Buitenschoolse opvang: nog veel werk om maandag klaar te zijn

15-04-2021 Onderwijs Redactie


SCHIEDAM – Er moet nog het nodige werk worden verstouwd bij de instellingen voor buitenschoolse opvang om daadwerkelijk aanstaande maandag weer alle kinderen die willen te kunnen verwelkomen.

Vier maanden waren deze zogenaamde bso’s alleen open voor de kinderen van ouders die een essentieel beroep uitoefenen of kinderen die sterk gebaat zijn bij opvang om medische of sociale redenen. Eergisteren kondigde premier Mark Rutte aan dat de opvanginstellingen volgende week hun deuren weer zullen openen voor ieder.

Een van de vragen die nog beantwoord moet worden, om niet te zeggen ‘opgelost’ is die van de ‘bubbels’ waarin kinderen zo veel mogelijk verblijven, legt Yde Dragstra van Komkids in Schiedam uit. Het voornemen van de overheid is om op de buitenschoolse opvang net zo te gaan werken als op de scholen, die al weer twee maanden open zijn. “Maar dat kan helemaal niet”, aldus Dragstra. “Een klas op school vormt een eigen bubbel. Maar wie hebben hier groepen die uit kinderen uit meer klassen bestaan.”

Die groepen handhaven zou betekenen dat besmettingen toch nog van de ene klas naar de andere over zouden kunnen gaan, hetgeen natuurlijk niet de bedoeling is. Dat was volgens Dragstra een van de redenen waarom de bso’s tot dusver voor de meeste kinderen gesloten bleven. Hoe hiermee om te gaan moet nu door Komkids en andere instellingen worden uitgezocht en zal nog het nodige nadenkwerk vergen. Ook de GGD is daarbij betrokken, aldus Dragstra.

Uiteraard is het voor kinderen en ook voor de volwassenen wenselijk dat de regels op school en op de bso dezelfde zijn, of in ieder geval op elkaar zijn afgestemd. In ieder geval gaan maandag binnen de kinderopvanginstellingen dezelfde regels gelden waar het gaat om afstand houden en contact vermijden. Dus: anderhalve meter tussen de pedagogisch medewerkers, geen toegang voor ouders of derden op de bso en bij het vaststellen van een besmetting volgt quarantaine van de groep. Een kind met klachten (loopneus, verkoudheid, niezen en keelpijn) blijft thuis. Als die klachten zo serieus zijn dat er sprake is van koorts of benauwdheid worden ook broertjes en zusjes op de opvang geweerd. De bso adviseert dan om het kind een Coronatest te laten ondergaan. Willen ouders dit niet, dan moet het kind wegblijven van de opvang, tot het 24 uur volledige klachtenvrij is. Een zogenaamde zelftest wordt niet gezien als test ter controle op Corona.

Deze gang van zaken zal Komkids nadrukkelijk met de ouders gaan delen, zo stelt Dragstra.

Komkids heeft een Corona-regieteam in het leven geroepen om de gang van zaken te begeleiden. Want er is maatwerk nodig, aldus Dragstra. “We gaan dat per locatie doen, en niet per kind.” Zo ziet hij openstelling van de bso bij het zwembad of op de volkstuin als ongewenst. Op deze zogenaamde ‘thema bso’s’ komen kinderen van allerlei scholen; hier zou de bubbel dus echt niet in stand zijn te houden. “Deze thema bso’s blijven in ieder geval tot en met de meivakantie dicht”, aldus Dragstra. Andere voorbeelden van deze kinderopvanginstellingen die vallen onder Komkids zijn de Beestenboel en de bso’s op de sportparken Harga en Willem Alexander. “Het was sowieso wellicht handiger geweest om de bso’s pas na de meivakantie open te stellen, in plaats van ons nu op een heel korte termijn voor het blok te stellen”, aldus Dragstra. De meivakantie van twee weken begint op de meeste Schiedamse scholen op 26 april.

De verschillende wijzen van aanpak op de verschillende bso's gaan volgens Dragstra hoge eisen stellen aan de communicatie met de ouders de komende dagen. Daar komt bij dat ook het 'enorme protocol' van de rijksoverheid (zie hieronder) de mogelijkheid biedt tot afwijkende uitleg van hoe het zou moeten gaan. "Ook voor medewerkers en ouders een enorme uitdaging om helder om te gaan met de regels."

