'Het Nationaal Programma is nu al een succes'
- Partnerbijdrage
- 19-04-2026
- Wonen
Cemil Kahramanoğlu bij opening van het Familieservicepunt
SCHIEDAM - Een gesprek met wethouders Kahramanoğlu en Volkman over samenwerken binnen het Nationaal Programma Nieuwland en Oost.
Schiedam heeft gekozen. De nieuwe gemeenteraad is geïnstalleerd en het formeren is begonnen. Daarmee komt ook de vraag op tafel wie de gemeente vertegenwoordigt in de alliantieraad van het Nationaal Programma Nieuwland en Oost (NPNO). In de afgelopen periode lag die rol bij wethouders Cemil Kahramanoğlu (Denk) en Youri Volkman (VVD). Een goed moment om met hen terug te blikken.
Nieuwland of Oost?
Kahramanoğlu: “Ha, daar laat ik me niet toe verleiden. Ik kies voor de hele stad. Maar ik ben wel geboren en opgegroeid in Nieuwland en een groot deel van mijn familie woont daar nog steeds.”
Volkman: “En ik ben geboren in Oost.”
Hoe was het om op te groeien in Nieuwland en Oost?
Kahramanoğlu: “Veel problemen die je nu ziet in de wijk, waren er toen ook. Een slecht geïsoleerd huis, schimmel op de muur en hoewel ik gelukkig nooit zonder ontbijt naar school hoefde, kreeg ik geen nieuw paar schoenen voordat de oude versleten waren. Maar ik kijk met veel plezier terug op die tijd. Misschien komt dat doordat je kijkt door de ogen van een kind, of omdat er toen veel meer mensen in hetzelfde schuitje zaten. Het viel ook niet zo op.”
Volkman: “Op mijn vierde ben ik met mijn ouders verhuisd van Oost naar Woudhoek. En ja, dat was omdat het toen geen fijne buurt was om te wonen met kleine kinderen door alle uitdagingen die de wijk kende. Het mooie is dat ik nu vrienden heb die juist met hun gezin naar Oost willen verhuizen, omdat de wijk met sprongen vooruitgaat.”
Toch zijn er nog veel bewoners die Oost – en Nieuwland, als onveilig ervaren.
Volkman: “Ja, terwijl de cijfers laten zien dat het juist steeds veiliger is. Dan kun je zeggen: het is niet onveilig, maar dat helpt niet. Dan moet je op zoek naar een oplossing.”
Kahramanoğlu: “En dat gevoel wordt groter als je het idee hebt dat je er alleen voor staat. En kleiner als je elkaar kent. Als je weet: ik kan bij mijn buren aankloppen.”
Wat kan de gemeente daaraan doen?
Volkman: “Als gemeente kun je randvoorwaarden creëren om te zorgen dat de wijk een fijne plek is om in te wonen. Dat het vuilnis op tijd wordt opgehaald, de speeltuin schoon en heel is, verlichting werkt en je veilig kunt oversteken. Daar kun je op sturen."
"Maar hoe mensen met elkaar omgaan, daar ga je als gemeente niet over. Dat mensen elkaar begrijpen, elkaar opzoeken, een beetje naar elkaar omkijken. Dat ontstaat alleen als je elkaar ook echt tegenkomt. Dat geldt voor bewoners onderling, maar ook voor organisaties. Die hebben allemaal de beste intenties, maar werken nog te vaak langs elkaar heen. Juist door hen bij elkaar te brengen, maak je verschil.”
Kahramanoğlu: “En dat is de meerwaarde van het Nationaal Programma. Lokale partners die eerder geen, of weinig, contact hadden, zitten nu structureel samen aan tafel. Ze delen wat ze zien, wat ze horen en waar het vastloopt. Daardoor ontstaan verfrissende, nieuwe ideeën, maar zie je ook sneller waar dingen misgaan, en kun je bijsturen.”
Wat zien bewoners daarvan terug?
Kahramanoğlu: “Het Familieservicepunt in Nieuwland vind ik een mooi, concreet voorbeeld. Dat is echt ontstaan op initiatief van de scholen en gefinancierd met subsidie vanuit de gemeente en het Nationaal Programma.”
