Luuk Ruys neemt afscheid van De Groot Fonds
- Ted Konings
- 25-01-2026
- Nieuws
Wisseling van de wacht: Luuk Ruys geeft het stokje over aan Manja van der Plasse
SCHIEDAM - Wisseling van de wacht bij het De Groot Fonds: Luuk Ruys neemt afscheid als directeur van het vermogensfonds en wordt opgevolgd door Manja van den Bos. De gelegenheid bij uitstek om met Ruys door te nemen wat het De Groot Fonds de afgelopen jaren voor Schiedam heeft kunnen betekenen. Van den Bos schuift bij het gesprek aan.
Het De Groot Fonds, vernoemd naar Alewijn de Groot, bestaat sinds 1956. De grondlegger was een vermogende Schiedammer, die al tijdens zijn leven mensen die het nodig hadden af en toe een financieel steuntje in de rug gaf en omdat hij kinderloos was, besloot dat zijn geld na zijn overlijden het best ten goede kon komen aan ‘de hulpbehoevenden’. In die zeventig jaar is er niet zo veel veranderd. Nog altijd is het fonds een belangrijke pijler onder het sociaal leven in de stad. Niet zozeer meer voor de mensen die het financieel moeilijk hebben, maar vooral om organisaties het hoofd boven water te laten houden. “Dat is ook onze werkwijze”, vertelt Ruys. “We ondersteunen geen privépersonen, maar stichtingen en verenigingen.” Die kunnen op hun beurt goede werken doen, en ervoor zorgen dat er ook voor mensen met een kleine portemonnee mogelijkheden zijn op iets bijzonders of moois.
Volgens Ruys heeft De Groot nooit bevroed dat zijn fonds na al die jaren nog zou functioneren. Niet eens zozeer omdat het na verloop van tijd overbodig zou worden, door stijgende welvaart bijvoorbeeld, en een steeds beter sociaal vangnet, maar vooral omdat hij nooit gedacht had dat zijn kapitaal zou volstaan om zo lang door te gaan. Volgens Ruys heeft het fonds echter zo’n mooi rendement behaald met zijn beleggingen, dat momenteel het ondersteunen van de sociale doelen in de stad gebeurt met de revenuen die ieder jaar op het uitgedijde kapitaal van De Groot binnenkomen. “Door goed bestuur is het vermogen in stand gebleven, ook al gaven we ieder jaar geld uit.”
Het De Groot Fonds werkt met een bestuur, bestaande uit vier Schiedammers, en directeur en een adminstrateur. Vijf keer per jaar komt het bij elkaar en besluit over de door de directeur voorgelegde aanvragen. Dat zijn er zo’n tweehonderd projecten per jaar. Daarmee was in 2022 om precies te zijn 510.843 euro gemoeid, in 2023 965.155 euro.
Dat zijn er nogal wat. Wat zijn de projecten waaraan Ruys (79) met het meeste plezier terugdenkt? Zeven hoogtepunten van de afgelopen jaren schieten hem direct te binnen: “Schiedam 750, maar ook Vlaardingen 750, Stadsherstel Maassteden, de Monopole, het kunstwerk De Vier Jaargetijden van de kunstenaar Jan Willemen, het Vrijheidsmonument en Hotspot Hutspot.” Die laatste twee werden echt financieel mogelijk gemaakt door het De Groot Fonds; de andere vijf zaken werden samen met het Fonds Schiedam Vlaardingen eo. gesubsidieerd.
Hotspot Hutspot is een apart verhaal. Het initiatief om Hotspot Hutspot naar Schiedam te brengen stamt uit 2015 en kwam bij het De Groot Fonds via Ed Gloudi en Joke de Haan, zo vertelt Ruys. “Hotspot Hutspot is door Bob Richters opgericht met als doel het realiseren van een leerwerk traject voor mensen met een achterstand. Hij kwam bij het ons aankloppen met een aanvraag voor de inrichting in Schiedam van zijn sociale keuken.” Het moest een ‘goede, sociale plek’ worden om mensen-met-een-verhaal aan het werk te zetten en initiatieven aan te pakken die ook mensen met weinig inkomen goed eten voorzetten. Het plan voor Hotspot Hutspot betrof in eerste instantie een ander pand. “Dat pand is niet doorgegaan. Maar we hebben het plan goed doorgesproken. Toen kwam opeens de Kloosterplaats aan de orde. Wij zeiden: is dat niet iets voor jullie? De gemeente besteedde het openbaar aan, dus was er concurrentie. Maar wij bleken gezamenlijk de beste.” Het De Groot Fonds kocht het pand. “Bob en ons enthousiasme heeft het project echt doen ontstaan”, aldus Ruys nu. Een project waarvoor een lange adem nodig was, dat complex was, maar waar het blijvende enthousiasme dus de zaken steeds ten goede keerde. Het sociale restaurant kwam er. “Bedenk bijvoorbeeld dat het ook een grote stimulans is naar de gemeente toe, als wij ons met onze financiële kracht achter zo’n project zetten”, aldus Ruys. “Tenslotte werd de stad ook enthousiast voor het idee van een Hotspot Hutspot in die voormalige gymzaal, dat is toch wat anders dan dat er weer een appartementengebouw zou zijn verschenen.”
