'Han, ik ga weer een uiterst rrrrechts commentaar schrijven'
- Han van der Horst
- 29-10-2023
- Nieuws
COLUMN - . Er is iets definitief veranderd in Schiedam. We krijgen nooit meer Het Nieuwe Stadsblad in de bus. Dat is met ingang van de vorige week vervangen door het Nieuwsblad Schiedam. Een troost: het lijkt eerder een naamsverandering en een kosmetische behandeling. Het nieuwe-huis-aan-huisblad lijkt erg op het oude. Toch dienen onze harten van weemoed te zijn vervuld.
Ik was net geen vier en een halve maand oud toen – op 6 oktober 1949 – het eerste nummer van Het Nieuwe Stadsblad verscheen. Uitgever en eigenaar was de heer C.J. van der Klink, die daarmee een soort vergunning leek te hebben gekregen om geld te drukken, maar daar leek het de eerste jaren absoluut nog niet op. Van der Klink moest hard sappelen. Het eerste nummer van zijn gratis krant – die om de veertien dagen verscheen – telde vier bladzijdes. Het duurde tot maart 1951 voor mijnheer Van der Klink genoeg advertenties bij elkaar kreeg om een wekelijkse uitgave mogelijk te maken. Het Nieuwe Stadsblad was nog steeds een klein krantje met op zijn hoogst zes bladzijdes maar meestal nog vier. Vanaf dat moment ging het langzaam vooruit. In 1959 bracht Van der Klink het Stadsblad onder bij een combinatie van huis-aan-huisbladen uit Delft, Maassluis, Vlaardingen en het Westland. Als naam kozen de deelnemende partijen een in die dagen voor het eerst gehoorde: Randstad. Sindsdien was het Nieuwe Stadsblad een Randstad editie, die op woensdag en vrijdag uitkwam. Vanaf dat moment begon het aantal advertentiepagina´s te groeien. Dat had te maken met de snel toenemende welvaart.
Aan internet dachten zelfs sciencefictionschrijvers niet. Reclame op radio en televisie was verboden. Een middenstander die contact zocht met klanten had maar twee mogelijkheden: hij kon een folder laten verspreiden of een advertentie plaatsen. In de jaren vijftig en zestig hadden zes kranten speciale pagina´s voor Schiedam: het Rotterdams Nieuwsblad, het Vrije Volk, De Schiedammer/het Rotterdamsch Parool, de Rotterdammer en het Nieuwe Dagblad. Meneer Van der Klinks verkoopargument luidde aldus: "Mijn krant is gratis en komt gegarandeerd bij alle Schiedamse huishoudens op de mat. Je hoeft niet voor duur geld in zes kranten advertenties te kopen als je voor mij kiest."
Wie stukjes schreef in het Nieuwe Stadsblad werd aanvankelijk door journalisten niet als collega beschouwd maar als beunhaas. Ze protesteerden als iemand van het Nieuwe Stadsblad op een persconferentie werd toegelaten. Een vereniging die de gratis krant te woord stond, kreeg geen welwillende behandeling meer van wie zich als een echte journalist beschouwde. Dat is in de loop van de jaren zestig allemaal veranderd. De huis-aan-huisbladen werden groot, dik en rijk. Mijnheer Van der Klink kreeg concurrentie van De Havenloods uit Rotterdam. Dat deerde hem niet. Hij werd rijk en ging na zijn afscheid in Frankrijk wonen.
Nu Het Nieuwe Stadsblad zoveel geld opleverde, was er ruimte voor meer nieuws, dat geschreven werd door een eigen redactie. Op den duur bestond die uit twee personen met daarnaast een aantal medewerkers. Een beroemd en berucht redacteur van het Nieuwe Stadsblad was Ruud van Houwelingen, die eerst zijn sporen had verdiend bij het Dagblad van het Oosten in Almelo en de Rotterdammer. Hij was iemand met duidelijke opvattingen en daarnaast, maar ook in verband daarmee, een groot innemer. Op door hem uit hoofde van zijn beroep bezochte begrafenissen sprak hij na het condoleren steevast de legendarische woorden: ¨Laat ons handelen in de geest van de overledene¨. Vervolgens leidde hij de rouwenden naar het café waar men dan over het algemeen tot sluitingstijd bijeen bleef. Schiedam kende Ruud als een verstokt vrijgezel en de hele stad wist wat er achter die verstoktheid zat maar daar waagde niemand over te spreken, Ruud zelf zeker niet. Er was nog een door ieder gekend geheim: dat hij de staatsloterij had gewonnen en daarom een appartement kon kopen op de Julianalaan.
