Een bijzonder informatiebord
- Han van der Horst
- 17-05-2026
- Nieuws
Foto: gemeente Schiedam
COLUMN - Aan de entree van het nieuwe parkje tussen de ruïne en het Proveniershuis staat al een jaar of wat een groot informatiebord over vrouwe Aleida en het kasteel dat zij liet bouwen. Dat mag ook wel, gezien de povere resten die er nog van over zijn.
Nu staat middenin, vlakbij enkele stoeltjes, een tweede bord. Het brengt de joodse begraafplaats in herinnering die daar bijna twee eeuwen lang in de buurt lag. Niet op de plek van het parkje maar aan de andere kant van het Stadskantoor. Ik vermoed iets uit het midden van het Stadserf.
Dinsdagmiddag is dat tweede bord onthuld door burgemeester Harald Bergmann en de Rotterdamse rabbijn Jehoeda Vorst.
Oude Schiedammers weten nog wel dat de stad ooit een kleine joodse begraafplaats kende, maar met eigen ogen aanschouwen, dat was er niet bij. In 1938 is het kerkhofje namelijk buiten gebruik gesteld en daardoor was het geheel door struikgewas overwoekerd.
Voordat aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw de bouw van het Stadskantoor begon, zag die plek er heel anders uit. De ruïne ging deels schuil achter geboomte. Je kon er niet bij komen want er stonden hoge hekken voor. Er liep een breed kaarsrecht pad langs. Dit vormde een verbinding tussen de Broersvest en de Singel op de hoek van de Emmastraat. Voorbij de ruïne stond de Schiedamse brandweerkazerne. De Emmastraat was nog aan beide kanten bebouwd. Tussen het Emmaplein, de Broersvest en de Singelkerk strekte zich het bescheiden Emmapark uit. Dat was oorspronkelijk de openbare begraafplaats van Schiedam. Daarvan zijn de graven geruimd en verhuisd, toen de Beukenhof in gebruik werd genomen.
Ik heb als jongen van dertien of zo het Joodse kerkhof wel gezien. Toen het Stadskantoor - althans de hoge flat - de brandweerkazerne had vervangen, werd er een brede autoweg aangelegd in plaats van het wandelpad. De gemeente kapte het groen en zo werden de Joodse graven zichtbaar. Ze lagen in de middenberm van de nieuwe weg.
Eigenlijk hoorden de overledenen daar voor de eeuwigheid te blijven. Joodse graven mogen om religieuze redenen nooit worden geruimt. Bij hoge uitzondering is het mogelijk dat het opperrabbinaat toestemming geeft tot verplaatsing van de stoffelijke resten en de grafstenen, maar dat alleen in uiterste nood. Dat is in het Schiedamse geval gebeurd omdat door de komst van het Stadskantoor het grondwaterpeil enorm steeg. Om pijnlijke situaties te voorkomen, zijn de stoffelijke overschotten op een speciale rituele manier onder rabbinaal toezicht verhuisd naar de joodse begraafplaats van Rotterdam aan het Toepad. Rabbijn Vorst vermoedt dat zijn opa, ook rabbijn, daar nog bij betrokken is geweest.
Vóór de onthulling van het informatibord hield hij een korte toespraak. Hij vertelde ons - er waren een kleine twintig belangstellenden - dat de joden twee woorden voor begraafplaats kennen, beet chajiem en beet olam. Het ene betekent 'huis van leven', het andere 'huis van eeuwigheid'. De rabbijn hield het kort. Dus was het aan het publiek hierop te kouwen en er een betekenis aan te geven. Ik vond het mooie aanduidingen voor een plek waar je geliefden te ruste legt. Het is troostrijk dan te beseffen dat zij overgegaan zijn naar een huis van leven.
Het joodse kerkhof van Schiedam is altijd maar klein geweest, kleiner zelfs dan de katholieke begraafplaats tegenover de Jacobuskerk in Kethel. Dat komt omdat de joodse gemeenschap in Schiedam - in 1786 gaf het stadsbestuur joden toestemming zich hier te vestigen - altijd klein is gebleven. Het lukte op den duur zelfs niet de synagoge aan de Achter de Teerstoof in stand te houden. Het aantal joden groeide wel tot een kleine driehonderd na het bombardement op Rotterdam. Hier was nog woonruimte. Voor de allermeesten van hen bleek Schiedam de eerste voorhof naar de Ondergang. Des te belangrijker dat wij de herinnering aan hen levend houden. Juist in deze tijd.
Het archief heeft interessante foto´s. Kijk hier hoe de joodse graven worden overgebracht naar Rotterdam.
Hier enkele grafstenen.
De weg die het pad langs de ruïne verving. De joodse begraafplaats lag in de middenberm. Op de achtergrond de stomp van de Oostmolen, die in de jaren zestig werd afgebroken, hetwelk schande!