Bij de Monopole speelde iets vergelijkbaars. Een gezichtsbepalend gebouw, in eigendom van de gemeente maar waar die gemeente vanaf wilde - ‘en waar het Fonds Schiedam Vlaardingen eo. al flink in had geïnvesteerd’ - waar in dit geval de directeur van het Stedelijk Museum Schiedam, toen nog Deirdre Carasso, iets in zag. Ruys en daarna het De Groot Fonds en ook het Fonds Schiedam Vlaardingen deelden de visie dat de stad moest zorgen dat het pand behouden zou blijven, op die belangrijke plaats in de stad, tussen museum en winkels. Zo kon de Monopole dankzij Stadsherstel Maassteden als eigenaar en garanties van beide fondsen - met betrekking tot komende tentoonstellingen, worden omgebouwd tot expositieruimte - met bakkerij - die het nu is, onderdeel van het museum.
Met net zo veel plezier denkt Ruys terug aan het Vrijheidsmonument in het Julianapark, gemaakt door Sjef Henderickx. En op het kunstwerk ‘De Vier Jaargetijden’, dat terugkomt in Schiedam.
Ruys kijkt met veel plezier terug op de relatie met het Fonds Schiedam Vlaardingen eo. Vaak trokken de twee fondsen gezamenlijk op, al was het maar omdat partijen in de stad die om een financiële bijdragen vroegen, dat bij beide fondsen deden. De twee fondsen maakten zo de afgelopen jaren gezamenlijk werk van dat andere grote project, Stadsherstel Maassteden.
Met aanvragen bij twee fondsen - of meer - is niets mis, legt Ruys uit. Sterker nog, de fondsen juichen dat toe, want het sterkt ideeën en vergroot het draagvlak.
Maar het De Groot Fonds hecht ook aan zijn zelfstandigheid. “Die is heel belangrijk.” Zelfs het woord ‘samenwerken’ zou hij niet willen plakken op de relatie van de twee. “Die opdracht tot zelfstandigheid hebben we ook duidelijk meegekregen van de grondlegger van ons fonds.”
Het De Groot Fonds kent - behalve samenwerken versus zelfstandig zijn - nog een ander terugkerend ‘spanningsveld’: dat van het discreet willen zijn, maar toch ook bekend willen staan.
Enerzijds beaamt Ruys dat hij er de afgelopen twaalf, dertien jaar in is geslaagd het De Groot Fonds extra bekendheid te geven, en daarmee een opvallender en effectievere rol in de stad. Aan de andere kant is er ook onder zijn directeurschap niet zo heel veel veranderd aan ‘het karakter’ van het fonds, in die zin dat het het liefst in stilte handelt. “We gaan niet actief de markt op. We stellen ons passief op: mensen moeten echt naar ons toe komen.”
Misschien verklaart dat ook waarom Ruys betrekkelijk weinig wensen heeft als het gaat om wat Schiedam anno 2026 nog nodig heeft, aan sociale initiatieven of culturele, of anderszins. Hij zag het nooit als zijn taak om lacunes in het sociale weefsel van Schiedam in kaart te brengen, of zelf een vinger op een zere plek te leggen als het ging om tekortkomingen in het verenigingsleven of het culturele karakter van de stad: hij zag het nooit als zijn taak om zelf een analyse te maken en daarop te handelen. Het De Groot Fonds zag het echt als opdracht aan de stad om zelf wensen te formuleren. En aan die wensen, daar kon het fonds meestal wel wat aan doen.