Regelmatig kwam ik Ruud tegen terwijl hij handenwrijvend aan de leestafel van Het Vierkantje zat. ¨Han, ik ga een uiterst rrrrechts commentaar schrijven!¨, riep hij dan uit. Als het volgende Stadsblad verscheen, viel het allemaal mee want Ruud deed zich alleen maar onredelijk voor. In werkelijkheid had hij een behulpzame instelling, maar dat zou hij niet graag toegeven. Plaatselijke politici waren bang voor hem. Ze dachten dat Ruud hen met een enkel stukje kon maken of breken. Ruud was wel de laatste om ze op andere gedachten te brengen, de braverd.
Niet altijd betoonde deze legendarische journalist even grote dienstijver. Dan stuurde hij de binnengekomen post ongecorrigeerd naar de zetterij en kon het voorkomen dat een stukje in de krant begon met: ¨Geachte redactie, wilt U zo vriendelijk zijn dit op te nemen¨.
Mijn moeder spelde ¨Het Stadsblaadje¨ vanaf het eerste nummer. Zij zocht naar aanbiedingen tussen de advertenties. Ook las zij uit een soort nieuwsgierigheid de Vissertjes. Dat waren heel kleine rubrieksadvertenties van enkele regels vol afkortingen, die je voor een paar gulden kon laten plaatsen. Die Vissertjes waren de Marktplaats van Schiedam. In elk nummer stonden er tientallen tot meer dan honderd. Daarom vormden zij een belangrijke bron van inkomsten voor meneer Van der Klink. Ook las mijn moeder de stukjes van Mieke. Mieke, dat was mevrouw Woerdenbach-Sens die een soort lange columns in het Nieuwe Stadsblad schreef over van alles en nog wat. Ze had twee rubrieken: 'Huishoudelijke Overpeinzingen' en 'Harga filosofietjes'. Over het algemeen stonden die op zeer gespannen voet met de Nederlandse grammatica maar dat deed aan de populariteit niets af. Behalve bij de hippe jeugd van haar dagen want aan langharig tuig en vrije seks had zij een broertje dood.
In Schiedam is Ruud van Houwelingen niet gebleven. Hij liet zich overplaatsen naar Groot-Vlaardingen en bouwde daar een vergelijkbare reputatie op.
Zijn einde was tragisch. Honderden mensen bezochten de feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van zijn pensionering. Toen hij geen krant meer tot zijn beschikking had, zag niemand Ruud nog staan. Hij had altijd zijn lichaam verwaarloosd. De slijtage van de oude dag kwam snel en hij is in eenzaamheid overleden.
Het Nieuwe Stadsblad bleef ondertusssen groeien en bloeien. Op een gegeven moment werd zelfs het formaat verdubbeld tot dat van toenmalige kranten. En het was helemaal niet vreemd als een nummer 32 of 48 pagina´s telde.
Het ging verkeerd toen het internet de huishoudens van de Schiedammers bereikte. Dat maakte huis-aan-huisbladen voor veel adverteerders overbodig. U herinnert zich nog wel dat je vroeger behalve het Stadsblad ook de Havenloods in de bus kreeg, Uw Thuiskrant en zelfs een tijdje De Echo. Dat is allemaal afgelopen. Het Nieuwsblad Schiedam waarvan we nu het eerste nummer gezien hebben, heeft weer het oorspronkelijke formaat van Het Nieuwe Stadsblad. En het aantal pagina´s komt niet gauw boven de twintig. De website is even belangrijk als de gedrukte krant. Toch: het is een knappe prestatie om in deze tijd huis-aan-huisbladen met succes te exploiteren.
Laat ze maar schuiven, die jongens en meisjes van het Nieuwsblad Schiedam
Het eerste nummer van Het Nieuwe Stadsblad is hier te zien.