Hoogstraat
- Han van der Horst
- 30-08-2026
- Winkelen
Foto gemaakt op 27 september 2025
COLUMN - De laatste jaren is bij mij een diepe afkeer ontstaan van stadgenoten die zeggen: 'Hebbie die Hoogstraat gezien? Vroeger kon je er over de hoofden lopen!' Ze kijken er dan bij of ze iets heel bijzonders te berde brengen, iets unieks, iets wat nooit iemand was opgevallen. Daarna verwordt de intelligent bedoelde blik tot een smalend lachje. 'Achheremetijd, jongen', denk ik dan, 'je hebt vandaag zeker een originele bui'. Ik zég het zelden want ik ben geen ruziezoeker, maar nu schrijf ik het een keertje op. Krijg allemaal de zenuwen met dat 'vroeger kon je over de hoofden lopen'. Rot dan op naar het strand, als je zo graag over hoofden wil lopen. Maar laat ons met rust.
Vroeger was het inderdaad veel drukker dan nu op de Hoogstraat. Dan heb ik het over meer dan een halve eeuw terug. De mensen waren toen veel minder mobiel. Winkelen of uitgaan in Rotterdam was een hele expeditie. Dat deed je niet zomaar. Dat was iets bijzonders. Mijn ouders kwamen gemiddeld twee keer per jaar op de Coolsingel, namelijk als ik weer eens uit mijn kleren gegroeid was. Dan moest er aangelegd worden bij C&A. Ik had een bloedhekel aan passen, maar de tramrit was een wereldreis. Ik herinner mij nog precies hoe op een gelukkige dag de rails over de Nieuwe Binnenweg werden vernieuwd. Nu reed onze tram om door Delfhaven en over de Westzeedijk. Toen was het helemaal een tocht naar onontdekte gebieden.
Maar voor het overige was voor ons gezin net als voor bijna alle andere families in Schiedam, de Koemarkt het centrum van de wereld. Je kwam daar via de Hoogstraat. Met een paar onderbrekingen - pakhuizen, het museum, twee afrollen naar het schippersinternaat en de pastorie van de Havenkerk - rijgen aan beide kanten van de straat de winkels zich aaneen. Het waren meestal heel kleine zaakjes en er bevonden zich ook melk- en groenteboeren tussen. En een paar slagers. Voor de massa der Schiedammers was de Hoogstraat het enige uitje. De portemonnees waren dun. Het was erg veel kijken en niet kopen.
Tegenwoordig zijn dat soort zaakjes allemaal weggeconcurreerd door supermarkten en winkelketens. Alleen mensen van mediterrane afkomst zien er brood in. Zij zijn nu de eigenaar van de kleine winkeltjes voor kleding en eerste levensbehoeftes. Je ziet ze langzaam maar zeker een plekje vinden op de moderne Hoogstraat.
Die wordt al lang niet meer door leegstand gekenmerkt. Steeds vaker openen kleine speciaalzaken met een ambachtelijk karakter hun deuren. Ze vinden hun klanten overal in het land. Zij maken een groot deel van de omzet online. Die winkel hebben ze alleen maar als een fysieke, tastbare ontmoetingsplek voor vaste klanten en als opslag. Dat maakt de Hoogstraat tot een plek waar je alleen maar komt als je een heel specifieke bestemming hebt. Het is geen flaneer- en hangstraat meer zoals vroeger. Na gedane zaken verlaat je de Hoogstraat weer. Daarom oogt het zo stil op het plaveisel.
Het gaat goed met de Hoogstraat, maar het is wel de Hoogstraat-nieuwe-stijl. De oude stijl, die is voorgoed verleden tijd.