Categorieën

Service

Arie Onderdelinden was drijfveer van schrijfkring Rotonde

Arie Onderdelinden was drijfveer van schrijfkring Rotonde
In memoriam

Arie Onderdelinden was drijfveer van schrijfkring Rotonde

  • Kor Kegel
  • 30-04-2026
  • In memoriam
Arie Onderdelinden was drijfveer van schrijfkring Rotonde

Aat Onderdelinden was een geinponum; foto: Rob Siegerist

IN MEMORIAM - Gisternacht is Arie Onderdelinden overleden, vier weken voordat hij tachtig jaar hoopte te worden. Hij verbleef sinds drie weken op de palliatieve afdeling De Roos van verpleeghuis Driemaasstede, 450 meter vanaf zijn woning aan het Schubertplein in Schiedam-Groenoord.

Thuis was hij al sinds maart niet geweest, want hij verbleef eerst in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Daar kende hij veel artsen en specialisten en hij sprak ze aan met hun voornaam. Zijn hele leven leed Aat Onderdelinden aan colitis ulcerosa en vaak moest hij er in Leiden aan behandeld worden. Op het laatst kwam er een gezwel in zijn hoofd bij. Hij werd overgebracht naar De Roos. Zondag 19 april sprak hij op zijn kamer nog honderduit. Hij was altijd zeer spraakzaam geweest. Maar nog geen vijf dagen later was hij zo in slaap dat contact niet echt meer mogelijk was. Hij gaf wel zijn verzorgsters Melissa en Miranda aan pijn te krijgen.

In 1962 kreeg hij zijn eerste darmbloeding, maar op dinsdag 19 augustus 1969 was het voor het eerst nodig om in het LUMC opgenomen te worden. Dat was tweeënhalf jaar nadat zijn broer Piet op 23-jarige leeftijd was overleden aan epilepsie, opgelopen door een injectie tegen kinkhoest.

De laatste drie weken kreeg Arie Onderdelinden jr. nog veel bezoek, vooral van zijn buren, aan wie hij vele hand- en spandiensten verleende, en van de leden van de oudste schrijfkring van Nederland, Rotonde. Twee leden ervan, de honderdjarige Lily Kloots-Touwen en Greetje de Jong, besloten Rotonde op te heffen toen Aat in maart voor de laatste keer naar het LUMC zou gaan. Aat was de stuwende kracht geweest van deze regionale schrijfkring, opgericht in 1992 met leden uit Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Oostvoorne en Rockanje.

Aat was er de drijfveer van. Zonder zijn onafscheidelijke humor was er de pit uit. Dat was het meest opmerkelijke van Aat. Ondanks al het telkens weer tobben met zijn kwaal was hij een uiterst plezierig mens, een rasverteller, een positivo vol levenslust. Zijn buren op het Schubertplein en zijn mede-scribenten van Rotonde kunnen ervan mee praten. Hij kon een boom opzetten en vlak voordat het langdradig kon worden, voltooide hij zijn kout met de ene na de andere kwinkslag.

Kout = gebabbel, lekker kletsen. Aat hield wel van archaïsche woorden.

Drijvende kracht van Rotonde – daar is nog iets over te zeggen. Jaarlijks publiceerde de schrijfkring een bundel met de verzamelde verhalen van de leden, die gemeenschappelijk hadden dat ze hielden van proza en poëzie zonder pretenties. In 2017 was de titel van de jubileumbundel: ‘Drijfveren’. Het 25-jarig bestaan werd gevierd in de Poëzietuin van Ton en Eva Stolk, achter het Muziekmuseum Ton Stolk aan de Westhavenkade 45 in Vlaardingen. Het was voor Rotonde de vaste plek om het nieuwe schrijfseizoen te openen. Greetje de Jong en Arie Onderdelinden openden de feestelijke gelegenheid. Niet alleen leden van Rotonde lazen voor uit eigen werk; er waren ook collega-dichters van heinde en ver gekomen om een bijdrage te leveren.

Arie – vooral in de familie werd hij Aat genoemd, maar Arie Onderdelinden was zijn auteursnaam – had ook journalistieke gaven. In de zes jaar dat het Schiedamse maandblad De Binnenkant bestond, van 2008 tot in 2014, schreef hij oorspronkelijke verhalen, in prozaïsch Nederlands rond een actueel thema. Hij was goed thuis bij gezaghebbende bedrijven in de Schiedamse maritieme sector. Zo beschreef hij hoe de hangbrug in het Noorse Dalsfjord van Schiedamse makelij was, ontworpen en gebouwd bij HSM aan de Westfrankelandsedijk. En dat Barge Master aan de Karel Doormanweg een wereldprimeur had met het neutraliseren van de golfslag op oceanen, waardoor het voor de offshore veiliger werken werd. Evenzogoed schreef hij behartigenswaardige artikelen over lokale bedrijven als Mitzi Mode in de Boterstraat en kapsalon Elite(4)Men die met de Schoenenbaas één pand deelde aan de Dam 7.

Voor het laatste nummer van De Binnenkant schreef hij een reportage over de supersnelle totstandkoming van de brandweerkazerne aan de ’s-Gravelandseweg. Hij openbaarde dat de brandweer met één zwart-rode knop alle verkeerslichten op het Plein 1940-1945 kon bedienen. Zulke artikelen las je nergens anders in de Schiedamse pers.

Daarnaast was hij een enorme dierenvriend, die zich vaak over huisdieren van buren en vrienden ontfermde. Hij was zelfs bereid om te logeren in hun huizen, als ze met vakantie gingen en de hond, kat of kanarie niet konden meenemen. Op zijn balkon aan het Schubertplein kreeg hij een bijzondere relatie met een kauw.

Hij beschreef het in De Binnenkant. Toen Aat een keer hulp kreeg van een familielid bij het opruimen van zijn tjokvolle flatwoning, bleken ineens alle veertig nummers van het maandblad verdwenen. Aat was bedroefd. Maar redactielid Harr Wiegman, met een gouden archief, kon hem aan alle edities terug helpen. 

En dan had Arie Onderdelinden zowaar nog andere hobby’s. Hij was lid van een schietvereniging. En hij was een autodidact waar het ging om reparaties. Hij ging vaak langs bij zijn goede vriend Cees de Bie aan de Gustoweg en nam dan geregeld apparaten mee die stuk waren, zoals een kletsnat geraakte afstandsbediening. Als Cees dan vroeg: “Hoe heb je dat ding gemaakt?” antwoordde Aat guitig: “Dat vertel ik je niet, want dan heb je me niet meer nodig.”