Toeval bestaat niet
- Arianne
- 05-09-2026
- Nieuws
COLUMN - Het is een veel onderzocht fenomeen: toeval. En iedereen herkent het wel. Een vogel voor het raam als je aan iemand denkt, een vlinder die op een foto landt van een overleden geliefde.
Op de dag dat we mijn vader begroeven, landde er een libelle op de staart van mijn moeder. Zomaar. Midden op de Beukenhof. Terwijl we in stilte wandelden tussen rouwboeketten en ingehouden verdriet, streek dat kleine ding neer alsof het precies wist waar het moest zijn. Sindsdien komen we libellen tegen op de meest onmogelijke tijden en plaatsen. “Daar is papa weer”, zeggen we met een glimlach als hij zich weer laat zien.
Op een raam op de zevende verdieping. Op een fietsstuur in de stromende regen. In de tuin van mijn vriendin waar dit prachtige insectensoort in principe nooit te zien is. Elke keer denk ik hetzelfde: toeval bestaat niet. Of wel? Dat is natuurlijk de hamvraag.
Je kunt het rationeel wegwuiven. Libellen zijn er nu eenmaal veel, ons brein is een patroonmachine en we zien ook wat we willen zien. En toch zit er iets in die momenten dat veel groter voelt dan biologisch toeval. Alsof het universum af en toe eventjes een vinger opsteekt en zegt: “Ik ben er, ik zie je”.
Laatst overkwam het ons weer, op een plek waar je dit het aller minst verwacht: bij de opticien. We waren daar voor een nieuwe bril voor mijn wederhelft Hans. Na een nauwkeurige meting, een stapel monturen, passen, kijken en twijfelen waren we er bijna uit. Serieus, verstandig, precies zoals volwassen mensen een bril kopen. Tot Hans, na een vluchtige blik naar rechts, zijn hand spontaan in het rek liet schieten en een felrode bril op zijn neus zette. “Of doe eens gek”, zei hij. En eerlijk is eerlijk: die bril stond hem fantastisch, dus de keuze was snel gemaakt.
Bij het bestellen bleek het model niet in het systeem te staan. Er moest gebeld worden naar het hoofdkantoor. Het showmodel dat op zijn neus stond, was de allerlaatste in heel Nederland! Hij moest meegestuurd worden vanuit de winkel, zo van het rek af.
Toen zei de verkoopster terloops: “Goh, de allerlaatste Nagtegaal.” Ik dacht dat ik het niet goed had gehoord. “Wat zei je? Zei je nou Nagtegaal?”
“Ja”, zei ze, wijzend naar het pootje van de bril. “Dit model heet Nagtegaal, kijk maar.”
Mijn adem stokte. “Maar… maar dat is mijn achternaam.”
“Nagtegaal”, herhaalde ze.
Ik stamelde: “En ook nog met dubbel g, niet met ‘c-h‘! ”
Een vrouw die ik nog nooit had gezien, in een winkel waar we min of meer per toeval waren beland, verkocht ons deze allerlaatste bril van Nederland aan mijn lief— met mijn achternaam erop. Er zijn duizenden brilmodellen op deze aarde. En Hans grijpt naar precies deze.
Ik zal nooit kunnen achterhalen wat er achter zulke momenten zit. Misschien is het toeval, statistiek, in dit geval een speling van rekken en voorraden. Maar ik ben ervan overtuigd dat het niet uitmaakt of het wáár is dat er een boodschap achter zit. Wat uitmaakt, is wat het met je doet.
Je het laat binnenkomen, of je schrijft het aan toeval toe.
Ik kies ervoor het volledig binnen te laten. Elke libelle, elke rode bril met mijn naam erop, elk vreemd toeval dat precies op het juiste moment op mijn pad verschijnt, neem ik aan als een warm, liefdevol klein knipoogje vanuit het universum. Gewoon omdat het leven er zachter en betekenisvoller van wordt. Het ontroert, tovert een glimlach op mijn gezicht en ik groet de hemel met liefde terug.
Toeval? Ik geloof het niet, maar het leven laat me af en toe iets bijzonders toe vallen. En dat vind ik toevallig heel bijzonder.
Arianne