Het beleid is dus om open te staan voor voorstellen, maar niet zelf actief plannen te maken of initiatieven te nemen. Dat kan het fonds enerzijds zelf niet aan, in de uitvoering en capaciteit. “We zijn geen evenementenbureau.” Maar ook gelooft het fonds in het feit dat de stad mans genoeg is om zelf met goeie ideeën te komen. Als die er op een bepaald vlak niet zijn, is er blijkbaar die interesse of behoefte niet.
Schiedam is erop vooruit gegaan, in de tijd dat Ruys aan het roer van het fonds staat. “De Hoogstraat is een interessant voorbeeld, zoals die is opgeknapt in tien, vijftien jaar. Voordien was het een zooitje, met al die leegstaande panden. Met meer levendigheid, pop-up winkels, is een grote stap voorwaarts gezet.” Het De Groot Fonds speelde daarbij voor ‘oliemannetje’, aldus Ruys. “Doordat het zo goed gaat, met alle evenementen, is ook Hoogstraat op orde gekomen.”
Waar Ruys ook met plezier aan terugdenkt is de samenwerking met zijn bestuur. Hij kende het klappen van de zweep in deze, want vier jaar lang was hij zelf bestuurder van het fonds. Dit voordat hij directeur werd, toen steeds duidelijker werd dat het besturen van het De Groot Fonds niet langer als een vrijwilligerstaak ‘erbij’ voor iemand viel te doen. Over de grote projecten is volgens Ruys veel overlegd, en ook in het bestuur van het De Groot Fonds veel gesproken. Gediscussieerd ook. Projecten zijn ingewikkeld, met veel kanten en factoren die meespelen. Als het gaat om de vraag: doen of niet doen, hield het bestuur graag de woorden van Alewijn de Groot in gedachten: ‘bij twijfel niet doen’. Die twijfel was er dus niet bij deze projecten.
Discussie binnen het fonds gaat er geregeld over ‘hoe om te gaan met de gemeente’. “Dat die zich terugtrekt heb ik van begin af aan gevoeld.” En het lijkt er volgens Ruys op dat dat ten dele ook gebeurt met de gedachte dat de lokale fondsen wel als reddende engelen op zullen treden, mocht het te gortig worden. “Het komt wel goed’, dat is vaak de gedachte in de politiek. Zie nu bij het Jenevermuseum. “Het komt wel goed, dat moet toch blijven bestaan…, dus daar zullen de fondsen zich wel over ontfermen’. Maar zo’n opstelling maakt ons kritisch en kriegel. We zijn er natuurlijk niet om de gaten te dichten die de overheid laat vallen.”
“We hebben geld, ja. Maar wat we hebben zetten we graag in om zaken aan te jagen, een zetje te geven.” Nieuwe dingen van de grond te tillen. “Dat is heel wat anders dan de continuïteit van organisaties in stand houden. We vragen ons telkens af wiens verantwoordelijkheid iets is. Dat heeft te maken met eigenaarschap en ook met duurzaamheid.”
Ruys bepleit het serieus scheiden van de rollen van een overheid en een fonds. “Juist daarom is er ook regelmatig overleg, bij de gemeente, zodat we van elkaar goed begrijpen: ‘waarom doen jullie dat?’. Steeds is de leidende vraag, in gesprek met de gemeente en ook met het Fonds Schiedam Vlaardingen: waar kan je elkaar versterken?
Al met al is Schiedam - en ook Vlaardingen en Maassluis - gezegend met de aanwezigheid van de twee fondsen, stelt ook Ruys, en dan is er ook nog het Gemeenschapsfonds. “Per inwoner in de stad is er een behoorlijk bedrag te besteden.” Dat is niet de norm elders in Nederland. “Zonder die fondsen zouden feesten als de Brandersfeesten niet meer bestaan”, aldus Ruys. Maar hetzelfde geldt voor de Mattheuspassion, of de mogelijkheden van de Rijnmondband. “Dergelijke initiatieven hebben te weinig eigen inkomsten om het alleen daarmee te kunnen redden.”
De aanwezigheid van vermogensfondsen is niet per se een gevolg van de lange geschiedenis van de stad, met ook rijkdom al eeuwen geleden. “Er zijn echt genoeg steden die net zo oud zijn, die minder bedeeld zijn met fondsen.” Overigens is het wat dit betreft ook goed toeven in Rotterdam. “Daar zijn wel tachtig fondsen.”
Waar het De Groot Fonds graag werk van maakt is de culturele sector - ‘die wordt nog wel eens weggezet als luxe, maar zet mensen in hun kracht, en dat is ook belangrijk’ - en sportverenigingen. Plus dus ook sociale organisaties, die werk maken van bijvoorbeeld armoedebestrijding en het wegwerken van analfabetisme en ongeletterdheid.
