Mooie oude teringstad die steeds weer opstaat
- Han van der Horst
- 05-06-2016
- Wonen
Dat bleek ook uit de aard van het publiek op de openingsbijeenkomst. Er was een stevige vertegenwoordiging van de vaste fans, maar er liepen ook tal van Schiedammers die anders aan het monumentale gebouw op de Hoogstraat voorbijlopen. Deirde Carasso, de pas aangetreden directeur van het museum, mocht tevreden zijn. Het behoort tot haar prioriteiten om een hechte band te smeden tussen het Stedelijk en de Schiedammers, zodat er geen reservaat ontstaat waar alleen liefhebbers van moderne kunst zich op hun gemak voelen. En dat alles zonder af te doen aan de hoge kwaliteitsstandaarden, die het museum sinds de fameuze grondleggers Daan Schwagermann en Pierre Jansen kenmerken.
Om die reden, kondigde mevrouw Carasso aan, verplaatst zij ook elke vrijdag haar bureau van het kantoor naar een tentoonstellingszaal, zodat zij voor iedereen aanspreekbaar is. Deze spirit is tevens merkbaar op de tentoonstelling van het werk van de fotograaf Rob Collette, die in de jaren zestig het toen zo snel veranderende Schiedam fotografeerde. Er zijn gigantische afdrukken gemaakt van de negatieven en ik ontmoette een meneer die op een foto van het Willemshofje zijn vrouw herkende. De bezoekers worden nadrukkelijk uitgenodigd om op gereedliggende kaarten, hun herinneringen aan die tijd op te schrijven. Die worden dan aan de tentoonstelling toegevoegd. Zo wordt het museum niet alleen een instelling voor de Schiedammers, maar ook van de Schiedammers.
Behalve werk van Rob Collette toont het museum ook foto’s van Daan van Golden, de enige echt wereldberoemde kunstenaar die Schiedam kent, nu tachtig en broos. En van Jan Hoek. Ik raakte daar behoorlijk van onder de indruk, hoe verschillend de beide kunstenaars ook zijn. Daan van Golden is een begenadigd fotograaf, zo blijkt uit het tentoongestelde werk, dat voor een deel in India geschoten is.
Heel bijzonder is het werk van Jan Hoek, dat de scherpte des levens zichtbaar maakt, juist omdat hij mensen niet met de camera bespiedt maar laat poseren in een fotostudio waar ze zelf mogen bepalen hoe en met welke decorstukken ze op de foto gaan. Zo wordt het contrast zichtbaar tussen wat mensen zijn en wat ze zouden willen zijn. Hoek accentueert dat met handgeschreven commentaren die iets vertellen over de achtergrond van zijn modellen. Dat zijn dan bijvoorbeeld ex-junks of Masai, die het leven als nomade hebben verruild voor dat in de grote stad. Als die foto’s van iets getuigen, dan is het van naastenliefde, zoals we dat vroeger in de kerk gepreekt kregen.
En dan klim je de trap op en zie je ineens die kerk in volle glorie. Ooit moet Rob Collette tegenover de werf Wilton-Fijenoord naar de bovenste verdieping zijn gegaan van de Wilhelmina(toren)flat. Daar fotografeerde hij het westen. We zien de B.K.-laan door de wijk slingeren (wist u dat die slingerde, het is toch echt zo, een beetje althans). In volle glorie prijken daar de gereformeerde Julianakerk en de massale Frankelandsekerk van de katholieken, die ooit tegenover de Oranjebrug stond. Ze moesten kort daarna allebei plaatsmaken voor fantasieloze appartementencomplexen. Nu bedenk ik me ineens, als je die B.K.-laan vandaag de dag afloopt richting centrum, dan zie je iets na het Rubensplein een grote fabrieksschoorsteen boven de huizen uitsteken. Waar zou die schoorsteen van zijn? Ik vraag het me iedere keer weer af.
Schiedam, mooie oude teringstad, die steeds weer opstaat. Wat een fantastische tentoonstelling. Je bent gek als je die laat lopen.