Het ONS-gevoel was er nooit bij Eneco
- Kor Kegel
- 07-10-2017
- Politiek
In de tijd van de Gemeentelijke Technische Bedrijven en later het ONS stonden de nutsbedrijven dichter bij de Schiedammers dan later Eneco
In 1857 werd aan de Hoofdstraat de gasfabriek gebouwd, met de ingang en het kantoor aan de Dwarsstraat. Er werd stadsgas geproduceerd. De groei van de bevolking gaf de noodzaak tot meer fabriekscomplexen en een tweede, ronde gashouder. De gasfabriek breidde zich uit als Gemeentelijke Technische Bedrijven (GTB) op de hele lap grond tussen de Hoofdstraat, Dwarsstraat en Hagastraat. Geregeld moesten hiervoor huizen worden gesloopt.
Schiedam had ook andere nutsbedrijven. In 1886 werd een drinkwaterleidingbedrijf opgericht en in 1913 een elektriciteitsbedrijf. Zowel het drinkwater als de elektriciteit kwamen uit Rotterdam. In 1929 droeg Schiedam gronden over aan Rotterdam, dat hier de Merwehaven wilde aanleggen, en in ruil kreeg Schiedam de garantie voor eeuwigdurende levering van gratis drinkwater.
In 1973 kon Rotterdam dat contract voor een schijntje afkopen, een schamele veertien miljoen gulden. Dat bedrag werd in een potje voor wijk- en welzijnsvoorzieningen gestopt. Binnen een paar jaar was het potje leeg, maar de Schiedammers betaalden veel meer voor drinkwater. Het is een van de meest omstreden besluiten van de Schiedamse gemeenteraad geweest.
Het Schiedamse elektriciteitsbedrijf betrok de stroom ook van Rotterdam. Maar het toen nog zelfstandige Kethel en Spaland liet de elektriciteit vanaf 1929 door Delft leveren.
Aan de Buitenhavenweg naast de Glasfabriek bevond zich de Vervoer-, Reinigings-, Ontsmettings- en Marktdienst (VROM), die in 1980 werden samengebracht met de in 1977 opgerichte Centrale Antenne-Inrichting (CAI), het reeds lang bestaande Havenbedrijf Schiedam en de GTB, zodat alle nutsvoorzieningen (inclusief levering gas, elektra en water) in één organisatie kwamen. Het luidde het ontstaan in van de Openbare Nutsbedrijven Schiedam NV, gevestigd aan de Van Heekstraat 15. Daar was Mari Dingenouts de eerste bedrijfsvoorlichter.
De ONS… er kwam jaren later een subtiele naamswijziging: Openbaar Nutsbedrijf Schiedam. Toen werd het officieel het ONS, maar de Schiedammers bleven spreken van de ONS. Of ook wel van ‘Ons’ zoals ons kent ons. Het personeelsblad heette Onder Ons.
In 1990 verzelfstandigde het ONS. In 1993 droeg ONS het drinkwaterleidingbedrijf over aan een regionaal waterbedrijf waaruit later Evides zou ontstaan.
In 1994 nam het Gemeentelijk Energiebedrijf Rotterdam (GEB) 33 procent van de aandelen van ONS over. Het GEB, drie jaar eerder los gekomen van de gemeentelijke organisatie van Rotterdam, deed dat ter voorbereiding van een fusie met de energiedistributiebedrijven van Den Haag en Dordrecht. Door de fusie ontstond Eneco, dat met 1,1 miljoen klanten meteen het grootste nutsbedrijf in de Randstad Holland werd.
Geleidelijk gingen ook de andere bedrijven van het ONS over in een andere organisatie. Zo ontstond in 2002 de interregionale afvaldienst Irado, waaraan onderdelen van de dienst Gemeentewerken werden toegevoegd.
In 2006 nam Eneco ook de resterende 67 procent van de aandelen van ONS Energie over, waarmee echter de gemeente Schiedam als vennoot een belang van 1,03 procent in Eneco kreeg. Door overnames en fusies zijn tegenwoordig 53 gemeenten aandeelhouder van Eneco.
Maandag meldde Schiedam24 dat burgemeester en wethouders van Schiedam het voornemen hebben om de aandelen in Eneco af te stoten. In de brief van B & W aan de gemeenteraad staat dat het ‘een puur historische achtergrond’ heeft dat de gemeente aandeelhouder is.