PS. Bij eerste plaatsing van dit artikel is het protocol om technische redenen niet te zien geweest. Daarom het gehele protocol nu hieronder.


Protocol kinderopvang & COVID-19 versie 14-4-2021




Inhoudsopgave

Algemene maatregelen .................................................................................................................2

Maatregelen voor kinderen .......................................................................................................... 3

Maatregelen voor ouders ............................................................................................................. 6

Maatregelen voor medewerkers/gastouders ................................................................................ 7







Inleiding:

Dit protocol is opgesteld door de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Branchevereniging

Maatschappelijke Kinderopvang, BOinK in samenspraak met SZW en in afstemming met Voor

Werkende Ouders en FNV Het protocol dient als handreiking voor de kinderopvangsector bij het

werken in tijden van COVID-19 en vormt een vertaling van de richtlijnen van het RIVM naar de

specifieke situatie van de kinderopvang.




Het RIVM heeft een Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) | RIVM opgesteld waarin de maatregelen van de Rijksoverheid en de adviezen van het OMT en het RIVM voor kinderopvang en onderwijs om de verspreiding van COVID-19 zoveel mogelijk te voorkomen worden gebundeld.

In dit protocol Kinderopvang zijn de maatregelen opgenomen zoals die gelden voor de kinderopvang, de adviezen uit het Generiek Kader zijn in dit protocol verwerkt.

Een houder maakt op basis van dit protocol per locatie een specifieke uitwerking, waarin zij de concrete maatregelen en acties voor de locaties beschrijven. Houders communiceren de maatregelen en acties naar ouders, medewerkers en waar mogelijk naar kinderen en bespreken deze waar vereist met de oudercommissie en personeelsvertegenwoordiging. Ook de aanpassingen worden gecommuniceerd.

Voor de BSO stelt de houder naast een locatie specifieke uitwerking van dit protocol ook een locatie-specifiek plan op waarin hij beschrijft welke aanvullende maatregelen op de BSO worden getroffen om het mixen tussen verschillende kinderen en medewerkers in de BSO zoveel mogelijk inperken.

Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het stappenplan in de handreiking zoals opgesteld door de branchepartijen uit de kinderopvang.

Het protocol kinderopvang & COVID-19 is geen wet of formele regeling. Wel zijn er maatregelen in dit protocol opgenomen die (ook) een juridische grondslag hebben, bijvoorbeeld in de Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19 (deze maatregelen zijn vetgedrukt in het protocol), of die raken aan het Veiligheids- en gezondheidsbeleid uit de Wet kinderopvang.

 
Het is de kinderopvangondernemer (houder of gastouder) zelf die in samenspraak met de ouders (oudercommissie) en medewerkers (personeelsvertegenwoordiging) beslist hoe maatregelen op een locatie worden geïmplementeerd. Vanuit de Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19 hebben houders een zorgplicht om op de kinderopvangvoorziening zodanige maatregelen te nemen dat de aanwezige personen de veilige afstand kunnen houden en zich geen groepen vormen op het buitenterrein.

In de kinderopvang gelden de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Wet kinderopvang. Vanuit GGD GHOR NL is er een werkwijze opgesteld met adviezen voor GGD’en over hoe te handelen bij overmachtssituaties als gevolg van corona, waarbij de houder of gastouder verantwoordelijk is voor het bieden van verantwoorde kinderopvang in een veilige en gezonde omgeving.

Het arbobeleid in een bedrijf of instelling staat of valt met een goede Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) door het bedrijf. Onderdeel hiervan is het opstellen van een aanpak om risico’s te voorkomen, vermijden of de gevolgen te beperken. Omdat alle bedrijven en instellingen met werknemers conform de Arbowet een RI&E hebben, dient een houder voorafgaand aan voortzetting of hervatting van werkzaamheden het protocol om te zetten en waar nodig te concretiseren in zijn RI&E. Iedere kinderopvangorganisatie dient een preventiemedewerker aan te stellen. Deze werkt actief aan het bevorderen van de veiligheid en gezondheid binnen de organisatie. Voor meer informatie zie Preventiemedewerker - RI&E.

