Categorieën

Service

Vier mei

Vier mei
Gezond

Vier mei

  • Han van der Horst
  • 03-05-2026
  • Gezond
Vier mei

COLUMN - Door persoonlijke omstandigheden zal ik op vier mei waarschijnlijk niet bij de Plantage te vinden zijn. Ik zie denkelijk geen kans dan in Schiedam te zijn.

En dat is jammer want de vierde mei wordt bij ons altijd op voorbeeldige wijze gevierd. Dat wil zeggen: zonder fratsen, gewoon plechtig en zonder pogingen modern te doen op grond van het misverstand dat je daardoor jongeren bij de zaak betrekt. 

In grote lijnen ziet alles er al decennia hetzelfde uit. Het begint om half acht. De Rijnmondband speelt. Het beroemde gedicht Het Carillon van Ida Gerhardt klinkt met de beroemde regels 'Nooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter lief gehad'. De burgemeester houdt een speech. Twee minuten stilte. Daarna het Wilhelmus verzorgd door Harpe Davids. Kranslegging. Er komen steevast honderden mensen op af, die eerbiedig luisteren en zich stiekem afvragen hoeveel leden van de erewacht deze keer flauw zullen vallen. Oorspronkelijk werd die gevormd door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten in hun overals met armband. Ze waren gewapend met stenguns. Maar die zijn nu allemaal overleden en sindsdien leveren de (water)scouts de erewacht. Die zijn niet allemaal bestand tegen een uur lang stokstijf in de houding staan, maar dat vindt niemand erg. Uiteindelijk verloopt alles zeer waardig.

Datzelfde geldt voor de korte herdenkingsdienst die voorafgaand aan de herdenking op de Plantage plaats vindt in de nabije Nederlands Gereformeerde Kerk op de Westvest.

Er zijn nog twee herdenkingen. Op de Beukenhof liggen dertig Schiedamse oorlogsslachtoffers begraven. Voor hen is er om twee uur in de middag een speciale herdenking. De belangstelling daarvoor is groeiende. Om drie uur volgt een herdenking voor de Schiedammers die vielen op Nieuw-Guinea, in Indonesië en Korea. 

De burgemeester heeft het in zijn toespraak altijd over hedendaagse oorlogen en vervolgingen. Die haalt hij er steevast bij, maar de hoofdmoot van zijn verhaal heeft met de vierde mei, de bezetting en de slachtoffers uit die tijd te maken. Natuurlijk herdenken we ook de Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog gevallen zijn, maar dat is toch een gedachte achteraf. 

En zo herdenken wij vooral mensen die al zo´n tachtig jaar geleden vielen. Voor zover hun kinderen nog leven, zijn die inmiddels hoog bejaard. Vandaar dat er wel kritiek op deze plechtigheid klinkt: het is allemaal ver weg en abstract. We laten als het ware de huidige slachtoffers van al die oorlogen in de steek. Denk maar aan Gaza en de straat van Hormoez. 

Dit nu is een misvatting. Juist omdat de doden van de vierde mei steeds dieper in de geschiedenis wegzinken, krijgt hun herdenking een algemeen karakter. Dóór hen kunnen wij aan alle slachtoffers van oorlog en geweld denken die ons persóónlijk raken. De doden die we op de vierde mei herdenken, zijn ook hun vertegenwoordigers. Zij staan voor wie in JOUW hart wonen. Ook als dat anderen zijn. En daar biedt onze dodenherdenking in zijn traditionele vorm alle mogelijkheden toe. Om dat te doen. In alle rust. In het bijzonder tijdens de twee minuten stilte. 

Het zou heel anders zijn als deze plechtigheid was geactualiseerd. Dan zou de organisatie een keuze moeten maken: welke oorlogen nemen wij mee en welke partij in die oorlogen wordt geslachtofferd? Wie is de agressor? Daar zou dan ongelooflijk veel debat over komen, zeker nu in ons land de verhoudingen zo gepolariseerd zijn. Daardoor kun je niet voor jezelf herdenken. 

Nu kan dat wel. Laat de herdenking zoals ze is.