Categorieën

Service

Rob van der Ham stopt, zo'n beetje - en houdt de lach op zijn gezicht

Rob van der Ham stopt, zo'n beetje - en houdt de lach op zijn gezicht
Bedrijven nieuws

Rob van der Ham stopt, zo'n beetje - en houdt de lach op zijn gezicht

  • Ted Konings
  • 27-02-2026
  • Bedrijven nieuws
Rob van der Ham stopt, zo'n beetje - en houdt de lach op zijn gezicht

SCHIEDAM - Rob van der Ham legt zijn stiel neer. Ruim 44 jaar was hij edelsmid aan de Lange Haven. Zaterdag is zijn zaak voor het laatst open.

Nou ja, stoppen met wat hij het liefst doet… dat nou ook weer niet helemaal. De afgelopen weken was het druk in zijn winkel, en dat zorgde voor werk waar hij nog wel een tijdje mee vooruit kan. 

En er staat ook geen druk op de ketel. Rob en zijn vrouw Yvonne wonen boven de zaak; er is geen noodzaak om snel een nieuwe bestemming te vinden voor de winkel.

Van der Ham kwam daar in 1981 voor het eerst binnenstappen. Hij woonde ‘op kamers’ in Rotterdam, een jongen uit Krimpen aan den IJssel. Een vriend woonde op de Lange Haven. “Hier stond toen nog heel veel leeg. Het was verpauperd.” Maar Rob van der Ham zag er de schoonheid wel van in, en het bood hem in ieder geval de mogelijkheid om zonder goed gevulde bankrekening te beginnen met zijn métier, als zelfstandig edelsmid. Hij had na de LTS en MTS de opleiding in Schoonhoven gedaan. 

Er stond wat leeg, een klein ‘postzegeltje’ van een winkelruimte, met erachter een werkruimte annex keuken annex slaapkamer. “Ik hoopte dat ik kon huren voor weinig. De eigenaar, die hierboven woonde, had desgevraagd helemaal niet zo veel trek in een huurder. Er was hier geen water, geen licht.” Maar ‘schoorvoetend’ ging de huisbaas akkoord: Rob was ‘in business’.

“Hier ga ik beginnen, dacht ik”. Er was geen haalbaarheidsonderzoek, geen ondernemingsplan. “Ik zette al mijn spaarcenten in om elektriciteit aan te leggen, en een waterleiding.” Wat hielp: de vlam richting Yvonne was net overgeslagen, dus zij was er ook regelmatig. En als de liefde bloeit, kan een mens met weinig toe…

Gaande de jaren vertrok ook de huurder op de eerste verdieping - de huisbaas woonde twee hoog - en zo kon het jonge stel een gezin stichten, wonend boven de zaak. “Het pand lekte als een gek. Toen de huisbaas zelf ook wilde vertrekken, had hij geen idee aan wie hij het kon verkopen. Maar wij wilden wel.” De bank stond niet te trappelen om een hypotheek te verstrekken, maar de aanhouder wint. En zo konden Rob en Yvonne zich op zeker moment huiseigenaar noemen. “Daarna hebben we tien jaar verbouwd. Het was echt een klus: de vloeren liepen dertig centimeter af, tussen voor en achter.”

Ondertussen moest een zaak worden opgebouwd. “In het begin ging dat niet zo makkelijk.” Van der Ham ging werken voor anderen, juweliers met reparatie- of verstelwerk, of moeilijke klussen. Want de jonge edelsmid bleek te beschikken over een karaktertrek die goed van pas kwam, en waar Yvonne nog steeds hoog van opgeeft: ‘kan niet bestaat niet’. Hoe moeilijk of onmogelijk geacht een klus ook, Rob bleef proberen en pielen, koppelde vakbekwaamheid aan vindingrijkheid, en bleek altijd in staat een oplossing te vinden. Overigens: Van der Ham werkt nog steeds met regelmaat samen met de juweliers in de stad. “Dat worden er wel steeds minder trouwens…”

Langzaamaan bouwde hij aan ‘een handschrift’ in het werk met de edele metalen. “Strak, geen frutsels”, typeert hij zelf. “Noem het maar een Rotterdamse stijl.” Hij maakte waar vraag naar was. “Dat waren in de beginjaren ook nogal wat geboortebekertjes, in zilver.” Maar dat is zo’n product waarvoor de markt totaal is opgedroogd. “Alhoewel, ik heb er toevallig pas nog een gemaakt, of twee, voor twee kleinkinderen.” 

Nog zo iets: suiker- en melkkannetjes, nog niet zo lang geleden een gewild cadeau voor jonge stellen. “Er is wel sprake van trends, maar aan de andere kant gaan dingen ook gewoon door.” Dasspelden, voor heren - ‘liefst met zo’n kettinkje’ -, ‘nee, die worden niet meer gedaan’. “Maar broches bijvoorbeeld, die waren wel behoorlijk uit, maar zie je toch weer terugkomen.”

Rob van der Ham probeerde er zijn eigen ‘smoel’ aan te geven: trouw- of verlovingsringen, arm- of halskettingen. Oorbellen. In goud, zilver of andere metalen of legeringen. “Een edelsmid is feitelijk een goudsmid en een zilversmid ineen.” Mooi werk, creatief werk. “Maar ik voel me geen kunstenaar. Meer een ambachtsman die mooie dingen probeert te maken.”