Dit protocol kan worden aangepast naar aanleiding van ervaring uit de praktijk of wijzigingen in de richtlijnen van het RIVM. De Rijksoverheid communiceert over dit protocol via www.rijksoverheid.nl en www.veranderingenkinderopvang.nl.




Algemene maatregelen:

De kinderdagopvang (KDV 0-4 jaar) is met ingang van 8 februari 2021 weer volledig geopend. De Buitenschoolse Opvang (BSO) is met ingang van 19 april 2021 weer volledig geopend. De gastouderopvang is net als de kinderdagopvang volledig open, dus voor de opvang van kinderen van 0-13 jaar. Gastouders mogen ook naschoolse opvang bieden, omdat deze opvang in kleine groepen plaatsvindt en vaak aan kinderen uit dezelfde gezinnen. Hierdoor zijn het aantal contacten beperkt.

De laatste versie van de adviezen van het RIVM zoals opgenomen in het Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) | RIVM is het uitgangspunt van alle maatregelen, aangepast voor de kinderopvangsector. De volgende algemene maatregelen zijn van kracht en nemen kinderopvangorganisaties in acht:


1. Afstand houden.

 Tussen kinderen onderling hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard te worden.

 Tussen personeelsleden/gastouders en kinderen hoeft geen 1,5 meter afstand bewaard worden.

 Tussen personeelsleden onderling moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden, bewaar ook in de gemeenschappelijke ruimtes (pauzeruimte, gangen, toiletten) 1,5 meter afstand.

 Tussen personeelsleden/gastouders en ouders moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden. Ouders komen niet binnen, tenzij strikt noodzakelijk. Als ze binnenkomen, dragen ze een mondneusmasker.

 Houd je bij de school tijdens het halen van de BSO-kinderen aan de maatregelen die de school heeft getroffen.


2. Hygiënevoorschriften.

Onderstaande punten zijn een aanvulling op de standaard hygiënemaatregelen in de kinderopvang en op scholen. Zie ook de Hygiënerichtlijn voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang | RIVM.

Zorg dat zowel medewerkers als kinderen een goede handhygiëne kunnen aanhouden. Zorg voor water en zeep. Faciliteer het handen wassen in ieder geval: bij aankomst op opvang of school, na het buiten spelen, voor het (klaarmaken van) eten, na toiletbezoek, na contact met dieren en bij vieze of plakkerige handen. Een alternatief voor handen wassen met water en zeep kunnen reinigingsdoekjes voor de handen zijn. Zie ook Hygiëne en COVID-19 | RIVM.

Communiceer over de hygiënemaatregelen en laat iedereen deze zo nauwkeurig mogelijk opvolgen: zit niet met je handen aan je gezicht, schud geen handen, hoest of nies in je
elleboog en gebruik papieren zakdoekjes om je neus te snuiten en gooi deze daarna weg.

Zorg voor instructies om de (jongere) kinderen te helpen met het goed leren handen wassen en hoest- en nieshygiëne aan te houden.

Maak handcontactpunten zoals deurklinken, touchscreens (die meerdere personen aanraken) en spelmateriaal meerdere keren per dag schoon met schoonmaakdoekjes of met
water en zeep (bijvoorbeeld allesreiniger).

Zorg dat medewerkers over een eigen eetgelegenheid/pauzeruimte/ toilet(ten)/etc. beschikken waar zij afstand kunnen houden van elkaar en hygiënemaatregelen kunnen opvolgen.

Zorg voor voldoende (hand)zeep en papieren handdoekjes in de toiletten.

Maak na iedere werkdag de ruimte/voorziening goed schoon volgens het reguliere schoonmaakprotocol.

Maak één of meerdere personeelsleden verantwoordelijk voor de uitvoering van deze hygiënemaatregelen.

Reinig je handen met water en zeep. Zo kun je ziektewekkers verwijderen. Handenwassen werkt het beste bij de preventie van besmetting. Wees terughoudend met het gebruik van handdesinfectiemiddelen bij kinderen vanwege het gevaar van vergiftiging door inname van deze middelen.


3. Ventilatie en binnenklimaat

 Zorg ervoor dat de ventilatie voldoet aan de regelgeving (Bouwbesluit), arbocatalogi en geldende richtlijnen.

