Theo Gootjes bewandelt nooit en te nimmer de gulden middenweg

22-02-2020 Uit Kor Kegel

Prenten: Theo Gootje, collectie Atlas van Stolk


SCHIEDAM – Altijd aan de wandel. Vroeger, met zijn vrouw José, een rondje binnenstad. Of vanuit Schiedam-Oost, weliswaar een stukje met de tram, wandelend naar de redactie van Het Vrije Volk en in latere jaren die van het Rotterdams Dagblad. Tegenwoordig zien we Theo Gootjes elke dag wandelen naar Frankeland, waar José moest gaan wonen.

Maar waar Theo Gootjes nooit gewandeld heeft… dat is op de gulden middenweg, want die bestaat volgens de beroemd geworden politieke tekenaar niet. Althans, voor hem niet. “Ik houd niet van net zo lang nuanceren tot je een compromis hebt. Je bent het ergens mee eens of niet. Ik houd van duidelijke opvattingen”, zegt hij in zijn woning aan de Oostsingel.

Het is niet alleen om die reden dat de aan Theo Gootjes gewijde tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam de subtitel ‘Altijd zwart-wit’ heeft. De andere reden is dat de politieke prenten van Gootjes dertig jaar lang bestonden uit zwarte inkt op wit papier.

Vanmiddag gaat die tentoonstelling open. ‘Theo Gootjes. Altijd zwart-wit’ wordt om vier uur geopend door ’s lands bekendste historicus Maarten van Rossem, die het ernstig betreurt dat politieke spotprenten de laatste jaren aan populariteit verloren hebben. Vorig jaar stopte nota bene The New York Times met politieke cartoons. Aanleiding was een tekening die antisemitisch zou zijn, maar door de tekenaar niet zo bedoeld was. Er was natuurlijk wel wat aan vooraf gegaan. In Denemarken ontstond in het najaar van 2005 een rel die wereldwijd aandacht kreeg, nadat het dagblad Jyllands-Posten de profeet Mohammed in twaalf cartoons had afgebeeld. De Deense cartoonrel leidde wereldwijd tot protesten en aanslagen. Denk ook aan de aanslag op het satirische weekblad Charlie Hebdo in 2015 in Parijs.

Theo Gootjes ziet zulke ontwikkelingen met lede ogen aan. “Ik ben tegen zelfcensuur. Dat moeten kranten niet doen, want dan geef je toe aan de onverdraagzaamheid”, zegt hij, duidelijk stelling nemend voor het vrije woord en de vrije expressie.

De situatie maakt dat het wel een goede tijd is voor satirici, zegt hij. “De uitdaging is groter. Deze tijd doet een appèl aan je creativiteit. Je moet als het ware tussen de lijnen door tekenen, zoals een journalist tussen de regels door iets kan vinden. Toen er veel spotprenten waren over het misbruik in de kerk, zag ik ergens een tekening van een kruis in het kruis van een misdienaar. Zelf tekende ik Christus aan het kruis, maar Christus omgekeerd, met de rug naar ons toe, alsof hij zich afkeert van de kerk uit schaamte voor het misbruik.”

Theo Gootjes komt uit en verkeert in een artistiek milieu. Zijn vader Leo en broer Piet schilderden. Zijn jongste zoon Matthijs is eveneens kunschilder. Zijn oudste zoons zitten in de muziek, Marcel drumt en Menno speelt gitaar. Zijn vrouw José is een dochter van de glazenier André Henderickx en zus van kunstenaar Sjef Henderickx. “Mijn vader was van de Haagse School. Hij hield van kleur, schilderde de natuur in volle kleuren. Hij begreep mijn zwart-wit tekeningen niet”, zegt hij.

Maar met die tekeningen kreeg Theo Gootjes landelijke bekendheid. Van 1970 tot 2005 las hij alle dag- en weekbladen. Overdag was het een beetje freewheelen (en wandelen door de stad), maar na het avondjournaal ging hij aan de keukentafel zitten om zijn pen in vitriool te dopen. Hij leverde vlijmscherpe commentaren op het dagelijkse nieuws en de resultaten stonden in Het Vrije Volk en – na de fusie in 1990 met het Rotterdams Nieuwsblad – in het Rotterdams Dagblad, toen de beste regionale krant van Nederland.

