Categorieën

Service

Hoogtij voor Cobra - op zolder

Hoogtij voor Cobra - op zolder
Uit

Hoogtij voor Cobra - op zolder

  • Redactie
  • 04-02-2017
  • Uit
Hoogtij voor Cobra - op zolder

Acrobatenschip van Jan Nieuwenhuijs

SCHIEDAM - Het Stedelijk Museum Schiedam laat vanaf vandaag zijn mooiste werken van Cobra zien. Met bijzondere aandacht voor drie schilderijen van Jan Nieuwenhuijs, die het museum in langdurige bruikleen heeft.

De semi-permanente tentoonstelling 'Appelzolder: CoBrA-topstukken', bevat onder meer het Oerbeest van Karel Appel uit 1951 en werken van Eugène Brands, Constant en Corneille.

Maar opmerkelijk zijn ook de werken van Nieuwenhuijs. Na de solotentoonstelling die het voor hem vier jaar geleden inrichtte, mocht het stedelijk museum drie van diens werken in bruikleen nemen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ze zijn te zien op de Appelzolder. Het gaat om Hanengevecht uit 1948, Danseres met vogels uit 1951 en uit het zelfde jaar Acrobatenschip (zie de afbeelding).

Het bijzondere aan de werken is dat ze precies uit de periode 1948-1951 komen, aldus Nicole Theeuwes, programmamanager Relatieontwikkeling & Promotie van het museum. Dat was de hoogtijd van Cobra. De schilderijen zijn volgens haar 'van een uitzonderlijk hoge kwaliteit'. "Je ziet met name in de werken uit 1951 goed de invloed die Paul Klee had op Nieuwenhuijs. Hij wordt ook geïnspireerd door de spontaniteit van het kind en door het onderbewuste, zoals bij het surrealisme. Zijn werk is hierdoor sprookjesachtig en rijk aan kleuren en vormen." Nieuwenhuijs heeft een voorliefde voor thema’s uit het circus en fantasiedieren. "Zo stapelt hij als een acrobaat verschillende figuren tot ruimtelijke bouwsels, die los en vloeiend over het doek bewegen. Dit geeft hem grote vrijheid om een droomwereld te creëren, waarin hij allerlei materialen en technieken combineert", aldus Theeuwes.

Op de Appelzolder zullen verder werken te zien zijn van Theo Wolvecamp, Lucebert, Anton Rooskens, Jan Elburg en Lotti van der Gaag. Van enkele kunstenaars zijner ook filmpjes.

De titel van de tentoonstelling verwijst naar de tijd dat bijna driehonderd werken van Karel Appel op de zolders van het museum lagen opgeslagen. De kunstenaar zit op dat moment in Parijs. In 1959 weet conservator Pierre Janssen – na lang praten met Appel – daarvan zesentwintig gouaches en tekeningen aan te kopen. Dat maakt dat het stedelijk museum de belangrijkste vroege Cobra-collectie in Nederland bezit, samen met het stedelijk museum in Amsterdam.

"Het zijn werken die heel goed de diverse aspecten van het Cobra-gedachtegoed weergeven", zegt conservator Colin Huizing. "Het credo luidt: vrijheid en vernieuwing." De kunst gaat over de verschrikkingen uit de oorlog en het omarmen van het experiment. De expressieve energie van vreugde en vrijheid en herinneringen aan de oorlog wisselen elkaar volgens Huizing af.

De Cobra-collectie van het museum groeit nog steeds; bijzonder, want de werken zijn niet meer betaalbaar. Dankzij de bruikleenovereenkomsten, zowel met particuliere als de rijksdienst, kan het museum echter toch nieuwe werken blijven tonen.

De kunstenaars van Cobra staan symbool voor de herwonnen vrijheid na de Tweede Wereldoorlog. In de sobere jaren van wederopbouw zoeken deze ‘experimentelen’ een nieuwe creativiteit. Hun kunst is spontaan, vitaal, kleurrijk en fantasievol. Ze werken drie jaar samen, van 1948 tot 1951. De hoofdsteden van de landen van herkomst leveren de naam: Copenhague, Bruxelles, Amsterdam.

Over een uur, om half vier, wordt de tentoonstelling officieel geopend. Tegelijkertijd zijn de tentoonstellingen Echt Schiedams en die over Diet Wiegman dan voor het eerst te zien.