 Zorg voor voldoende ventilatie door of ramen op een kier te zetten, of via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen.

 Lucht groeps- en opvangruimtes en andere ruimtes elke dag regelmatig. Doe dat niet als er meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld vóór aankomst van de kinderen of tijdens het buitenspelen door de ramen en deuren 10 à 15 minuten tegenover elkaar open te zetten.




4. Besmetting op locatie

In het geval van een positieve besmetting onder medewerkers of kinderen op een locatie wordt het scholenteam van de GGD geïnformeerd door de houder. Wanneer een persoon (kind of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de kinderopvang/school. De GGD komt, indien van toepassing, met adviezen of neemt de regie in de te nemen maatregelen.

Stel als opvang een eigen stappenplan (handelingsperspectief) op voor besmettingen of uitbraken op opvang, zie hiervoor het Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) | RIVM. De houder kan dit stappenplan vooraf afstemmen met de GGD.

Houd voor het bron- en contactonderzoek een accurate registratie bij van de groepsindeling en presentie.

Vraag de ouders van een kind dat positief test of zij de kinderopvanglocatie en indien van toepassing ook de school informeren over de besmetting. De BSO locatie en school kunnen onderling contact opnemen, met inachtneming van de privacyregels.

Het opstellen van een handelingsperspectief geldt niet voor gastouders, wel moet een locatie voor gastouderopvang tijdelijk sluiten als gevolg van de quarantaineregels bij een besmetting op de locatie. Zie verder onder het hoofdstuk medewerkers en gastouders.  https://lci.rivm.nl/Handreiking-contact-en-uitbraakonderzoek-kinderen



Maatregelen voor kinderen:

Voor kinderen van 4-12 jaar die naar het primair onderwijs gaan en de buitenschoolse opvang gaan, is het thuisblijf- en testbeleid sinds 8 februari aangepast en gelijkgetrokken met dat voor oudere kinderen in het voortgezet onderwijs en volwassenen. Zij moeten met alle klachten passend bij COVID-19 thuisblijven en getest worden, dus ook bij verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn). Dit hoeft niet als ze af en toe hoesten of bekende chronische luchtwegklachten, astma of hooikoorts hebben zonder koorts en benauwdheid.


1. Kinderen van 0-4 jaar wel naar de opvang:

Kinderen van 0-4 jaar mogen met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en/of keelpijn) of bekende hooikoortsklachten naar de kinderopvang, behalve:

 als het kind andere klachten heeft die passen bij COVID-19 zoals: koorts (38 graden Celsius en hoger), benauwdheid, meer dan incidenteel hoesten, plotseling verlies van reuk en/of smaak;

 als zij een huisgenoot zijn van een patiënt met een bevestigde COVID-19 infectie;

 als er iemand in het huishouden van het kind is die naast (milde) corona klachten ook koorts (38 graden en hoger) en/of benauwdheid heeft en er is nog geen negatieve testuitslag.

 Als een broer of zus in quarantaine moet omdat uit bron- en contactonderzoek is gebleken dat een kind in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatief (dus alle minuten bij elkaar opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest, mag het kind wel gewoon naar de opvang. Voorwaarde is wel dat zij niet zijn blootgesteld aan de positief geteste persoon. Als de broer of zus vervolgens klachten van koorts of benauwdheid ontwikkelt of positief wordt getest, mag deze broer of zus niet meer naar de opvang (zie ook onder 2, thuisblijfregels).

‘Jonge kinderen zijn vaak en bij herhaling verkouden. Dit wordt meestal veroorzaakt door een van de vele verkoudheidsvirussen en gaat vanzelf weer over. Als de algemene maatregelen bij COVID-19 worden aangehouden, worden deze kinderen echter vaak en bij herhaling geweerd van

kinderdagverblijf of school. Dit is niet wenselijk met het oog op de ontwikkeling van de kinderen en het werkverzuim van de ouders. Kinderen tot 4 jaar met alleen verkoudheidsklachten mogen naar de opvang, maar moeten thuisblijven bij verergering van deze klachten met hoesten, koorts en/of benauwdheid of als zij getest gaan worden en/of in afwachting van het testresultaat.

