Open brief aan Ahmed Aboutaleb over handhaving en tirannie

29-04-2020 Wonen Han van der Horst


INGEZONDEN


Ing. A. Aboutaleb,
Voorzitter Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond


Geachte heer Aboutaleb

Nederland en onze streek maken de zwaarste crisis door sinds de Tweede Wereldoorlog. Om het Coronavirus te beteugelen moeten burgers zich stipt aan een groot aantal gedragsregels houden. Een strenge, consequente en rechtvaardige handhaving is dan onontbeerlijk. Deze handhaving mag echter niet ontaarden in tirannie en het te zwaar aanpakken van goedwillende burgers. Dat kan alleen maar gaan ten koste van het draagvlak. De sancties zijn niet mals: een boete van 390 euro en een strafblad dat tot in lengte van jaren grote problemen oplevert bij het verkrijgen van een Verklaring omtrent het Gedrag.

Er zijn aanwijzingen dat de handhaving soms tirannieke vormen aanneemt. Om duidelijk te maken van wat daarmee wordt bedoeld diene de volgende casus uit Schiedam. Bij een mij bekend paar ging de bel: de schoonouders stonden voor de deur met gebakjes. Daarop kwam het echtpaar naar buiten. Op het openbare grasveld voor de deur aten zij en de schoonouders op ruime afstand van elkaar de gebakjes op. Twee boa´s verschenen die dit als een ongeoorloofde samenkomst aanmerkten. Ze legden allen een boete op van 390 euro plus dat strafblad. Desgevraagd verklaarden de boa´s dat ze van hun superieuren opdracht hadden gekregen onverbiddelijk op te treden. Ze konden niet anders dan dit misdrijf constateren en een sanctie opleggen.

Wij zien, mijnheer Aboutaleb, uitsluitend slachtoffers. Aan de ene kant vinden we vier goedwillende burgers die zwaar worden aangepakt, aan de andere kant twee handhavers die zich door de opdrachten van hun superieuren gedwongen zijn op een contraproductieve wijze op te treden.

Het doel van de noodverordening is in den brede om ervoor te zorgen dat burgers voldoende afstand van elkaar houden zodat het virus niet van het ene individu op het andere over kan springen. Mogen wij het RIVM geloven, dan is dit het geval als burgers voldoende afstand (anderhalve meter) van elkaar houden. Op geen enkele wijze kwam de volksgezondheid in gevaar. Dit was echter voor de boa´s niet relevant want zij baseerden zich op de noodverordening en wel op dit artikel:

¨Het is verboden om samenkomsten te laten plaatsvinden, te (laten) organiseren of te laten ontstaan, dan wel aan dergelijke samenkomsten deel te nemen¨.

De vraag is nu of hier wel sprake was van een samenkomst. Wordt deze vraag bevestigend beantwoord, dan pleegt de Action bij mij achter continu misdrijven want dit warenhuis laat gedurende de bedrijfstijd steeds samenkomsten ontstaan van tientallen mensen die – bewust opgeroepen door de Action met tal van reclame uitingen – toestromen. Dat deze lieden keurig de voorgeschreven onderlinge afstand van elkaar bewaren, doet aan het karakter van een samenkomst niet af. Zij vallen ook niet onder de uitzonderingen die de noodverordening noemt zoals gemeenteraadsvergaderingen of godsdienstoefeningen hoewel de voorliefde voor kopen bij de Action bij sommigen een religieus karakter lijkt te krijgen.

Het probleem is – vermoed ik – dat de opstellers van de noodverordening geprobeerd hebben de regels zo op te stellen dat weerspannige burgers altijd gepakt kunnen worden. Dat zie je wel vaker bijvoorbeeld bij het artikel dat het hinderen van gezagsdragers verbiedt, waarbij de definitie van dat hinderen in het vage blijft.

