Schiedammers geven leefomgeving cijfer 6,9
- Redactie
- 17-10-2023
- Wonen
De eigen leefomgeving krijgt een 6,9; archieffoto
SCHIEDAM - Schiedammers zijn niet erg te spreken over hun stad. Dit blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit, in samenwerking met buurtapp Nextdoor. Schiedammers geven hun stad een rapportcijfer 6,9. Er zijn maar drie gemeenten in Nederland die van hun inwoners een lager cijfer krijgen.
Aan het onderzoek ‘Verschillen in Nederland tussen buurten’ deden 16.800 mensen uit 155 gemeenten mee. Alleen gemeenten met tenminste dertig reagerende inwoners werden in de conclusies opgenomen.
Het meest tevreden over hun woonplaats zijn de inwoners van Goirle; zij geven hun dorp een 8,47 gemiddeld. Daarna volgen een aantal gemeenten die je verwacht, en een paar minder voor de hand liggende gemeenten, met name uit Utrecht en Gelderland. Het rijtje af: De Bilt (8,24), Bloemendaal, Houten, Leusden, Renkum, Laren, Het Hogeland (in Groningen), Oegstgeest en Schouwen-Duiveland (dat op een 8,03 uitkomt).
Aan de onderkant van de lijst bungelt Eemsdelta, in het uiterste noordoosten van het land, met een 6,52. Daarna volgen Beverwijk (6,55), Beekdaelen (in Limburg, klinkt idyllisch) en dan Schiedam. Na onze stad volgen Kerkrade, Rotterdam (6,94), Rheden, Oldambt, Echt-Susteren en Vlaardingen (7,04). In Schiedam deden 124 mensen mee, in Rotterdam 630 en in Vlaardingen 54.
Het cijfer dat alle deelnemers gemiddeld geven is 7,5.
Behalve de vraag naar een rapportcijfer - voor hun buurt - kregen de deelnemers zes stellingen voorgelegd, bijvoorbeeld ‘Ik voel mij thuis in mijn buurt’, ‘Het is vervelend om in mijn buurt te wonen’, ‘De woningen in mijn buurt zijn goed onderhouden’ en ‘Ik ben gehecht aan mijn buurt’. De vraag was aan te geven in hoeverre de mensen die meededen het al dan niet eens was met deze stellingen. Met name de reactie op de eerste twee genoemde stellingen blijkt zeer te corresponderen met het rapportcijfer dat uiteindelijk werd gegeven; de eerste stelling haalt het cijfer natuurlijk op, de tweede brengt het juist naar beneden.
De onderzoekers geven zelf ook aan dat de resultaten - verkregen uit een online enquête - ‘niet helemaal overeenkomen met het jaarlijkse onderzoek Atlas voor gemeenten, uitgevoerd door onderzoeksbureau Atlas Research’. “Het laatstgenoemde onderzoek concludeerde onlangs dat Amsterdam de aantrekkelijkste stad is om te wonen in Nederland, en Emmen kwam het slechtste uit de bus. Een belangrijk verschil is het feit dat het onderzoek van Atlas Research alleen naar de vijftig grootste gemeenten kijkt, terwijl bij ons onderzoek juist gekeken is naar een totaal van 155 Nederlandse gemeenten. Zo staan er in de top tien hoogst beoordeelde gemeenten veelal gemeenten die in het onderzoek van de Atlas niet meegenomen zijn.”
Een andere verklaring: “Waar in dit onderzoek gebruik gemaakt is van (subjectieve) indicatoren in een enquête die voorgelegd is aan de inwoners van een plaats zelf, heeft Atlas Research juist gekeken naar objectieve, feitelijke gegevens zoals de aanwezigheid van werkaanbod, culturele voorzieningen, afstand tot groen, horeca en onderwijs.”
Wat ook blijkt is dat het verschil tussen dorpen en steden, tussen het landelijk en stedelijk gebied, kleiner is dan tussen verschillende buurten onderling. “In sterk stedelijke gebieden is het gemiddelde rapportcijfer iets lager dan bij respondenten die in landelijk gebied wonen. Wij concluderen dat deze kloof tussen stad en platteland echter vaak wordt overdreven. Het doet er namelijk vooral toe of je in een rijkere of armere buurt woont. Het verschil tussen prettige en minder prettige buurten is veel groter binnen de stedelijke en landelijke gebieden dan tussen de grote steden en het platteland. Het valt op dat er vooral binnen grote steden aanzienlijke verschillen zijn tussen ‘goede’ en ‘slechte’ buurten.”