Zie voor meer informatie over COVID-19 en kinderen: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/kinderen

Zie voor de handreiking van het RIVM bij neusverkouden kinderen: https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen

Voor het bepalen of een (verkouden) kind naar de kinderopvang/school mag, kan je gebruik maken van de beslisboom. Zie https://www.boink.info/beslisboom. De beslisboom is een vertaling van de regels van het RIVM. Het RIVM heeft de beslisboom inhoudelijk gecontroleerd.

Als een kind chronische verkoudheidsklachten, hooikoorts of astma heeft en dit past bij de gebruikelijke klachten, dan kan het kind na overleg tussen ouder en houder naar de opvang. Bij twijfel of als de klachten veranderen moet het kind thuisblijven tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn of het bekende klachtenpatroon is teruggekeerd. Het RIVM heeft een handreiking opgesteld en de lokale GGD kan advies geven in specifieke situaties, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen


2. Thuisblijfregels voor kinderen:

In de volgende gevallen moet een kind thuisblijven:

 Kinderen mogen pas weer naar de opvang als zij 24 uur geen klachten meer hebben en naast verkoudheidsklachten verder niet ziek zijn of na een negatieve test.

 Als iemand in het huishouden van het kind naast milde coronaklachten ook koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het kind thuis.

Als iemand met koorts/benauwdheid in het huishouden van de kinderen negatief getest is voor COVID-19 mogen de kinderen weer naar de opvang.

Als degene met klachten in het huishouden van de kinderen getest is voor COVID-19 en een positieve testuitslag heeft, dan zijn de adviezen van de GGD over de te nemen maatregelen leidend. Kinderen moeten dan thuis in quarantaine blijven tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot, als er sprake is van strikte zelfisolatie (dat wil zeggen geen risicocontact tussen de besmette persoon en alle huisgenoten). Als de huisgenoot positief getest is en strikte zelfisolatie is mogelijk, dan mogen alle overige huisgenoten (dus ook kinderen) als zij zelf geen klachten hebben zich vanaf de 5e dag na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot laten testen op COVID-19. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen. Als strikte zelfisolatie niet mogelijk is, moeten kinderen in quarantaine blijven tot en met 10 dagen nadat de huisgenoot met COVID-19 uit isolatie mag.

Als uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat een kind in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatief (dus alle minuten bij elkaar
opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest met een besmette persoon, gaat het kind in quarantaine. Het kind kan zich laten testen op COVID-19 vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon. Ook als het kind geen klachten heeft. Is de uitslag negatief? Dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.

Kinderen die terugkeren uit een land of een gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, geldt het dringende advies om bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine te gaan. Vanaf de 5e dag kan getest worden op COVID-19. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.

Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood.



3. Testbeleid kinderen:

Testen van kinderen 0-4 jaar met klachten wordt in ieder geval dringend geadviseerd als:

 het kind naast verkoudheidsklachten ook koorts heeft en/of benauwd is en/of (meer dan incidenteel) hoest – hierbij geldt: het kind laat zich testen en mag in principe bij een negatieve testuitslag weer naar de opvang;

 het kind ernstig ziek is – laat in die gevallen contact opnemen met de huisarts; die kan besluiten om het kind te laten testen;

 het kind klachten heeft die passen bij COVID-19 EN een huisgenoot (categorie 1-contact) is van iemand die COVID-19 heeft;

 het kind klachten heeft die passen bij COVID-19 EN een contact (categorie 2 of 3) is van iemand die COVID-19 heeft;

 de GGD testen adviseert omdat het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek.

Dit geldt ook voor kinderen 4-12 jaar, met de toevoeging dat zij ook al een dringend testadvies hebben bij verkoudheidsklachten.

Een kind met klachten dat niet is getest, mag weer naar de kinderopvang of school als het 24 uur volledig klachtenvrij is (met een maximum van 7 dagen na de 1e ziektedag in het geval van aanhoudende milde klachten), en niet om andere redenen thuis hoeft te blijven. Daarna mogen kinderen met milde klachten weer naar kinderopvang of school.

Zelftesten zijn minder betrouwbaar dan een PCR of antigeen test die door een professional wordt afgenomen. Een positieve zelftestuitslag moet altijd bevestigd worden met een professioneel afgenomen PCR of Antigeen test bij de GGD.

