Categorieën

Service

Achtergelaten blikjes verraden inbreker in Schiedam: tien maanden cel

Achtergelaten blikjes verraden inbreker in Schiedam: tien maanden cel
Nieuws

Achtergelaten blikjes verraden inbreker in Schiedam: tien maanden cel

Achtergelaten blikjes verraden inbreker in Schiedam: tien maanden cel

SCHIEDAM - Een blikje Red Bull op de tuintafel, nog een blikje in het gangpad en een blikje frisdrank in de prullenbak. De bewoners hadden ze daar niet achtergelaten. Die vondsten werden belangrijk bewijs tegen een man die in juli vorig jaar twee woningen in Schiedam binnendrong. De rechtbank Rotterdam heeft hem daarvoor tien maanden gevangenisstraf opgelegd.

Bij de eerste inbraak, op 12 juli 2025, verdwenen een tablet, een laptoptas met een laptop en een externe harde schijf, en een schoudertas met contant geld. De bewoner ontdekte dat de schuifpui openstond. Ook de deur van de serre stond open. De hor zat nog dicht, maar het gaas was kapotgemaakt.

In en rond de woning lagen drie drankblikjes die de bewoners niet hadden achtergelaten of leeggedronken. Op alle drie werd DNA van de verdachte aangetroffen. Op de drinkopening en het lipje van beide Red Bull-blikjes vonden onderzoekers een DNA-profiel dat met hem overeenkwam.

Zijn advocaat wees erop dat blikjes verplaatsbaar zijn. Dat het DNA van de man erop zat, betekende volgens de verdediging nog niet dat hij de inbreker was. De rechtbank vond de combinatie van sporen wel overtuigend. De man gaf geen verklaring voor de aanwezigheid van drie blikjes met zijn DNA in en vlak bij de woning. Bovendien vertoonde de inbraak opvallende overeenkomsten met een tweede inbraak, drie dagen later.

Een onbekende in de woonkamer

Bij die tweede inbraak, op 15 juli, was iemand thuis. Het zusje van de aangeefster was beneden en belde haar met de mededeling dat er een man in de woonkamer stond. In de keuken stonden twee kasten open en lagen spullen op de grond. Een autosleutel die op de eettafel had gelegen, was verdwenen.

Een camera bij de buren had die nacht vastgelegd hoe een man door de tuinen trok. Om 04.18 uur trok hij zich op aan een schutting, keek de naastgelegen tuin in en klom eroverheen.

De beelden hielpen de politie gericht naar sporen te zoeken. De gefilmde man droeg geen handschoenen. Onderzoekers zagen waar bij het klimmen handen op een schuttingpaal en de bovenste plank waren gezet. Op beide plekken werd DNA van de verdachte gevonden.

Volgens de rechtbank pasten de twee inbraken in hetzelfde patroon: midden in de nacht, via de achterkant en over de schutting. De woningen lagen binnen een straal van één kilometer van elkaar en de inbraken volgden kort op elkaar. Dat woog mee bij het bewijs voor de eerste inbraak.

Dat de man bij de tweede inbraak met een ander samenwerkte, zoals hem ook was verweten, kon niet worden bewezen.

Hoog risico op herhaling

De man, geboren in 1978 en zonder vaste woon- of verblijfplaats, is al vaak veroordeeld voor soortgelijke delicten. Dat rekent de rechtbank hem aan. Volgens de rechters brengt een woninginbraak een gevoel van onveiligheid teweeg en wordt de privacy van bewoners geschonden.

De reclassering beschrijft een instabiel bestaan, zonder vast inkomen en met langdurige problemen met cocaïne en heroïne. De man zegt te willen stoppen met drugs en weer in de bouw te willen werken. Het risico dat hij opnieuw de fout ingaat, wordt echter hoog ingeschat.

Mogelijkheden voor toezicht ziet de reclassering niet. De man heeft geen geldige verblijfsvergunning en kan volgens het rapport geen aanspraak maken op de voorzieningen waarvan de reclassering voor begeleiding afhankelijk is.

Het Openbaar Ministerie had zestien maanden cel geëist. De rechtbank kwam uit op tien maanden. De rechters vonden onder meer dat het overhoophalen van de woningen slechts beperkt was gebeurd. Ook was niet gebleken dat de man bewust kwetsbare slachtoffers had uitgezocht. Daarnaast hield de rechtbank rekening met een andere veroordeling. Het voorarrest wordt van de straf afgetrokken.

Een slachtoffer van de eerste inbraak vroeg om 10.000 euro voor materiële schade en 50.000 euro aan smartengeld. De rechtbank vond die bedragen onvoldoende onderbouwd om er binnen deze strafzaak over te beslissen. Het slachtoffer kan de claim nog voorleggen aan de burgerlijke rechter.