In het jubileumjaar van Schiedam, het 750-jarig bestaan, ging het net zo. “We hebben niet alle organisatoren van programma-onderdelen hier op kantoor gehad, maar we hebben eenmalig de stichting Schiedam viert 750 ondersteund, zodat die projecten kon bijstaan. In Vlaardingen hebben we twee jaar geleden hetzelfde gedaan.” De bijdrage van het fonds aan Schiedam 750 was honderdduizend euro. De viering van het feestjaar was wat Ruys betreft ‘zeer goed geslaagd’. “Echt complimenten voor ieder die daaraan heeft bijdragen.”
Ruys heeft een financieel economische achtergrond, maar denkt met name met veel plezier terug aan de tijd dat hij met Richters en anderen de restauratie van het pand voor Hotspot Hutspot op poten zette, met ieder een eigen visie en kwaliteiten. “Goed luisteren, ieders inbreng op waarde schatten, samen zoeken naar oplossingen.” Dat is leuk werk.
Goed luisteren is eigenlijk de eerste vereiste voor een directeur van een maatschappelijk fonds als dat van Alewijn de Groot. “Echt luisteren naar wat mensen willen. Willen ze vooral iets voor zichzelf, een inkomen regelen uit een activiteit bijvoorbeeld, en dan is de projectbegeleiding vaak de grootste kostenpost. Of gaat het hen puur om het project.” Voor de goede orde: de aanvragers van de eerste categorie komen over het algemeen niet in aanmerking voor ondersteuning door het De Groot Fonds.
Wat weer niet betekent dat het fonds op de penning is. “We moeten het geld goed besteden. Maar we moeten niet al te zuinig zijn, niet te pinnig”, aldus Ruys. “Als je iemand iets gunt, moet je er niet als een boekhouder bovenop gaan zitten. Je moet je niet te veel bemoeien met de begroting. Maar de organisaties moeten zich er allicht wel aan houden.”
Als hij denkt aan hoe het nu in 2026 verder moet in de stad, maakt hij zich grote zorgen over het cultuur- en monumentenbeleid van de gemeente Schiedam. Iets dat in de loop der jaren door diverse colleges en raden is opgebouwd en door toedoen van het huidige college dreigt te verarmen. “Ik zie dit met lede ogen aan. Er is regie nodig om te behouden wat er is opgebouwd, maar wij (de fondsen) kunnen niet op de stoel van de gemeente gaan zitten.”
Hij stelt zijn hoop op de bewoners van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis. “Het hangt af van de mensen zelf. Als zij afgelopen jaar in Schiedam leuke projecten hebben gedaan en komende tijd ook zonder de vibe van het jubileumfeest zin hebben om opnieuw aan de slag te gaan, dan komen ze vast wel weer bij ons aankloppen.”
Dan krijgen ze te maken met Manja van den Bos (voorheen Manja van de Plasse), die Ruys opvolgt. Wat haar trekt in haar nieuwe functie? “De filantropiewereld. Het contact met de aanvragers.” Van den Bos was tot voor kort bestuurslid van het Fonds Schiedam Vlaardingen en kent uit die hoedanigheid ‘het fondsenwerk’ en de stad. “Nu ga ik aan de andere kant van de tafel zitten, in mijn beleving. Nu mag ik het voorbereidende werk gaan doen.”
Wezenlijk voor haar enthousiasme is het feit hoe het De Groot Fonds, en zij als persoon, ‘de maatschappelijke puzzel kan leggen’. “Hoe los je dingen op? Daaraan een bijdrage te mogen leveren is wat me aantrekt. Ook al denk je soms: ‘dit is een druppel op een gloeiende plaat’. Andere keren werk je echt aan systeemverandering. Dat is werk van waarde.”
“Mijn boodschap zou zijn dat we open staan voor diverse aanvragen, groot en klein.” Vooral als het voortkomt uit vrijwilligerswerk. “Door mensen die bijdragen aan de samenleving. We kunnen alleen onze rol spelen als we goeie aanvragen hebben. Dat moeten we vooral ook kenbaar maken.” Een van de eerste zaken die zij de komende tijd aan wil pakken is daarom de communicatie van het fonds met de stad en ommeland, bijvoorbeeld via de website. Toch blijft het karakter van het De Groot Fonds onveranderd: “In bescheidenheid proberen verschil te maken, met zo veel mogelijk betrokken Schiedammers en anderen.”