Categorieën

Service

Gemeente onderzoekt eigen slavernijverleden

Gemeente onderzoekt eigen slavernijverleden
Nieuws

Gemeente onderzoekt eigen slavernijverleden

  • Redactie
  • 21-06-2023
  • Nieuws
Gemeente onderzoekt eigen slavernijverleden

Op 1 juli start het landelijke Herdenkingsjaar Slavernij; foto: stock


SCHIEDAM - De gemeente Schiedam onderzoekt met twee projecten het eigen slavernijverleden en de impact ervan op de stad.

Op 1 juli start het landelijke Herdenkingsjaar Slavernij. Het is dan 150 jaar geleden dat slavernij in Nederland is afgeschaft. Voor de gemeente is dit aanleiding geweest om twee projecten te starten waarin het eigen slavernijverleden tegen het licht wordt gehouden. Zo wordt door het gemeentearchief onderzoek gedaan naar de familie Pichot, een vooraanstaande Schiedamse familie van stadsbestuurders in de achttiende en negentiende eeuw die een van de grootste plantagehouders in Suriname vormde.

Wethouder Anouschka Biekman: “Als college vinden we diversiteit en inclusie heel belangrijk. We willen dat Schiedam een veilige en welkome stad is voor alle Schiedammers. Door kritisch naar ons verleden te kijken, willen we kennis verzamelen die ons helpt verder te bouwen aan een kleurrijke stad.”

Het tweede project dat in het kader van het herdenkingsjaar start, is bedoeld om de kennis over het Schiedamse slavernijverleden te vergroten en het gesprek daarover te stimuleren. Hiervoor gaat stadsdichter Jarle Lourens in samenwerking met het gemeentearchief van Schiedam op verschillende plekken in de stad workshops organiseren om met deelnemers in te zoomen op het slavernijverleden en op basis daarvan dichtregels te verzamelen. Uiteindelijk moet dat leiden tot een stadsgedicht van 150 regels waaraan Schiedammers, van jong tot oud, hebben meegeschreven.

Biekman: “We gaan met elkaar woorden geven aan dit deel van onze geschiedenis en ik denk dat het heel waardevol is om het gesprek hierover met elkaar te voeren. Uiteindelijk moet het een stadsgedicht opleveren dat als een blijvende herinnering een plek krijgt in onze stad.”