Raad van State geeft de Pacha steuntje in de rug
- Kor Kegel
- 21-06-2017
- Uit
Burgemeester Lamers moet de proceskosten aan de Pacha vergoeden en opnieuw een besluit nemen, maar dat zou in theorie hetzelfde besluit kunnen zijn, want over de inhoud daarvan heeft de Raad van State zich niet uitgelaten
De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State laat zich niet uit of burgemeester Cor Lamers die eis mocht stellen. Met het opnieuw moeten nemen van een beslissing krijgt Lamers immers de ruimte om die voorwaarde te handhaven. Het is slechts om procedurele redenen dat de Raad van State het besluit van Lamers van donderdag 25 juni 2015 heeft vernietigd. Lamers verklaarde het bezwaarschrift van de Pacha als niet-ontvankelijk en dat had hij niet moeten doen.
Tevens heeft de Raad van State de uitspraak van 14 juli 2016 van de Rotterdamse rechtbank vernietigd, waarin de rechtbank de burgemeester gelijk gaf. Gisteren besliste staatsraad mr. Hanna Sevenster tevens dat Lamers de proceskosten van 1980 euro en het griffierecht à 418 euro aan de Pacha en hun advocaat moet vergoeden.
De gemeente Schiedam kan tegen de uitspraak in beroep gaan, maar alleen bij de afdeling Bestuursrechtspraak. Dat besliste mr. Sevenster “met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil.”
Hanna Sevenster heeft de feiten op een rijtje gezet. De Pacha vroeg aanvankelijk op vrijdag 3 oktober 2014 een evenementenvergunning aan voor een striptease-act die drie weken later zou plaatsvinden. Telefonisch werd aan Jeanette van der Valk meegedeeld dat de burgemeester voornemens was de vergunning te verlenen, maar met het voorschrift dat de dansers altijd een slip of string aan moeten hebben.
Burgemeester Lamers concludeerde dat de Pacha aan de vergunning geen behoefte meer had, toen hij op Facebook las dat de striptease-act was geannuleerd.
Jeanette liet op vrijdag 31 oktober in een ‘bezwaarschrift’ aan de burgemeester weten dat je niet meer kunt spreken van een striptease als de dansers niet tot het laatste kledingstukje mogen strippen. Ze vroeg die eis te laten vallen. En ze liet weten het evenement alsnog te willen laten doorgaan, nu op de zaterdagavond van 27 december 2014. Lamers verleende de vergunning op woensdag 26 november maar inclusief het voorschrift dat erop neerkwam dat de dansers zich niet geheel mochten ontbloten.
Twee dagen later klom de Pacha in de pen. Mike en Jeanette waren het niet eens met het kledingvoorschrift. Maar de burgemeester heeft deze brief van 28 november niet als bezwaarschrift opgevat, omdat de Pacha nog niet bekend kon zijn met zijn besluit van twee dagen eerder. Het was nog met de post onderweg. Lamers had het bezwaarschrift van 31 oktober beschouwd als zienswijze ter voorbereiding op zijn vergunningverlening. Lamers redeneerde dat hij ondanks de brief van 28 november geen formeel bezwaarschrift ontving tegen zijn besluit van 26 november 2014.
Staatsraad Hanna Sevenster is het in zoverre met burgemeester Lamers eens dat er redelijkerwijs mocht worden getwijfeld of de brief van 28 november een bezwaarschrift kon zijn tegen een nog niet ontvangen besluit van 26 november. De Pacha kon hier immers nog niet bekend mee zijn, zoals Lamers volgens Sevenster terecht stelt.
Maar feit is dat de brief van de Pacha ná Lamers’ besluit bij de gemeente is binnengekomen en dat er argumenten in staan die ook al in de brief van 31 oktober waren genoemd. Mr. Sevenster vindt dat het Lamers “vanuit een oogpunt van zorgvuldigheid niet vrij” stond om de brief niet aan te merken als bezwaarschrift. Hij had de moeite moeten nemen om bij de Pacha uitsluitsel te verkrijgen over de bedoeling. Hij had ook meteen de Pacha het voordeel van de twijfel kunnen geven door de brief van 28 november als bezwaarschrift te waarderen.
Toen de Pacha niets meer vernam en een tijd later aan de bel trok, was de bezwaarschriftentermijn overschreden. Volgens de burgemeester was er dus geen ontvankelijk bezwaarschrift. Op 25 juni 2015 verklaarde hij een later ingediend bezwaarschrift als niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Van de Rotterdamse rechtbank kreeg Lamers op 14 juli 2016 gelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de Pacha ongegrond. Maar staatsraad Sevenster betoogt dat de rechtbank voorbijgegaan is aan wat Lamers uit zorgvuldigheid beter had kunnen ondernemen. Het hoger beroep van de Pacha bij de Raad van State is dan ook gegrond. En daarom heeft Hanna Sevenster het besluit van Lamers van juni 2015 en de uitspraak van de rechtbank van juli 2016 vernietigd.