Rechter: vliegveld heeft wel natuurvergunning nodig
- Redactie
- 16-04-2026
- Nieuws
SCHIEDAM - Voor de exploitatie van de Rotterdamse luchthaven is een natuurvergunning nodig. Hetzelfde geldt voor het vliegveld in Eindhoven.
Dat oordeelde de rechtbank vandaag in uitspraak gedaan in zaken die verschillende natuurorganisaties, waaronder de BTV Rotterdam, aanspanden tegen besluiten van de minister over Rotterdam The Hague Airport en Eindhoven Airport.
In 2020 dienden beide luchthavens bij de minister een aanvraag in voor een natuurvergunning. Toen de vergunning niet werd verleend, verzochten organisaties als de BTV Rotterdam, Natuurmonumenten, Mobilisation for the Environment (MOB) en de Brabantse Milieufederatie in 2022 om handhavend optreden. De minister stelde zich in 2024 op het standpunt dat geen vergunning nodig was, omdat de luchthavens zouden vallen onder bestaande toestemming. Tegelijkertijd stelde zij maatwerkvoorschriften vast met onder andere een bovengrens voor stikstofuitstoot.
De rechtbank stelt vast dat de luchthavens gezien hun groei en uitbreiding niet langer onder één en hetzelfde project vallen. Daarom kunnen eerder verleende toestemmingen niet dienen als basis voor hun huidige activiteiten. Nieuwe natuurvergunningen zijn nodig. Daarnaast vernietigt de rechtbank de maatwerkvoorschriften, omdat de minister daartoe niet bevoegd was zolang een vergunningstelsel van toepassing is.
Volgens de rechtbank heeft de minister bij de afwijzing van handhavingsverzoeken van natuurorganisaties de betrokken belangen onvoldoende afgewogen. De rechtbank wijst op het grote tijdsverloop sinds de aanvragen en het ontbreken van definitieve vergunningen. De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur moet daarom binnen acht weken opnieuw beslissen over wel of niet handhavend optreden tegen de luchthavens, en over verzoeken tot intrekking van oudere natuurtoestemmingen.
De uitspraak betekent dat de overheid opnieuw moet beoordelen of de luchthavens tijdelijk beperkt moeten worden in hun activiteiten, zolang geen natuurvergunning is verleend. Ook moet bij nieuwe vergunningaanvragen een volledige beoordeling plaatsvinden van de gevolgen voor de natuur, inclusief een zogenoemde additionaliteitstoets.
BTV-voorzitter Alfred Blokhuizen reageert enigszins bedroefd op de uitspraak van de bestuursrechter. "Iedereen zag deze uitspraak al van verre aankomen, ook de overheid zelf. Het is heel naar voor elke burger van ons land dat we de overheid steeds voor de rechter moeten dagen om het recht aan onze kant te krijgen. De overheid is er voor ons allemaal en niet alleen voor een bedrijfstak." Tegelijk noemt Blokhuizen de uitspraak 'goed nieuws voor mens en natuur'. "Die belangen moeten wel worden meegenomen. Dat was nu helemaal niet het geval!"