Zie voor het testbeleid https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/testen



4. Beperk het contact tussen groepen kinderen:

 Als er sprake is van een kind of medewerker met COVID-19 op de opvang, ontstaat er risico op besmetting van de contacten van deze persoon. Om het aantal besmettingen te beperken zijn de maatregelen t.a.v. het bron- en contactonderzoek voor kinderen en de quarantainerichtlijnen aangescherpt. Hierdoor bestaat het risico dat grote groepen
kinderen bij één positieve coronatest (bij een medewerker of ander kind) op de locatie in quarantaine moeten. Daarom is het van groot belang om het aantal contacten per kind en medewerker zoveel mogelijk te beperken, waar dit mogelijk is binnen de context van de opvanglocatie.

o Beperk zoveel mogelijk het contact tussen de verschillende stam- of basisgroepen.

o Beperk zoveel mogelijk de contacten op de BSO (noodopvang) tussen kinderen van verschillende scholen en/of klassen.

o Beperk zoveel mogelijk het inzetten van pedagogisch medewerkers op verschillende groepen.

o Beperk het gebruik van gezamenlijke ruimtes door deze zo min mogelijk op hetzelfde moment door verschillende groepen te laten gebruiken.

o Beperk zoveel mogelijk het gelijktijdig buitenspelen met verschillende groepen

o Beperk zoveel mogelijk het openen en sluiten met samengevoegde groepen

Beperk zoveel mogelijk de aanwezigheid van personeel op de locatie tot alleen voor de opvang noodzakelijk personeel


 Voor de BSO stelt de houder een locatie-specifiek plan op waarin hij beschrijft welke aanvullende maatregelen op de BSO worden getroffen om het mixen tussen
verschillende kinderen en medewerkers in de BSO zoveel mogelijk inperken. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het stappenplan in de handreiking zoals opgesteld door de branchepartijen uit de kinderopvang.


Maatregelen voor ouders:

De houder kan een aantal maatregelen nemen die door de ouders in acht moeten worden genomen. Stem af met de personeelsvertegenwoordiging. Informeer ouders en de oudercommissie en doorloop waar van toepassing de adviesprocedure met de oudercommissie. Onderstaand de belangrijkste maatregelen.


1. Organisatie van breng- en haalmomenten.

De breng- en haalmomenten zijn zo georganiseerd dat 1,5 meter afstand gehouden wordt tussen volwassenen. Communiceer deze maatregelen naar alle ouders. Voorbeelden van bijzondere maatregel zijn:

 Spreiding in haal- en brengmomenten.

 In etappes brengen van kinderen en/of ouders op locatie weigeren, tenzij dit noodzakelijk is. Als dit noodzakelijk is, beperk dan het maximum aantal ouders dat tegelijk naar binnen mag.

 Met inachtneming van de emotionele veiligheid kan de overdracht van het (jonge) kind van ouder naar pm’er, plaatsvinden op 1,5 meter afstand. Bijv. door een ouder het kind in een Maxi-Cosi, in een wipstoeltje of op een speelkleed te laten zitten/neer te leggen en afstand te nemen zodat de pm’er het kind kan oppakken.

 Lijnen aanbrengen (of andere afbakening) waarachter ouders moeten wachten.

Kinderen onder begeleiding van de pm’er buiten laten ophalen.

Oudere kinderen bijv. op het plein ophalen.

Ouders dienen ook buiten 1,5 meter afstand houden.


2. Tijdsduur.

Breng- en haalmomenten zijn kort. Informatie over een kind kan bijv. ook via digitale weg of telefonisch.


3. Eén ouder.

Kinderen brengen en halen door één volwassene, dus zonder extra volwassenen of kinderen, die daar geen opvang gebruiken.


4. Ouders niet naar de opvang.

Een ouder mag kinderen niet zelf halen of brengen als er sprake is van corona-gerelateerde klachten en/of als diegene wacht op de testuitslag. De ouder moet dan thuisblijven. Ouders die terugkeren uit een land of een gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, gaan bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood.


