Categorieën

Service

Jongeren: 'Problemen niet afdoen als echte puberprobleempjes'

Jongeren: 'Problemen niet afdoen als echte puberprobleempjes'
Politiek

Jongeren: 'Problemen niet afdoen als echte puberprobleempjes'

  • Jan Schrijver
  • 05-03-2026
  • Politiek
Jongeren: 'Problemen niet afdoen als echte puberprobleempjes'

Foto's: Jan Schrijver

SCHIEDAM - Als ik op straat langs een groep mannen loop, begin ik te stotteren, stokt mijn adem. Als ik ’s avonds op straat loop, hou ik mijn telefoon aan mijn oor. Ik ben nog nooit aangevallen, maar hoor gefluister als ik langs mannen loop, ze zeggen van alles. Hoe ga je er als gemeenteraad voor zorgen dat vrouwen en meisjes zich veilig voelen? Veiligheid is je vrijheid.


Dat was samengevat de strekking van de introductie door Romaissa van het tweede thema van het vorige week bij De Kleine Ambassade gehouden Jongerenverkiezingsdebat: veiligheid. Ook in de bespreking van het eerste thema – wonen (zie dit artikel) – bleek het belang voor jongeren van veiligheid al. Voor ‘goed wonen’ vinden zij het erg belangrijk om elkaar in de woonomgeving te kunnen leren kennen. Dat draagt namelijk bij aan het veiligheidsgevoel. Na de door Romaissa gegeven introductie werd door gespreksleiders Bart Fase en Erik Korenstra aan de in totaal ruim negentig mensen in de zaal de volgende stelling voorgehouden:
‘Onveiligheid van vrouwen is geen vrouwenprobleem, maar een mannenprobleem.’ De stemkaarten in het publiek lieten zowel groene kanten (mee eens) als rode kanten (mee oneens) zien. 

Willie Greve, kandidaat-raadslid voor de PvdD, die er in zijn campagne geen doekjes om windt non-binair te zijn, maakte de statement dat 'we leven in een diep-patriarchale cultuur'. Kandidaat-raadslid voor de VVD, Parel Blonk, merkte op dat ze er verheugd over is dat de strijd tegen femicide en geweld tegen vrouwen en meisjes in Schiedam partij-overstijgend is opgepakt. Reinout Koek, kandidaat-raadslid FvD, wilde de stelling graag nuanceren: “Door het op deze manier ‘een mannenprobleem’ te noemen, zou je dat ook discriminerend tegenover mannen kunnen uitleggen. Daarmee zeg ik niet dat het geen probleem is. Het is een probleem van mensen en dat moeten we met elkaar oplossen.” 
Een meisje bracht in het verlengde van bovenstaande stelling een ander pijnpunt naar voren: “Als vrouw durf je het eigenlijk niet te zeggen, als je iets is aangedaan door een man.”    

Ook werd in het thema ‘veiligheid’ over de volgende stelling gesproken: 
‘In de stad van de toekomst moeten we ieders mening respecteren.’

Enkele reacties van de jongeren op deze stelling: 
“Je moet ieders mening wel respecteren, maar je hoeft niet iedere mening te accepteren.” 
“Je hoeft niet ieders mening te respecteren, bijvoorbeeld als die mening discriminerend is.”
 “Er is een verschil tussen iemands mening respecteren en de persoon respecteren.” 
“Als je ergens een mening over hebt, hoef je die niet altijd per se te uiten.”
 Zo noemden de jongeren verschillende invalshoeken, waar het publiek geduldig en met aandacht naar luisterde, kortom een toonbeeld van respect. 

Na een korte pauze volgde de bespreking van het derde en laatste thema van het Jongerenverkiezingsdebat: ‘mentale gezondheid’ met als eerste stelling:
 ‘Als jongere heb je alle ruimte om te vertellen dat je niet lekker in je vel zit.’

 Signe introduceerde het thema. “Ik heb mijn problemen lang weggestopt. Het is moeilijk om erover te praten. Toen ik er eindelijk in slaagde om het masker dat ik droeg af te zetten, kreeg ik te maken met een lange wachtrij voor hulp.”

Een meisje in de zaal over haar ervaring: “Ik heb het meegemaakt dat er - als je een probleem aankaart - wordt gezegd… ach je bent nog maar dertien, veertien jaar, dat zijn nou typisch puberprobleempjes… Ik vind dat ik dan niet serieus word genomen. Ze moeten mijn problemen niet afdoen als typisch puberprobleempjes. Als kind van die leeftijd heb je écht emoties.”

Een jongen in de zaal deelde het volgende: “Als je met een vertrouwenspersoon wil praten, gaat dat doorgaans via je ouders. Maar dat maakt het wel moeilijker om hulp te vragen, vooral als wat je wilt bespreken ook over je ouders gaat.”

“Ik heb meegemaakt dat ik bij een decaan iets wilde bespreken, maar dat ik daarvoor eerst iets op papier moest zetten”, zo noemde een meisje een andere ‘onnodige drempel’ om hulp te krijgen.

“Als volwassenen met helpen wachten tot iemand flink in de puree zit, dan doen ze het echt helemaal fout.” Applaus uit de zaal. En over naar de laatste stelling: 'Volwassenen leggen te veel druk op jongeren'. 
De meeste jongeren waren het daar wel mee eens. We noemen enkele reacties.

“Dat je ouders je motiveren is goed, dat ze zeggen dat je je huiswerk moet doen, dat je goede cijfers nodig hebt, en dat sporten goed is voor je gezondheid. Maar ze moeten niet gaan dreigen, ze moeten niet gaan demoniseren”, vond een jongen. 

Uit de zaal kwamen verder ook opmerkingen, zoals dat jongeren elkaar druk opleggen. Het onderling woordgebruik speelt een rol. Een voorbeeld van ‘hoe het niet moet’ werd genoemd: “Die leerlingen die zeggen… ik heb echt niet geleerd… en dan een 9 gehaald blijken te hebben.” Een blijk van herkenning van dit niet populaire gedrag was te horen in de zaal. 

Sun van Dijk, kandidaat-raadslid Lijst 1 (lijsttrekker) merkte op: “Waarom is het toch altijd zo dat je lading diploma’s, een groot huis en een dikke auto moet hebben om volgens je ouders zogenaamd geslaagd te zijn. Waarom zijn ouders niet gewoon trots op je als je goed in je vel zit, als jij tevreden bent met de opleiding die je doet of gedaan hebt, met het werk dat je doet en fijn vindt om te doen.” 

Na het slotapplaus konden de aanwezigen zich goed vinden in de afsluiting van de gespreksleiders, dat politici niet slechts incidenteel hun oren te luisteren moeten leggen bij jongeren, maar dat jongerenparticipatie een continu proces zou moeten zijn. Dat zou er wellicht aan kunnen bijdragen dat de afstand die er is tussen jongeren in een stad en de gemeenteraad kleiner wordt. Dat zal ook kunnen helpen om in algemene zin het vertrouwen van de jongeren in de politiek te vergroten. En dat is hard nodig als je een van de jongeren in de zaal hoort verzuchten: “Wij jongeren zien onszelf niet in het kabinet terugkomen… of misschien is het duidelijker om te zeggen, ik heb niet het gevoel dat ze echt iets voor òns doen.” Beamend geroezemoes van de jongeren uit de zaal, waarvan de meesten heel graag gehoord willen worden, maar ditmaal nog geen stemrecht hebben.