Stel je eens voor
- Arianne
- 02-05-2026
- Gezond
Sagrada Familia
COLUMN - ‘Wie ben je?’ In een eerste ontmoeting wordt deze vraag naast het noemen van een naam vaak afgedaan met een beroep of een afgeronde studie.
Nu ik mezelf op dit medium aan u mag introduceren – stukje bij beetje – dan moeten we terug naar de basis: het jonge meisje dat niet zomaar aanwezig was, maar haar plek luidruchtig opeiste.
Geboren in een gezin van vier kinderen was ik het tweede kind en tevens de tweede dochter. Zo ging ik op zoek naar mijn unieke rol tussen mijn leergierige oudste zus, mijn enige broer (die riep ‘het enige broertje dat ik heb ben ik zelf’) en mijn jongste zus ‘de laatste de liefste’ onder mij.
Op de basisschool zag mijn juf van klas 4 mijn rol heel helder: ze zette me aan de drukke ‘jongenstafel’. Ze wist dat ik ze wel aankon. Terwijl de jongens deden wat jongens doen, reguleerde ik de aandachtsstroom van stoer en bekvechtend met elkaar, naar weer braaf luisterend naar de juf.
Mijn schoolcarrière was verre van een zegetocht. Ik had een hekel aan leren maar hield van het schoolleven. Na twee keer blijven zitten was het advies van de decaan op Spieringshoek heel helder: "Arianne is meer een kind om met haar handen en creativiteit te gaan werken." Die woorden bleven hangen.
Ik was geen kuddedier. Ik hoorde niet bij een specifieke groep, maar ik was gelukkig. Gelukkig met de door mijn moeder handgemaakte paarse jas. Gelukkig met mijn twee vriendinnen. Gelukkig in mijn rebels protest tegen het ‘normaal’: omdat ik mijn buitenbeugel te saai vond, hing ik er simpelweg oorbellen aan.
Ik noem mezelf graag een autodidact. Geen jarenlange studies aan de universiteit, maar het leven als leerschool. Op mijn achttiende werd ik moeder, en terwijl de wereld om me heen doordraaide, sprokkelde ik in zes jaar tijd nog wel mijn Havo-certificaten bij elkaar. Ja, zelfs wiskunde rondde ik af met een zes. Een prestatie waar ik trots op zou moeten zijn, maar daar in die periode werd ook de kiem gezaaid voor onzekerheid: ik heb niet gestudeerd. Daar begon wat we tegenwoordig zo chic het 'impostersyndroom' noemen.
Vandaag de dag functioneer ik prima. Heb in een aantal banen waaronder mijn droombaan als koster/ beheerder van kerkgebouw De Ark zoveel voldoening en waardering gekregen. Nu werk ik voor de politie met een projectleider die me de ruimte geeft, ik zit in de stuurgroep en mag mijn initiatieven breed uitzetten. En toch... toch is er die onzichtbare dreiging. Die innerlijke stem die fluistert dat ik door de mand zal vallen. Dat die 'tekortkoming' van vroeger me ooit zal inhalen. Ik heb niet gestudeerd. Wat ben ik dan? Het zorgt ervoor dat ik mezelf harder bewijs dan nodig is – vooral naar mezelf.
“Wie zit nu op een stuk schrijven van mij te wachten?” fluisteren de negatieve gedachten in mijn hoofd. "Mensen hebben toch wel wat beters te doen?"
Maar dan herinner ik me dat brutale kind aan de jongenstafel. Het meisje met de oorbellen aan de buitenbeugel.
Ik stel me voor.
Stukje voor stukje. Niet omdat ik het allemaal weet, maar omdat ik heb geleerd dat je geen diploma nodig hebt om de wereld iets meer kleur te geven.
Arianne