Wát dan precies als een samenkomst wordt aangemerkt, valt uit de verordening niet op te maken. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het BOA´s vrij staat elke groep mensen van welke samenstelling dan ook als een samenkomst aan te merken waarna het bonnenboekje getrokken wordt omdat de opdracht immers luidt geen coulance toe te passen. Zo ver gaat het niet want de vragen en antwoorden op de site werpen wel degelijk enig licht op de zaak. Wordt dan zo soelaas geboden? Met betrekking tot samenkomsten lezen wij het volgende: ¨Bewust met meer dan twee personen buiten samenkomen, ongeacht de afstand die wordt gehouden. Dus bewust afspreken buiten, met meer dan twee personen is verboden, ook als je meer dan anderhalve meter afstand van elkaar houdt¨.

Aan een samenkomst dient dus een afspraak vooraf te gaan. Tegelijk leest men dat is toegestaan ¨Op afstand een praatje maken met bekenden die je toevallig tegenkomt¨. Toevallige ontmoetingen mogen dus wel degelijk en het aantal deelnemers aan die toevallige ontmoetingen is blijkens de noodverordening niet aan een maximum gebonden. In het licht daarvan is het aan de autoriteiten om te bewijzen dat een samenkomst is georganiseerd en dat we niet te maken hebben met enkele personen die elkaar toevallig tegen het lijf liepen. Dat ze afzonderlijk van elkaar iets nuttigen lijkt me dan onvoldoende bewijs. Snijden zij met zijn allen dezelfde taart aan, dan pas kan het redelijk vermoeden van een geplande samenkomst ontstaan. Eerder niet. Bovendien geeft de noodverordening geen enkel uitsluitsel over het soort gedrag dat bij deelnemen aan een samenkomst hoort. Is bijvoorbeeld iemand die een boek zit te lezen terwijl rondom hem of haar personen onderling elkaar toeroepen dat zij mooi op tijd zijn, deelnemer aan die samenkomst?

U ziet tot welk een scholastiek de regelgeving en de toelichting daarop aanleiding geven. Hier kunnen om het grof te zeggen alleen maar problemen en gelazer van komen.

Ik wil U dan ook vragen om de noodverordening nog eens tegen het licht te houden. De regelgeving rond samenkomsten verdient aanpassing en verduidelijking. Nu worden mensen er het slachtoffer van die dat niet verdienen.

Ik wijs er nogmaals op dat bij de 390 euro een strafblad hoort. Wij staan voor een gigantische economische crisis, die zonder twijfel veel faillissementen en talloze ontslagen met zich mee brengt. Een strafblad maakt het dan nog moeilijker om weer overeind te krabbelen en op een eerlijke manier je brood te verdienen. Daarom zijn de opgelegde sancties in gevallen als het onderhavige buiten alle proporties. Ik wijs in dit verband ook op de boetes die aan als gezin samenwonende bewoners van studentenhuizen wel worden opgelegd omdat zij wettelijk gezien geen nauwe familiebanden onderhouden maar in de praktijk wel. Het gaat erom daders aan te pakken die willens en wetens hun medemensen in gevaar brengen door het aanrichten van feesten en partijen, niet om goed bedoelende mensen in ernstige problemen te brengen zelfs als zij zich zorgvuldig aan de voorgeschreven anderhalve meter afstand houden. Het is onaanvaardbaar om ze gelijk te stellen met wie nu een illegaal dancefeest of een zuipkeet bezoekt. Of met twaalf man die op een kluitje zingend bier drinken in de metro.

U zult het met mij eens zijn dat wie op de manier die hierboven is beschreven, door de overheid in zijn bestaansbasis wordt getroffen, er goed aan doet naar de rechter te stappen. Er valt een tsunami aan zaken te verwachten in een tijd dat justitie waarachtig wel wat anders te doen heeft.

Ik verzoek U dan ook om de regelgeving nog eens tegen het licht te houden in het belang van het draagvlak, de handhaafbaarheid van de lockdown maatregelen en de leefbaarheid in deze moeilijke tijd.

Ik ben benieuwd naar Uw reactie.

Blijf gezond

Hoogachtend,


Han van der Horst, auteur van Rotterdam, Bruid van de Maas, van de prehistorie tot nu.



Gerelateerd