Aandacht is gebed
- Anne Rats
- 01-08-2026
- Uit
Foto's: Lotta Lola Ross
Zomaar op een zomerse avond was de Lutherse Kerk op de hoek van de Oranjestraat en de Lange Nieuwstraat het decor van een performance, een voorstelling, een nachtmis? In de Nachtdiermis speelde Anne Rats - die zichzelf een nachtdier vindt - de eerste viool. Maar ook Aafke Romeijn, Ernest van der Kwast, Diamanda La Berge Dramm en Mirre Valkenburg liet zich horen en zien. Het ging over schoonheid en spel, over 'het leven' en wie je bent.
Omdat het te interessant is om niet met meer mensen te delen dan de enkele tientallen die het bijwoonden, hierbij een reportage in beeld, gemaakt door Lotta Lola Ross. Met de preek van Rats, om zo maar op een zondagochtend een paar weken later nog eens na te denken. Altijd goed en fijn.
"De Franse filosoof, mystica en activist Simone Weil zei: Absolutely unmixed attention is prayer. Volledige, onversneden aandacht is gebed. Niet knielen. Niet smeken. Niet geloven in iets wat je niet kunt zien. Gewoon: volledig aanwezig zijn bij wat er werkelijk is. Dat is gebed. Dat is bevrijding. Dat is wat vanavond hier gebeurt.
Ik heb vanavond een gewaad aan. Een jurk. Een prachtige jurk. Van een vriendin. Die past. Dat klinkt simpel. Maar het is het niet. Want ik heb ook andere jurken gedragen. Jurken die net niet de goede maat waren. Iets te strak op de schouders. Te nauw rond mijn heupen Je trekt zo'n jurk aan en je denkt: misschien went het. Misschien rek ik haar nog uit. Misschien ben ik het die moet veranderen, niet de jurk. Dat is geen jurk. Dat is een systeem. Dat is een relatie. Een rol. Een identiteit die iemand anders voor je heeft uitgekozen. De jurk van mijn vriendin past. Omdat ze herkent wie ik eigenlijk ben. Dat verschil is alles.
Een mooie vrouw die naar haar spiegelbeeld kijkt, zegt Simone Weil, kan gemakkelijk geloven dat zij het is die terugkijkt. Een lelijke vrouw weet dat beeld niet alles is. Ik denk daar veel aan. Niet omdat ik me lelijk voel. Maar omdat ik zo lang heb gedacht dat het beeld in de spiegel de werkelijkheid was. De vrouw die weet wat ze doet. De vrouw die past in het systeem. De vrouw die klein genoeg is om niet te storen. Dat was niet ik. Dat was het spiegelbeeld. Bevrijding is het moment dat je het verschil ziet.
Ik ben vijf jaar geleden begonnen met lopen. Hardloopschoenen aan in plaats van hakken. Kilometer één. Kilometer vijf. Kilometer dertig op een berg in Zwitserland waar niemand me kon vinden die wist wie ik moest zijn. En iedereen zei: je loopt weg.
Maar Mary Oliver, een Amerikaanse dichter, winnaar van de Pulitzer Prize in 1984, gaat ook alleen het bos in. Ze wil niet gezien worden terwijl ze praat met de vogels. Ze heeft haar eigen manier van bidden en als ze alleen is, wordt ze onzichtbaar. En in die onzichtbaarheid kan ze eindelijk horen. Echt horen. Het geluid wat er al die tijd al was. Onverdraaglijk.
Ik heb een gehoorbeschadiging, maar ik hoor perfect op 2700 meter hoogte. Ik hoor perfect na kilometer veertig. Als mijn benen zeggen: stop. Als mijn hoofd leeg is van alles wat ik had moeten doen, had moeten zijn, had moeten weten. Dan is er alleen nog: dit pad. Dit lichaam. Dit moment. Dat is geen vlucht. Dat is aankomst.
