Categorieën

Service

Ook zoetwatersalamanders welkom...

Ook zoetwatersalamanders welkom...
Wonen

Ook zoetwatersalamanders welkom...

Ook zoetwatersalamanders welkom...

COLUMN - De buurt tussen de Van Haarenlaan, de Nieuwe Damlaan, de metro en het Schravenlant Lyceum had nooit een naam, tot een of andere ambtenaar begon te praten over 'de Staatsliedenbuurt'. De straten zijn er namelijk genoemd naar politici van heel vroeger zoals Donker Curtius en Schimmelpenninck. Er is zelfs een Johan de Wittsingel langs de dijk waarop de metro´s rijden. 

Ik was er bij, toen de flats daar werden gebouwd. Wij woonden op de Van Limburg Stirumstraat. Vanuit het achterraam hadden wij uitzicht op landerijen en een eenzame boerderij. Een enkele keer kwam het voor dat een verdwaalde koe onze straat in kwam. Waar nu de vijver is zo ongeveer liep een landweggetje, de Oude Dijk die een eind verderop het spoor kruiste. Daar vond men het Schiedamse woonwagenkamp met er tegenover een speciaal schooltje voor de kinderen van de reizigers. De boerderij werd met de grond gelijk gemaakt. Van het oude weggetje bleef geen spoor over. Ook het woonwagenkamp moest het veld ruimen. Dat werd verplaatst naar de verste uithoek die Schiedam kon vinden: de Schiekade vlak bij Overschie. Daar is het nog te vinden.

We waren vagelijk jaloers op de flats die langs de Van Haarenlaan verrezen. Zij waren namelijk 'vrije vestiging'. Het kwam voor dat mijn moeder met vrouwen uit de buurt praatte van wie ze later zei, dat ze pestverbeelding hadden. Die zeiden dan iedere keer bijvoorbeeld: ¨Mijn zoon heb drie man onder zich. Hij is particulier. En hij woont in de vrije vestiging.¨ Voor jonge lezers vergt dit uitleg. Nederlanders met een gewone baan, arbeiders, vaklieden, lager kantoorpersoneel, waren verplicht lid van het ziekenfonds. Zij mochten zich daarnaast inschrijven voor een woningwetwoning met een betaalbare huur. Daar moest je dan wel net als tegenwoordig jaren en nog eens jaren op wachten. Wie meer verdiende dan een door de regering vastgesteld bedrag, diende zich particulier te verzekeren. Voor een huis waren zij aangewezen op de zogenaamde vrije vestiging. Zij waren onderworpen aan de krachten van de markt. Voor die flats op de Van Haarenlaan hoefde je niet bij de gemeente op een wachtlijst. Die kon je zo betrekken als er eentje vrij kwam en je de huur kon opbrengen. Het merendeel van de bevolking viel daarbuiten. Die vrouw wilde mijn moeder laten weten dat haar zoon er warmpjes bij zat. Ze was een ergerlijke opschepster. Vandaar dat mijn moeder het over pestverbeelding had.

Aan het begin van de nieuwbouwwijk en het paradijs van de vrije vestiging was een rijtje winkels geopend voor de dagelijkse boodschappen. Die zijn er nog steeds, maar de bakker, de slager, de kruidenier, de drogist, die zijn verdwenen. 

Er werden in het buurtje ook woningwetflats gebouwd. Het was mooi als je daar een appartement kreeg toegewezen. Je woonde dan om zo te zeggen onder de rook van de vrije vestiging. De Schiedammers van de jaren vijftig en zestig waren erg standbewust. Ze wisten van elkaar precies of ze een beetje hoger of juist een beetje lager stonden op de maatschappelijke ranglijst. Dat kon heel nauw luisteren. Zo voelden wij ons op de Van Limburg Stirumstraat beter dan de bewoners van de Van Hogendorpstraat, waar naar ons idee veel ordinaire mensen woonden. 

De ambtenaren gaven een sjieke naam aan het buurtje: Staatsliedenbuurt. Maar ze deden dat omdat ze een gemakkelijke naam nodig hadden voor een paar probleemstraten. De flats uit de jaren vijftig en begin zestig waren inmiddels gehorig en tochtig geworden. De bewoners betalen zich blauw aan het gas als ze het achter hun enkele beglazing een beetje warm willen hebben. Het vocht dringt overal door. Er zit schimmel op de muren. De journalist Sander Schimmelpenninck maakte een jaar of wat geleden een schrijnende TV-reportage over de armoede en de ellende op de naar zijn voorvader genoemde Schimmelpenninckstraat.

En nu worden afbraak en nieuwbouw minstens een half jaar uitgesteld. Er wonen niet alleen mensen in de Staatsliedenbuurt maar ook mussen en vleermuizen. Die mogen niet zomaar dakloos gemaakt worden, zoals wel gebeurt met mensen die in financiële moeilijkheden raken. Zij worden niet als zelfredzaam beschouwd, die stomme dieren. Voordeeltje voor de antikraakbewoners in de al ontruimde flatjes. Zij krijgen een beetje respijt. Aan de andere kant is het toch leuk dat ook vleermuizen en mussen graag wonen in de reuk van de vrije vestiging, althans die van vroeger, toen het er nog een heel klein beetje deftig was. En zij zijn niet de enigen: het schijnt dat ook egels en kleine zoetwatersalamanders het er naar hun zin hebben. Dat moet ook als de nieuwbouw er staat, zo blijven. De wet is streng. 

Het zal wel na 2030 zijn dat de eerste bewoners van de nieuwe woningen in de Staatsliedenbuurt hun sleutel krijgen.