Als chroniqueur van zijn tijd tekende hij over het milieu, privacy, vluchtelingenbeleid en Europa. De solotentoonstelling toont aan hoe actueel zijn werk is gebleven. "Dat komt’’, zegt hij, "omdat mijn werk gaat over het menselijk tekort. Ondeugd is van alle tijden.’’ Maarten van Rossem prijst de hoge esthetiek in de prenten.

Theo komt uit een arm gezin met negen kinderen. Van de beeldende kunst konden ze niet leven. “We kregen bijstand van de kerk, maar dat gaf zo’n strenge controle of je niet toevallig een dubbeltje méér verdiend had, dat het gewoon vernederend was. Op mijn achtste jaar schopte ik iemand van de kerk die kwam controleren.”

Dat, en het moralistische van de katholieke kerk, bracht hem tot een links-kritische benadering van de maatschappij. En natuurlijk dat hij voor Het Vrije Volk ging tekenen, sterk gelieerd aan de PvdA. Aanvankelijk tekende hij voor reclamebureaus en drukkerijen. Hij reflecteerde op een advertentie in Vrij Nederland: “Wie durft er te werken bij Het Vrije Volk?” Daar was de roemruchte Herman Wigbold hoofdredacteur. HVV zocht een vormgever, maar Wigbold vroeg: “Wat kun je nog meer?”

Zeer getalenteerd, maar als politiek tekenaar in aanvang wat schuchter, begon hij Frits Müller te imiteren. “Frits was toen dé politiek tekenaar van HVV. Ik tekende zijn stijl nauwgezet na. Het verhaal gaat dat HVV-verslaggever Nico van Hees (1915-2002) in Amsterdam eens een doos politieke prenten aantrof, die hij kocht in de veronderstelling dat ze van Müller waren. “Maar het waren mijn tekeningen”, zegt Gootjes. Hetgeen iets zegt over zijn kwaliteiten.

Gootjes ontwikkelde een eigen stijl en gebruikte steeds minder lijnen om tot de essentie te komen. Eind jaren tachtig werd hij chef van de beeldredactie. Er was een fusie op komst met het Rotterdams Nieuwsblad. “Albert Hahn stond als politiek tekenaar aan de wieg van Het Vrije Volk, ik stond aan het graf ervan”, zegt hij. Na de fusie in 1990 zei hij tegen hoofdredacteur Jan Prins: “Politieke prenten en chef beeld, dat kan ik niet combineren. Prenten maken is een vak apart.” Dus spraken ze af dat hij freelancer werd met een gewaarborgde afname van drie prenten per week, voldoende om ervan rond te komen.

Eén keer kreeg hij van Prins een standje, maar Prins kon dat altijd met pretogen doen. De redactie had een tekening geweigerd waarop Jezus premier Peter Balkenende in de nek spuugde. Maar, vindt Gootjes, een politieke prent is pas een politieke prent als hij geplaatst is. Dus leverde hij dezelfde tekening een dag later in toen een argeloze stagiair de honneurs waarnam…

Jan Prins stond vierkant achter Gootjes. "Toen Neelie Kroes eens dreigde met een rechtszaak als een tekening van Gootjes geplaatst zou worden, aarzelde de redactie, maar Prins drukte door. Als we nu toegeven aan mensen die de persvrijheid geweld aandoen, zal het steeds erger worden”, zei Prins.

Toen het Rotterdams Dagblad in 2005 net als andere regionale dagbladen fuseerde met het Algemeen Dagblad, werd Jan Bonjer hoofdredacteur. De koers veranderde. Geen politieke analyse meer, Gootjes werd nog wel geduld. “Ik heb nooit begrepen hoe zowat de hele redactie zich naar Bonjer schikte. Alle grotere artikelen in een zelfde voorspelbaar stramien.”

De solotentoonstelling van Theo Gootjes is te zien tot en met zondag 24 mei.



Gerelateerd