Die vervaarlijke aanblik; weiger die
- Han van der Horst
- 23-04-2016
- Wonen
Han van der Horst sprak de volgende column uit tijdens het cultuurcafé CCPD1, afgelopen donderdagavond
COLUMN - Het is nu al meer dan dertig jaar geleden dat mijn vader overleed. Op een zondagavond kreeg hij onverwachts een hartstilstand. Dat was wat je noemt 'de pijp aan Maarten geven'. Nu en dan besef ik met schrik, dat ik zelf ouder ben dan hij ooit mocht worden. En elke zondagavond moet ik aan hem denken.
Mijn vader was een zeer methodisch man en zijn leven speelde zich af rond vaste rituelen. Elke zondagavond na het warme eten en de thee stond hij op, haalde zijn oude werkbroek tevoorschijn en drapeerde die zorgvuldig op een van de eethoekstoelen, zodat hij de volgende ochtend vroeg niet zou misgrijpen. Daarna ging hij weer in zijn fauteuil zitten waar hij, om met Willem Elsschot te spreken, een vervaarlijke aanblik bood.
Elke zondagavond verscheen dit beeld rond achten voor mijn geestesoog. De laatste tijd niet meer. Dat komt omdat ik voor etenstijd vaak in café Van der Wal verzeild raak, waar dan een sessie plaatsvindt van Schiedamse grootheden in de muziek. Ik noem dan de Groenoordse nachtegaal, die daar ook achter de bar werkzaam is, of de jammende tegelzetter, echte Schiedammers bekend. Ze zingen covers van onze helden – al dan niet van weleer – en het eerbetoon aan David Bowie staat mij nog helder voor de geest. Zo ontstaat een sfeer van puur plezier, van kwaliteit en van vrolijkheid, die de schim van mijn verbitterde vader uit beeld houdt.
Dit is Schiedam zoals Schiedam bedoeld is. Dit is een stad waar muziek in zit. Ditzelfde gevoel wordt overigens een paar maal per week opgeroepen in De Graauwe Hengst, want dat is écht een open podium voor wie muziek maakt.
“Schiedam maakt” is de nieuwe leuze van de officiële stad. Schiedam is een werkstad. De oude arbeiderscultuur geeft de toon aan. Dus er wordt in ieder geval een hele hoop muziek gemaakt. Het gaat er nu om dat we deze kwaliteit, dit levensgevoel en dit enthousiasme ook overbrengen op andere activiteiten die leven brengen in een stad. Dat ze de lulligheid en de routine wegvegen. Dat het niet wéér gebeurt: dat gaan voor het geijkte, het veilige en voor de hand liggende, bijvoorbeeld als het gaat om het vullen van lege plekken in de binnenstad of het redden van de Hoogstraat, die ik hierbij graag zou willen omdopen tot Hoofdpijnstraat.
Ik heb vast een idee voor het startschot. Op 11 mei gaat in Rotterdam Kassa! in première, ondertitel: een ode aan de Rotterdamse winkelier. Dat is het werk van Onderwater Producties, dat zich specialiseert in zogenaamde lokatieproducties. Ze mijden de Schouwburg, maar zoeken andere plekken, zoals onze eigen Bernard Boode het doet met die Hamlet in het Julianapark.
Voor Kassa is een noodwinkel neergezet waarin de hoofdrolspelers ondanks alle regelgeving een popup-winkel drijven. De vrouwelijke hoofdrolspeelster komt uit een oud Rotterdams winkeliersgeslacht en brengt dat verleden in. In werkelijkheid is dat gebaseerd op herinneringen aan de roemruchte zaken Ter Meulen en Jungerhangs, allebei op de Binnenweg. Zo gaan heden en verleden een huwelijk aan. Zo komen de kansen, de bedreigingen en de belemmeringen voor het voetlicht.
Als ze daar in Rotterdam klaar zijn, dan weet ik in Schiedam wel een paar plekken om die noodwinkel nog eens op te zetten: het Stadserf, het Land van Belofte, het Gat van Bolmers, het Dirkzwagergebied hier vlak achter. Waar een wil is, is een weg. Het enige wat je hoeft te doen, is vorm te geven aan de vreugde in je hart. Je moet gewoon weigeren om in je stoel een vervaarlijke aanblik te bieden.