En iemand meenemen naar het bos, zegt Mary Oliver, doe je alleen als je echt van iemand houdt. Ik ben het met haar eens. Samen lopen met iemand is intiem op een manier die verder niets vraagt. Vanavond neem ik jullie mee.
Want ik heb jaren gezocht. Naar de juiste jurk. Naar de juiste rol. Naar de juiste versie van mezelf die iedereen tevreden zou stellen. Maar misschien moet ik stoppen met zoeken. Ik geef niet op, maar ik ga leren wachten. Leeg worden. Losgekoppeld, klaar om geraakt te worden door wat er is. Dat is wat de bergen doen. Dat is wat een podium doet. Dat is wat vanavond hier gebeurt.
Simone Weil zei ook: The beauty of the world is almost the only way by which we can allow God to penetrate us. God. Daar is hij weer. Laten we het even over God hebben. Ik geloof niet in God. Of misschien geloof ik alleen in God als ik door de heuvels of de bergen hol. Of als ik op een podium sta en iets zeg wat ik zelf nog niet wist totdat ik het zei. Of als ik mijn dochter zie slapen, helemaal ver weg in haar eigen wereld. Misschien is God het moment dat de wereld zo mooi is dat je even vergeet wie je geacht wordt te zijn. Schoonheid dringt binnen, zegt Weil. Ze heeft gelijk.
Het bos is mooi. De berg is mooi. Een jurk die past is mooi. Dit kerkgebouw, nu, vanavond, vol mensen die hier zijn zonder dat iemand het ze verplicht heeft: dit is mooi.
Geworteld zijn is misschien de belangrijkste en minst erkende behoefte van de menselijke ziel, zegt Weil. Niet vrij zweven. Geworteld zijn.
Bevrijding ziet er niet uit zoals in de films.
Geen deur die dichtslaat.
Geen jurk die je verbrandt.
Geen groot moment.
Het is wortelen.
Het is kilometer na kilometer.
Het is de wereld die niet instort.
Het is een hand aannemen.
Het is een hand die met aandacht vastpakt.
Het is vragen om die hand, de volgende keer, meteen.
Het is wortelen.
Het is wortelen.
Het is wortelen.
En ergens, in dat wortelen, trek je een jurk aan van iemand die je liefhebt.
En je denkt niet: bijna.
Je denkt: dit ben ik.
Dit ben ik.
Dit ben ik.
Dus.
Wie ben jij in die jurk?
Nee.
Wiens jurk draag jij?
En past hij?
Vanavond mag je dat uitzoeken.
Hier. In dit gebouw.
Met vuur en muziek en mensen naast je die hetzelfde zoeken.
Want volledige, onversneden aandacht is gebed.
Geef jezelf vanavond die aandacht.
Laat ons bidden.
Dat is bevrijding.
Dat is de Nachtdiermis.
En als ik nu zeg: "laat ons bidden", dan zeg ik dat zonder ironie. En wie beter om ons gebed te schrijven dan een van mijn lievelingsprofeten Mary Oliver. Speciaal voor vanavond hertaalde ik haar gedicht 'How I go into the woods' (zoek het origineel vooral ook op).
'Hoe ik het bos in ga'
Normaal ga ik alleen naar het bos
Langs de holle weg, zonder wie ook
Want veel mensen zijn lachers en praters
Totaal ongeschikt vaak
Ik wil niet dat je ziet hoe ik praat met de eksters
Of hoe ik een oude eik zachtjes streel
Dat is mijn manier van bidden
Zoals jij ongetwijfeld de jouwe hebt
Daarbij, als ik alleen ben
Dan word ik onzichtbaar
Ik kan bovenop een stuwwal zitten
Zo stil als een opgeschoten distel in een schuttersput
En wachten tot er een zwijn passeert, onbekommerd
Ik kan het bijna onhoorbare geluid horen
Van het fluisteren van de beuken
Dus
Als jij ooit met mij het bos in mag
Moet ik wel heel erg veel van je houden