5. Gebruik mondneusmasker door ouders.

Voor alle externen en dus ook voor ouders geldt dat zij een mondneusmasker dragen wanneer zij de locatie betreden.



Maatregelen voor medewerkers en gastouders:


Voor de medewerkers op de groep en gastouders gelden de volgende regels:

1. Medewerkers moeten de gezondheidscheck doen voor aanvang van de werkzaamheden. Als een van de vragen met ‘ja’ wordt beantwoord, dan moet de medewerker thuisblijven en zich laten testen. Ook als een medewerker gedurende de dag klachten ontwikkeld gaat de medewerker naar huis en laat zich testen.

2. Testbeleid:

Iedereen kan zich met corona-gerelateerde klachten laten testen. Het gaat om (milde) klachten als:

 Hoesten;

 Neusverkoudheid;

 Loopneus;

 Niezen;

 Keelpijn;

 Verhoging tot 38 graden of koorts (vanaf 38 graden);

 Plotseling verlies van reuk of smaak.

Je hoeft niet eerst naar een (bedrijfs)arts voor een doorverwijzing; je kunt rechtstreeks een afspraak maken bij de GGD. Een ondernemer kan ook zelf voor zijn medewerkers (snel)testen inkopen. Zie voor meer informatie: https://www.rivm.nl/coronavirus -covid -19/testen. Totdat de uitslag van de test bekend is blijft de medewerker thuis. In geval van een gastouder ontvangt deze in afwachting van de testuitslag geen kinderen of andere volwassenen thuis.


Voorrang bij teststraat GGD:

Medewerkers in de kinderopvang (pedagogisch medewerkers en gastouders) kunnen met ingang van 8 februari met voorrang getest worden bij de teststraat van de GGD. Zij kunnen met een voorrangsverklaring contact opnemen met het prioriteitsnummer van de GGD. Meer informatie hierover is beschikbaar via Medewerkers kinderopvang voorrang bij testen op corona |Nieuwsbericht | Veranderingen kinderopvang


Testuitslag:

Negatief: Indien de test negatief is, kan de medewerker/gastouder weer aan het werk met in achtneming van algemene hygiënemaatregelen.

Positief: Indien de test positief is, moet de medewerker/gastouder ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag de medewerker/gastouder weer aan het werk. In geval van een positieve besmetting van een gastouder, wordt er dus geen opvang geboden. De gastouder informeert de ouders. In geval van besmetting van een vraagouder of een kind, treden de ‘Thuisblijfregels voor kinderen’ in werking.

Als een personeelslid/gastouder zich zonder klachten laat testen op COVID-19 en positief test, blijft het personeelslid/gastouder in ieder geval tot 5 dagen na testafname in isolatie. Ook de huisgenoten en nauwe contacten gaan in quarantaine. Als het personeelslid/gastouder na 5 dagen nog klachtenvrij is, mag zij uit isolatie en wordt ook de quarantaine voor huisgenoten/nauwe contacten opgeheven. Als het personeelslid/gastouder binnen de 5 dagen na testafname klachten krijgt, blijft deze persoon langer in thuisisolatie. Ook moeten de huisgenoten dan thuis in quarantaine blijven tot 10 dagen na het laatste risicocontact.


3. Huisgenoten met klachten:

Als iemand in het huishouden van het personeelslid of de gastouder die bij de vraagouder thuis werkt naast milde coronaklachten ook koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft blijft het personeelslid/de gastouder thuis. Als de testuitslag negatief is, mag het personeelslid/gastouder weer naar het werk c.q. mag er weer gastouderopvang bij de vraagouder thuis plaatsvinden.

Bij gastouderopvang in eigen huis geldt: de gastouder mag opvang blijven bieden als de huisgenoot (vanaf 4 jaar of ouder) verkoudheidsklachten heeft en deze huisgenoot niet in dezelfde ruimte verblijft/aanwezig is als vraagouders en de kinderen die worden opgevangen door de gastouder. Als de eigen kinderen van de gastouder van 0 tot 4 jaar verkoudheidsklachten hebben, mag de gastouder op reguliere wijze opvang blijven bieden. Als een huisgenoot (ongeacht welke leeftijd) van de gastouder koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, kan er géén opvang worden geboden.

