Reuderink en de slavenhandel
- Han van der Horst
- 12-11-2023
- Nieuws
COLUMN - Collega Maarten Reuderink haat woke en aanverwante verschijnselen. Hij behoort tot de blanken die niet van plan zijn zich een schuldgevoel te laten aanpraten met betrekking tot de duistere kanten van de vaderlandse geschiedenis. Het raadslid volgt dan ook met wantrouwen de activiteiten die worden ontplooid rond een mogelijk slavernijverleden van Schiedam. Ze hebben wel de zegen van D66-wethouder Anouschka Biekman.
Reuderink vraag al lange tijd als raadslid om een lijst van bronnen waaruit blijkt dat ook Schiedam niet van smetten vrij is als het gaat om de trans-Atlantische slavenhandel. Wat hij aan informatie kreeg, beviel hem niet en daarom doet hij nu een beroep op de Wet Open Overheid. Hij wil dat alle relevante stukken die sinds 2018 werden ontdekt, op tafel komen.
Dit is tegelijkertijd een vreemde beroepsopvatting en een blijk van luiheid. Iedere Nederlander heeft toegang tot de archieven van de overheid. In de aangepaste archiefwet van 1995 staat dat eenieder kosteloos, kosteloos dus, de 'archiefbescheiden' mag raadplegen. Daar zitten bepaalde restricties aan, maar die doen er hier niet toe, zeker omdat het over stukken uit een ver verleden gaat.
Wie een archief betreedt, bijvoorbeeld dat van de gemeente Schiedam, wordt niet een of ander vertrek vol paperassen binnengebracht. De archiefstukken worden door speciaal opgeleide medewerkers zo opgeborgen dat niet alleen zij zelf, maar ook ieder ander ze gemakkelijk kan terugvinden. Die bijzondere manier van bewaren is de kern van het vak. Onze stadsarchivaris Laurens Priester bijvoorbeeld kon zijn functie alleen maar krijgen omdat hij na voltooiing van zijn studie aan de Erasmus Universiteit de postacademiale Rijksarchiefschool volgde.
Maarten Reuderink doceert al sinds jaar en dag geschiedenis. Hij wéét dat hij altijd een afspraak kan maken op het archief om daar met behulp van de vakkrachten zelf op zoek te gaan. In zijn geval naar stukken betreffende de betrokkenheid van Schiedammers bij slavenhandel en slavenbezit.
Heel veel kan Reuderink tegenwoordig met zijn computer thuis opsporen. Dankzij AI staat een belangrijk deel van het notarieel archief online of misschien wel het hele notariële archief inmiddels. Dat bestaat voor een belangrijk gedeelte uit testamenten en zakelijke contracten. Vroeger was een onderzoek tussen al die duizenden documenten zoeken naar een speld in een hooiberg. Nu kun je met de juiste zoekwoorden – slaven bijvoorbeeld – de documenten naar voren halen die je wilt hebben. Een fluitje van een cent is het ook weer niet maar het gaat heel makkelijk. Zo kom je er bijvoorbeeld achter dat bepaalde rijke Schiedammers een slavenplantage bezaten. En wie weet heeft een gefortuneerde stadgenoot wel eens slaven geërfd die ergens op een plantage voor hem zwoegden. Ik weet het niet. Maar één ding weet ik wel: geschiedkundig onderzoek moet je zélf doen.
PS. Voor meer achtergronden over het verzoek van Maarten Reuderink om de bronnen met betrekking tot de slavenhandel van Schiedammers vrij te geven, zie hier.