Het college ziet geen dwingende redenen meer om de aandelen te behouden. Dient de strategie van Eneco nog het lokale belang van Schiedam? Past het meer internationaal georiënteerde Eneco bij een lokaal georiënteerde aandeelhouder? Nee, het college vindt dat er voldoende wetgeving is om betrouwbaarheid, veiligheid en betaalbaarheid van elektriciteit en gas te borgen. Voor het behalen van de eigen gemeentelijke milieudoelstellingen (duurzaamheid) is een minderheidsbelang van Schiedam in Eneco niet noodzakelijk. Op het gebied van energietransitie ligt de taak bij het rijk voor wat betreft wetgeving, fiscale maatregelen en subsidiëring.
Is er dan voor Schiedam nog een financieel belang om aandeelhouder te blijven? Eneco De marktwaarde van Eneco wordt geschat op 2,5 tot 2,9 miljard euro. Schiedam heeft een belang van 1,03 procent. Eneco heeft een groeistrategie, ook op de internationale markt. Dus Schiedam zou er garen bij kunnen spinnen. Maar…
Het college ziet grote risico’s. Met de afsplitsing van het netwerkbedrijf Stedin, in 2008 aangevangen en in februari van 2017 geëffectueerd, is het risicoprofiel van Eneco toegenomen. Het college schrijft: “De activiteiten van Eneco zijn onderhevig aan concurrentie en externe factoren. De risico’s kunnen in een geliberaliseerde (energie)markt groot zijn. De groeistrategie van Eneco vergroot het risico. Het behouden van het aandeelhouderschap in Eneco betekent een bepaald risico nemen ten aanzien van het bezit en het rendement (dividend). Hierbij heeft het risico betrekking op vermindering van de aandeelhouderswaarde en/of een lager dividend.”
Het kan dus alle kanten uit, maar volgens de wet Fido is het de overheid niet toegestaan om investeringen te doen (waaronder in aandelen) als het geen publiek belang dient. En dat is hier niet het geval.
Bovendien is de zeggenschap van de aandeelhouders beperkt, zeker in vergelijking tot de gebruikelijke zeggenschap bij overheidsdeelnemingen. Eneco heeft niet willen instemmen met een grotere zeggenschap van de aandeelhouders. Het energiebedrijf wilde niet verder gaan dan de aandeelhouders slechts te informeren over majeure Investeringsbeslissingen.
Rotterdam, Den Haag en Dordrecht hebben al uitgesproken hun aandelen te willen verkopen. Leidschendam-Voorburg volgde. Daarmee kan al zestig procent van de Eneco-aandelen in handen komen van een of meer grootaandeelhouders. En dat beperkt de zeggenschap van de achterblijvende aandeelhouders nog kleiner. “Het is van belang om nu mee te doen”, vindt het college. Verkopen dus.
Het college is het niet eens met vier gemeenten in Friesland die een compromis hebben bedacht om net iets minder dan de helft van de aandelen te verkopen. Daarmee zou de overheid een meerderheidsbelang in Eneco behouden. Maar volgens B & W van Schiedam levert dat een halfslachtige positie op, die bovendien een sterk negatieve invloed zal hebben op de uiteindelijke verkoopprijs van de aandelen.
Het college vindt het wel van belang dat er bij de aandelenverkoop duidelijke afspraken worden gemaakt over het behoud van de duurzame strategie van Eneco, en ook over de continuïteit, het maatschappelijk belang, het behoud van de regionale positie en de werkgelegenheid. “Eneco levert een belangrijke bijdrage aan de realisatie van de landelijke duurzaamheidsdoelstellingen en dat mag niet verloren gaan”, aldus B & W.
Op een later moment zal het gemeentebestuur een definitief besluit nemen over wel of niet verkopen. Dat gebeurt als er een concreet bod op de aandelen wordt gedaan.
Is er dan nog een emotioneel argument om in Eneco te blijven participeren, vanuit historisch oogpunt? Daar heeft het college het niet over. Maar sinds de vorming van Eneco in 1994 staat het bedrijf al op grotere afstand van de belevingswereld van de Schiedammers dan toen ons ONS nog bestond. Eneco is nog maar een procent van ‘ons’.
Enkele gebouwen herinneren nog aan het nutsverleden van Schiedam. Het Pompstation aan de Rotterdamsedijk, waaraan niets gedaan wordt. En aan de Dwarsstraat wijkcentrum Zuid, gevestigd in het oude kantoor van de GTB, dat op een nieuwe bestemming wacht.