Als een huisgenoot van de gastouder in quarantaine moet omdat uit bron- en contactonderzoek is gebleken dat de huisgenoot in nauw contact (dat wil zeggen minimaal 15 minuten cumulatie (dus allen minuten bij elkaar opgeteld) in 24 uur binnen 1,5 meter afstand) is geweest, kan de opvang doorgang vinden, mits de huisgenoot niet in dezelfde ruimte verblijft/aanwezig is als de vraagouders en de kinderen die worden opgevangen door de gastouder.

Als iemand in het huishouden van het personeelslid/de gastouder getest is voor COVID-19 en een positieve testuitslag heeft, dan zijn de adviezen van de GGD over de te nemen maatregelen leidend. Personeelsleden/gastouders moeten dan thuis in quarantaine blijven tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact met de besmette huisgenoot, als er sprake is van strikte zelfisolatie (dat wil zeggen geen risicocontact tussen de besmette persoon en alle huisgenoten).

Als de huisgenoot positief getest is en strikte zelfisolatie is mogelijk, dan kunnen de huisgenoten als zij zelf geen klachten hebben ontwikkeld zich vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon laten testen. Als de testuitslag negatief is, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.

Als strikte zelfisolatie niet mogelijk is, moeten personeelsleden/gastouders minimaal in quarantaine blijven tot en met 10 dagen nadat de huisgenoot met COVID-19 uit isolatie mag.

Zie voor informatie: lci.rivm.nl/informatiebriefhuisgenootthuis


4. Risicogroepen:

Personeelsleden/gastouders die in een risicogroep vallen of met gezinsleden die in een risicogroep vallen (risicogroep is conform de RIVM lijst, zie COVID-19 | LCI richtlijnen (rivm.nl)), kunnen niet worden verplicht te werken op de groep. In overleg met de bedrijfsarts/behandelaar kan besloten worden om andere werkzaamheden te doen:

1. vanuit huis of

2. (elders) op de locatie of

3. om op de groep te werken waarbij zoveel als mogelijk wordt gelet op het houden van 1,5 meter afstand tot volwassenen én kinderen en op hygiëne.



5. Zwangeren:

Personeelsleden/gastouders die zwanger zijn en kinderen opvangen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar, voeren vanaf het laatste trimester (vanaf week 28) alleen werkzaamheden uit waarbij het lukt om 1,5 meter afstand van anderen (zowel kinderen (0-13 jaar) als volwassenen) te houden. De werknemer/gastouder gaat hierover in overleg met de bedrijfsarts/ behandelaar. De uitzondering die gold voor de opvang van kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar is per 2 april 2021 komen te vervallen.



6. Reisadvies:

Voor personeelsleden/gastouders die terugkeren uit een land of gebied met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, geldt het dringende advies om bij thuiskomst 10 dagen in quarantaine te gaan. Gastouders kunnen in deze periode geen opvang bieden. Dit geldt ook als het reisadvies tijdens de reis is veranderd naar oranje of rood.



7. Gebruik mondneusmasker:

Personeelsleden/gastouders die kinderen vervoeren in een auto/personenbusje dragen een mondkapje. Tijdens de opvang op de locatie of bij de gastouder thuis wordt het dragen van een mondneusmasker afgeraden. Bij de opvang van kinderen uit groep 7 en 8 kan, zo staat in het Generiek Kader, door een pedagogisch medewerker of gastouder overwogen worden om een mondneusmasker of een faceshield te dragen.

Als kinderen uit groep 7 en 8 in de verkeersruimte van de BSO niet goed afstand kunnen houden tot kinderen uit andere basisgroepen dan kan de houder overwegen om de kinderen bij verplaatsingen een mondneusmasker te laten dragen.


8. Bron- en contactonderzoek of CoronaMelder:

Als uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat een personeelslid/ gastouder in contact is geweest met een besmette persoon, gaat het personeelslid/gastouder in quarantaine. Het personeelslid/de gastouder kan zich laten testen op COVID-19 vanaf de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon. Ook als het personeelslid/de gastouder geen klachten heeft. Is de uitslag negatief? Dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Het is van belang om ook daarna alert te blijven op klachten en om opnieuw te testen als zich toch klachten ontwikkelen.

Bekijk de foto's



Gerelateerd