Volkman: “Ook een goed voorbeeld vind ik de groep vrouwen uit Nieuwland die in de Kansenfabriek samen komen om Nederlands te leren. Dat is inmiddels uitgegroeid tot veel meer dan alleen de taal leren. Zij zijn een belangrijke spil in die wijk. Eén van de vrouwen vertelde dat ze had getwijfeld of ze mee zou doen, maar inmiddels is ze grootambassadeur. Dat vind ik mooi, vooral omdat ze daar zelf bewust voor heeft gekozen. Je moet bewoners niet verplichten om aan projecten mee te doen. Dat werkt niet.”
Zijn er ook effecten die bewoners minder direct zien?
Kahramanoğlu: “Zeker! Ik mag op de tekentafel meekijken. Daardoor zie ik ook ontwikkelingen die je nog niet in het straatbeeld ziet, maar die er wel aankomen. Zoals de Peperklip in Oost, waar naast een school ook een plek voor de wijk komt. Of de plannen voor de Staatsliedenbuurt in Nieuwland. Mede dankzij het Nationaal Programma wordt bij deze projecten ook intensief gekeken naar de behoefte van de wijk.”
Volkman: “En soms zie je het minder direct, maar is het effect er wel al. Zo ontdekten DSW en werkgevers dat ze elkaar onbedoeld tegenwerkten bij vroegpreventie van schulden. De één probeerde problemen te voorkomen, terwijl de ander daardoor juist te laat in beeld kwam. Door dat gesprek konden ze hun aanpak aanpassen en elkaar versterken.”
Dat vraagt ook om vertrouwen van bewoners. En dat is niet vanzelfsprekend.
Kahramanoğlu: “Dat is een feit. En het is de reden waarom ik de politiek in ben gegaan. Ik wil verbinden, met mensen in gesprek, samenwerken en vertrouwen terugwinnen.”
Volkman: “In Nieuwland en Oost is dat vertrouwen extra laag. Veel bewoners laten hun stem niet of nauwelijks horen. Dan is het juist belangrijk dat je via scholen, werkgevers en andere partners hoort wat er speelt. Door die signalen te bundelen, kun je plannen beter aansluiten op wat bewoners nodig hebben.”
Youri Volkman in Nieuwland
Het Nationaal Programma loopt twintig jaar. Wanneer is het geslaagd?
Kahramanoğlu: “De dag dat het begon, was het geslaagd. Nieuwland en Oost krijgen de aandacht die ze verdienen. Het Rijk investeert extra, partners werken structureel samen en er is ruimte voor nieuwe initiatieven. En het is niet alleen goed voor Nieuwland en Oost, want wat werkt kunnen we ook in andere Schiedamse wijken doen.”
Volkman: “Je ziet ook echt een omslag. Waar mijn ouders vroeger uit Oost vertrokken, zie je dat Nieuwland en Oost weer aantrekkelijk zijn om in te wonen. Dat zegt iets.”
Kahramanoğlu: “Er zijn natuurlijk nog genoeg uitdagingen. Maar die potentie is er. Wie weet zitten hier over dertig jaar weer twee wethouders die zijn opgegroeid in Nieuwland en Oost en is het Nationaal Programma allang niet meer nodig. Misschien mag ik dan nog eens bij ze op de koffie om te praten over die goede oude tijd.”
Dit interview is het eerste in een reeks verhalen die dit jaar wordt gepubliceerd, waarin diverse partners van het NPNO aan het woord komen en projecten worden uitgelicht.
Het Nationaal Programma Nieuwland en Oost (NPNO)
In het Nationaal Programma Nieuwland en Oost (NPNO) werken het Rijk, lokale partners en bewoners samen aan de toekomst van Nieuwland en Oost. Het doel is dat deze wijken over twintig jaar minstens op het gemiddelde niveau van de rest van Schiedam zitten. Dit betekent bijvoorbeeld dat meer bewoners een baan hebben, kinderen betere onderwijskansen krijgen, de woningvoorraad is opgeknapt en mensen gezonder en veiliger kunnen leven. Dankzij het Nationaal Programma is er (meer) ruimte voor een innovatieve aanpak, een lange adem dankzij een looptijd van twintig jaar en een extra financiële impuls.
Wethouders Cemil Kahramanoğlu en Youri Volkman vertegenwoordigden de gemeente Schiedam als één van de vijftien partners in de alliantieraad van het NPNO. Eén wethouder vertegenwoordigt daarnaast ook het college in het programmabestuur.