doen in het leven. “Philips was een prachtig bedrijf - hij had er vast kunnen komen werken, red. - maar het was niet mij ding. Ik had meer met schepen.” Daarin vond hij zijn emplooi, maar bij Wilton kwam hij niet verder dan een stage. 

Toen Opa stierf, had hij aangegeven dat Ad zijn ‘Wilton-spullen’ moest krijgen. Zoals dat in die tijd ging waren er glazen en speldjes en asbakken die de werf liet maken, als relatiegeschenk, als dank-je-wel. “Tegels van de Porceleyne  Fles, wimpels en ook een tonnetje. “Om te draaien tot een klein barretje, met glazen.” Maar verder zonder referentie aan het bedrijf. “Ik wilde het op zeker moment in mootjes hakken, maar toen bleek aan de binnenkant de naam van Wilton-Fijenoord te staan.” Van Beek zette het geheel daarop weer in elkaar.

Door onenigheid in de familie kreeg hij maar enkele van de spullen die opa voor hem had bestemd. En dat pikte Van Beek niet: hij begon met verzamelen, in de hoop de spullen uit zijn herinnering bij elkaar te krijgen. “Via Facebook ging dat best snel. Ik zat daar niet op, maar toen mensen hem tipten dat dat de manier was om mensen te bereiken, zette hij zijn bedoelingen en vragen online. En kwamen de tips en aanbiedingen binnen. Van Beek had er geen moeite mee in de auto te stappen en een paar sleutelhangers op te halen. Van heinde en ver kwamen de spullen.

Tot iemand, min of meer uit een dolletje zei: ‘je moet er een museum van maken’. Het moet een jaar of zes geleden zijn geweest. Daarop ging het balletje bij Van Beek rollen. Uiteindelijk was het Damen, de nieuwe eigenaar van Wilton-Fijenoord, die de doorslag gaf: de portaalkraan op de werf waaide in januari 2018 om. Van Beek kreeg via de sloper die eraan te pas kwam de in de kraan gegoten plaquette met de naam van bouwer Hensen in handen. “De sloper had aangegeven dat het ding zo’n 2,5 bij een meter groot was. Maar dat was natuurlijk vanaf een afstandje gezien. Want het ding bleek 5,5 bij twee meter, en woog maar liefst 2,5 ton.” Met dank aan vriendelijke connecties bij Mammoet - een bedrijf dat Van Beek wel vaker bijstaat, net als Imtrans en Zwagerman - kon het gevaarte toch naar de verzamelaar. “Waar brengt ik ‘m naartoe, vroeg de man van Mammoet.”

John van Gestel, voorzitter van de Wilton Auto Club, bracht uitsluitsel. Het ding kon wel tijdelijk daar worden geparkeerd. En dat vormde een volgende stap in de planontwikkeling bij Van Beek. De autoclub had wel oren naar zijn ideeën - ‘dat zorgt hier natuurlijk ook voor stabiliteit’ - een container met een kottermachine kwam naar de Admiraal de Ruyterstraat, en kreeg van Van Beek de rode Wilton-kleur. Hij kreeg het idee zijn museum in aanbouw in te richten in een aantal van die geschakelde en eventueel gestapelde containers, maar een mobiele unit kwam uiteindelijk ook zijn kant uit en vormt nu de eerste fase van het museum. De afgelopen weken is Van Beek dagelijks in de weer geweest met de inrichting, vaak samen met zijn vrouw. Alle tijd en benodigde financiën brachten zij zelf in. "Ze zeiden dat ik een stichting op moest richten, maar joh, dat is alleen maar gedoe met het vinden van bestuurders." Sponsors zijn ook misbaar, blijkt.

Het wordt voor de bezoekers vandaag een verrassing hoe het museum eruit gaat zien, maar het lijkt verstandig om nu alvast in te prenten dat het in niets gaat lijken op wat je bij een museum verwacht. 

Wordt vervolgd, dankzij Ad van Beek.