Hoe die eruit zien hangt ook af van wie Van der Ham voor zich krijgt. Een sieraad wordt als het even kan ‘op de persoon gemaakt’. “Wat dat betreft heb ik na 45 jaar wel mensenkennis gekregen.” 

Die toch steeds verrast kan worden, door wie er daar bij hem aan de Lange Haven de winkel binnen komt stappen. “Je hebt in Schiedam natuurlijk wel behoorlijk een boven- en een onderlaag, als het gaat om de portemonnee. Maar voor mijn klanten lijkt het niet uit te maken. Je ziet mensen die zat te verteren hebben die moeilijk doen. En Gorzenezen die makkelijk hun portemonnee trekken en veel plezier hebben van hun sieraden.” Voor Van der Ham maakt het naar eigen zeggen niet uit wat een vrucht van zijn handen moet kosten. “Mij maakt het niet uit, of het nu een zilveren ring is van tachtig euro of een gouden van achthonderd, ik heb er net zo veel plezier aan.” Waarbij het momenteel vooral goud is dat in de smaak valt bij de klandizie van Van der Ham. “Of doublé bij de jeugd.”

Wat wel echt veranderd is in de loop der jaren, is hoe klanten zijn voorbereid. “Vroeger tekende ik, hoe ik een sieraad voor me zag. Nu hebben mensen zelf al veel voorwerk gedaan, zijn op internet gaan zoeken.” Ze komen meer beslagen ten ijs. 

Van der Ham heeft het getroffen met zijn klandizie, en zijn winkel. Even afkloppen, maar nog nooit is hij naar eigen zeggen bestolen door een klant. Wel werd er afgelopen zomer bij hem ingebroken. “Ze sloegen een ruit eruit en namen een armband en ringen mee uit de étalage. Maar dat was dus geen klant… Ik heb alleen maar eerlijke klanten gehad.”

Toch is de gewelddadiger maatschappij niet langs hem heen gegaan. “Na een overval op juwelier Verkade ben ik ook mijn voordeur op slot gaan doen.” Zodoende moeten klanten aanbellen om binnen te komen. “Wat er nu gebeurt, die overvallen, zoals van de week ook in de Hof van Spaland, dat komt echt door de goudprijs. Die is dubbel zo hoog als vijf jaar geleden.”

Over werk aan de winkel heeft Van der Ham niet te klagen gehad. Met een enkele crisis… “Na de financiële crisis, in 2009, 2010, toen ging het slecht. Toen hebben we op het punt gestaan om de zaak te sluiten. Niemand kocht wat, ik had niets te doen, echt niets. Dat heeft een jaar geduurd. Juist toen ik echt had bedacht dat ik dan maar wat anders moest gaan doen, trok het weer aan.” En dat is niet veranderd sindsdien. “Ik heb er goed van kunnen leven. Stop eigenlijk op mijn top, haha.” Nou ja, een minpuntje toch: de Taanbrug. “Die was echt slecht voor mij, dat hebben we wel gemerkt, dat die gemaakt was. Mensen liepen niet meer langs.” De kortste weg van de Koemarkt naar west gaat nu immers niet meer over de Appelmarktbrug en daarmee het stukje Lange Haven waar Rob van der Ham zit. 

Het ‘geheim’ van een goede nering al die jaren? “Gewoon, je werk goed doen. Dat is de beste reclame.” Hij heeft nu klanten voor zich wiens ouders hij ook al heeft geholpen aan een trouwring. “Het geeft aan dat je oud wordt”, zegt hij met een knipoog. Wat je dus ook nodig hebt als vrijgevestigd edelsmid: niet te bang zijn aangelegen, dat er soms een week of maand tussenzit waarop het minder loopt. “Mensen die voor zichzelf werken, hebben een andere mentaliteit. Henk Vos (voorheen fotograaf op de Hoogstraat, red) zei altijd: ‘Jongens die een krantenwijkie hebben gehad, worden ondernemers. Ik heb toen ik jong was een krantenwijk gehad…”

Goed, dat werkzame leven gaat nu dus stoppen. Van der Ham heeft uitverkocht, maakt zoals gezegd nog wat werk af de komende tijd. En dan wacht hem als 67-jarige zijn pensioen. Yvonne stopt over enkele maanden ook haar werkzame leven. Maar dat er een kamper voor de deur staat, dat is toevallig. “Ik heb net een nieuwe. Nou ja, een tweedehands, maar ik heb de vorige ingewisseld.” Rondrijden door Europa vindt het stel heerlijk. “Maar we zijn geen wereldreizigers. Zweden, Engeland en Schotland, en Ierland, dat is geweldig. Portugal en Spanje is voor ons al gauw te warm.” 

Dus zullen ze zeker op reis gaan, maar net zo lief zijn ze ‘thuis’. “Ik sleutel graag aan motorfietsen.” Van der Ham is lid van motorclub The Wheelie. “We rijden in Europoort, of the road, we doen aan trial rijden.” Wel sneu: dat dreigt op te houden. “Het havenbedrijf wil het terrein terug.” 

Maar goed, dat zijn zorgen voor later: eerst maar eens die laatste klanten vrolijk bedienen…