Categorieën

Service

Het Schiedam aan de Tiber

Het Schiedam aan de Tiber
Uit

Het Schiedam aan de Tiber

  • Han van der Horst
  • 19-05-2024
  • Uit
Het Schiedam aan de Tiber

SCHIEDAM - Wat hebben Rome en Schiedam met elkaar te maken? Er bestaat, zo blijkt, een stevige band en die loopt via de Warande. Dat is het Schiedamse adres van de historica Sandrina Bokhorst, die vast op de een of andere manier vermaagschapt is aan de beroemde Schiedamse speelgoedhandelaar van die naam. Hij had zaken op de Groenelaan en de Hoogstraat, waar ik in de jaren vijftig vaak met mijn neus op de etalage een condensvlek heb gemaakt.

Rome en Schiedam? Je zou gezien het groeiend cultureel aanbod in de stad en bedwelmd door het komend 750-jarig jubileum kunnen spreken over het Rome aan de Schie of als je werkelijk een totale chauvinist bent, over het Schiedam aan de Tiber. Maar dat is misschien aan beide kanten licht overdreven. Het punt is dit: Sandrina Bokhorst is Schiedam trouw gebleven maar heeft tegelijkertijd haar hart verpand aan Rome. Ze woont er de helft van het jaar en dan gidst zij bezoekers middels haar bedrijf Persoonlijk Rome langs plekken in de stad waar je in je eentje vast niet verzeild raakt. Nu heeft zij een verhalenbundel geschreven met verhalen over de eeuwige stad, Spiegels van Rome. Volgende week zondagmiddag krijgt burgemeester Bergmann in het Wennekerpand het eerste exemplaar. Aanmelden kan hier. 

Ik ben heel benieuwd naar de verhalen van Sandrina Bokhorst want Rome is een zeer indringende stad.

De keer dat ik haar met een studentenreis bezocht, staat me nog steeds in het geheugen gegrift en geeft tot op heden stof tot nadenken. Ook al is het nu meer dan een halve eeuw geleden. Dan moet je niet denken aan het Forum Romanum en de Senaat, wel aan het winkelcentrum van keizer Trajanus rondom zijn beroemde zuil met het stripverhaal van zijn genocide op de Daciërs. Die was zo compleet en totaal dat ze in hun voormalig woongebied nog steeds een van het Latijn afgeleide taal spreken: Roemeens. En net zo goed aan het enorme schitterend witte nationale monument, dat er uit ziet als een antieke tempel. De aannemer had beloofd dat het door hem geleverde marmer weldra dezelfde gele kleur aan zou nemen als die van de oude monumenten rondom. Hij heeft de boel bedonderd en nu vormt die kolos juist een contrast met de echte resten uit de Oudheid in de omgeving.

Het waren mooie en beschaafde tijden. De universiteit betaalde onze studievereniging de helft van de reis- en verblijfskosten als wij een docent meenamen die een bepaald thema behandelde. Die mocht dan met het vliegtuig en in een hotel. Wij maakten een helletocht met de trein en sliepen in de jeugdherberg.

De docent was dr. Philip de Vries, een heel bijzonder man. Hij nam ons mee op een tocht langs de oud-christelijke kerken. Die stamden uit de vervalperiode van het Romeinse rijk en de eerste eeuwen daarna. De Vries wees ons op het feit, dat de zuilen die de daken van zulke kerken ondersteunden allemaal verschilden. Ze waren uit oude tempels gesloopt omdat men niet meer in staat was nieuwe zuilen te maken. Wij leerden inzien dat de menselijke kennis van generatie op generatie ook terug kon lopen. Deze kerken waren uit oud hergebruikmateriaal in elkaar geknutseld. Dat staat ons ook te wachten als we ons – zoals nu lijkt te gebeuren met het komende bewind – laten overvallen door een klimaatcrisis.

We hoorden van De Vries dat de beroemde badhuizen, de thermen, tot in de zesde eeuw na christus in gebruik bleven. Ze werden gevoed door de beroemde aquaducten. Die werden tijdens een beleg van de stad door de Byzantijnse generaal Belisarius – meen ik – doorbroken om de watervoorziening af te snijden. Na de val van de stad kon niemand ze nog herstellen en was het afgelopen met het stromende water. De Romeinen moesten weer putten slaan of uit de Tiber drinken. Dat is tot diep in de negentiende eeuw zo gebleven.

De jeugdherberg bevond zich in het Olympische dorp voor de spelen van 1940, die vanwege de oorlog niet doorgingen. Er stond nog een enorme obelisk met het opschrift Mussolini Dux. We liepen over plaveisel van mozaïek met daarin kunstig overal de leuze aangebracht. Duce Duce Duce . In Italië zeuren ze niet over dit soort verschijnselen omdat ze eraan gewend zijn dat alles op den duur een monument wordt. Zo ook deze fascistische pronkwijk. Sic transit gloria mundi, zo vergaat de grootsheid van de wereld, zeiden ze rond het jaar nul al.

Als ik me dit soort dingen voor de geest haal, moet ik altijd denken aan het Trio Lescano, de drie zusjes Leschan uit Den Haag, die onder leiding van hun kordate moeder naar Italië vertrokken om daar een zangcarriére te proberen. Dat lukte wonder wel. Ze werden grote sterren op de Eiar, de Italiaanse radio van die dagen en Mussolini zelf was een van hun grootste fans. Ze maakten de ene plaat na de andere. Ze brachten overal het publiek in vervoering. Het kon niet op tot het antisemitisme van de nazi´s ook tot Italië doordrong en de Duitse bezetters ernst maakte met de wegvoering van de joden. De familie Leschan was joods. Zowel de moeder als de zusjes wisten te ontkomen en overleefden de oorlog. Maar hun roem kwam niet meer terug. Hier: luister naar ze. Tutt´ é ritmo, tutt´é swing. 

Ik ben heel benieuwd naar Spiegels van Rome.

PS. Na eerste plaatsing is de eerder foutief vermelde naam van de burgemeester gecorrigeerd.