Kerststal
- Han van der Horst
- 25-12-2015
- Nieuws
COLUMN - In het kringloopcentrum op de Parkweg stond een prachtige kerststal voor een bodemprijs: Dit was een duidelijk teken. Ik moest mijn aarzelingen ten opzichte van het kerstfeest laten varen en er dit jaar vol ingaan. Nu prijkt het stalletje bovenop een andere bijzondere vondst, ooit door mij bij de winkel van mevrouw Toth op de Hoogstraat gedaan, een echte Rigamundo met zenderaanduidingen in cyrillisch schrift. Voor kenners: dat is een echt product uit de communistische Sovjet-Unie.
De kerstgroep bestaat uit beelden van fors formaat en niets ontbreekt: aan de dakpunt prijkt een engel. Alle drie de koningen staan bij de kribbe netjes hun beurt af te wachten. De kleine Jezus wordt warm gehouden door de adem uit de neusgaten van de os en de ezel. Wat die ezel betreft, daar hebben ze in Zuid-Amerika een kerstliedje https://www.youtube.com/watch?v=ogJSyom8pO8 over gemaakt van een soort dat we in ons land ook wel zouden kunnen gebruiken naast al die sleepzangen.
Hoe dan ook, hij staat en hij lijkt een beetje op het stalletje dat mijn vader destijds voorzichtig neerzette op het dressoir. Later verving hij dit door een opstelling met grotpapier dat hij kocht bij de katholieke beeldjeswinkel op de Hoogstraat, vlak naast de pastorie (nu het gele pand van het City Management). Alleen katholieken weten wat grotpapier is. Het had een grauwzwarte kleur en je kon er gemakkelijk een prop van maken. Nadat je die dan weer voorzichtig uit elkaar had getrokken, moest je het nu gekreukte papier rond een kartonnen doos draperen. Zo ontstond een geloofwaardige grot want – leerden wij op school – waarschijnlijk was Jezus ergens in de bergen buiten Jeruzalem ter wereld gekomen. Want daar lieten herders toen hun schapen overnachten. Ik slikte dit alles voor zoete koek en gaf sindsdien de voorkeur aan zulke papieren grotten boven de houten stallen in de etalages.
Dankzij zulk grotpapier konden onze broeders op de Sint-Jozefschool in de kersttijd enorm uitpakken. Zij construeerden enorme berglandschappen waar de drie koningen en de herders doorheen trokken. Elke dag kwamen zij een stukje dichter bij de grot, waarin Maria en Jozef al een schuilplaats hadden gevonden, maar het kindje Jezus nog ontbrak. Broeder Longinus ging in zijn religieus-architectonische ambities zo ver dat hij het niet af kon met het materiaal van de school en ons allemaal vroeg om lege dozen en grotpapier mee te brengen, hoewel het ook kan dat daar een pedagogische bedoeling achter zat en hij onze betrokkenheid wilde vergroten bij het gevaarte dat naast en onder het bord vorm kreeg.
Mijn vader werkte bij drukkerij Steens op de Overschiesedwarsstraat. Hij bracht een flinke stapel diepblauwe vellen mee die ze op de zaak over hadden. Wat was ik trots, toen broeder Longinus ze gebruikte voor de hemel boven Bethlehem. Hij plakte er allemaal zilveren sterretjes op. Ik meen dat de ster van Bethlehem zelfs kon bewegen. En natuurlijk brandden overal kaarsjes, zoveel dat de hedendaagse brandweer er een rolberoerte van zou krijgen.
Zo sloofden de broeders zich allemaal op hun eigen manier uit om hun klaslokaal in de juiste kerstsfeer te brengen. Ik kon me voorstellen hoe de paus, wiens portret de klas sierde, goedkeurend zou knikken als hij al die pracht zag. Broeder Longingus, broeder Blasius en broeder Valerius vertelden allemaal hoe diep in de nacht op het Vaticaan de lamp achter één raam nog brandde. Daar zat Zijne Heiligheid Pius XII voor ons te zwoegen.
Toen gingen we over naar de zesde klas en werden wij langzamerhand een voor een twaalf. Elke zaterdag kwam meneer de deken zelf om ons godsdienstles te geven, want aan het eind van dat jaar zouden wij onze doopbeloften doen of plechtige communie. Dat is vergelijkbaar met de belijdenis in de protestantse kerken. Het was een belangrijke gebeurtenis, een mijlpaal in je leven en je kreeg dan net zulke grote cadeaus als op je verjaardag.
Onze onderwijzer broeder Valerius, was niet zomaar een broeder, maar de hoofdbroeder van de hele Sint-Jozefschool. Hij moest ons voorbereiden op de toelatingsexamens die toen nog voor de meeste middelbare scholen bestonden. Ook in dit opzicht stonden wij op een keerpunt in ons leven.
Toen brak de kersttijd aan. Broeder Valerius plooide voor in de klas op een tafeltje een fraaie rode doek, waarvan hij een punt met een punaise in de wand vastzette. Daarna plaatste hij voorzichtig een kribbe met Jozef en Maria. Dat was alles. Meer was er niet.
Wij waren geen kleine kinderen meer, verklaarde broeder Valerius, wij hadden al die poespas niet meer nodig. Wij waren groot genoeg om de kern van het kerstgebeuren en de verlossing door onze heer Jezus Christus te begrijpen. Daarom hadden wij als grote jongens genoeg aan die doek met die drie beelden erop. Ik voelde mij heel wat toen ik na school naar huis liep.
Toch heb ik de hele stal ingericht en voor volgend jaar koop ik zeker mos om de weiden rondom te verbeelden.
En als toegift nog wat muziek voor het kerstbal. https://www.youtube.com/watch?v=YWEbbLmBPLE