Categorieën

Service

Weerloos waardeloos?

Weerloos waardeloos?
Nieuws

Weerloos waardeloos?

  • Arianne
  • 30-05-2026
  • Nieuws
Weerloos waardeloos?

COLUMN - We zijn een paar weken na onze stedentrip neergestreken in het huis van mijn moeder in Frankrijk. Na de hectiek van Barcelona voelt deze plek als een ander soort thuiskomen: niet het thuiskomen van agenda’s en afspraken, maar van ademhalen. Een plek waar stilte nog gewoon stilte mag zijn, alsof hier begrepen wordt dat sommige huizen niet bewoond, maar beluisterd moeten worden.

Mijn moeder beheerst de kunst van het toebehoren. Niet alleen aan een plek, aan een verleden, aan haar kinderen of familie, maar ook aan wat in andermans ogen afgedankt is. Zij heeft een zeldzaam talent: ze ziet niet wat iets geweest is, maar wat het opnieuw zou kunnen worden. In haar handen is tweedehands geen afval, maar een belofte. Tweedehands? Tweede kans!

Ik kijk er al lang niet meer van op dat een lampenkap ondersteboven op tafel eindigt als fruitschaal, dat een oud rond zaagblad een verroeste tafel nog jaren waardigheid en functie geeft, dat een kleed een gordijn wordt en een gordijn een tafellaken. Een deel van een buitendeur sluit binnen de stoppenkast af en een oude schuurdeur leeft voort als tafelblad in het filosofenhuisje, dat ooit slechts houtzaagplaats was. Bij mijn moeder krijgt vrijwel niets de vernedering van nutteloosheid definitief opgelegd.

Het wordt bij haar wonderlijk genoeg nooit armoedig. Integendeel; ze is allergisch voor armoedig. Alles wat ze aanraakt, krijgt stijl, zorg en waardigheid. Alsof ze tegen spullen zegt: 'jullie zijn nog niet klaar'. Alsof ze beter dan wie ook begrijpt dat gebruikssporen niet per se een verlies aan waarde betekenen, maar soms juist het begin ervan zijn.

Dat geldt voor spullen, maar nog meer voor geschiedenis.

Als een archivaris van het alledaagse strijdt ze voor het behoud van zaken die concreet naar herinneringen en familiegeschiedenis leiden. Ze ordent, categoriseert, schuift koffertjes met familieherinneringen van kast naar kamer en van kamer naar kast. Ze typt de handgeschreven liefdesbrieven van mijn opa aan mijn oma uit, alsof ook deze inkt een tweede leven verdient. 

En toch weet ze ook dat bewaren iets anders is dan verstikken. Er wordt opgeruimd, weggegooid, herschikt. Want een mens kan niet leven onder het volle gewicht van wat ooit was. Je moet ruimte houden voor nieuwe herinneringen, voor een eigen verhaal, voor lucht en licht om te leven. 

Dat heeft zij ook met dit huis gedaan. Na het overlijden van mijn vader werd het niet alleen een plek van gemis, maar ook van voortzetting. Alsof zij, in haar eigen stijl en op haar eigen vastberaden manier, besloot dat liefde zich niet laat beëindigen door de dood, maar zich hooguit laat verbouwen. Alsof ze weigerde om verlies het laatste woord te geven. Met geduld, met koppigheid bijna, heeft zij hun tweede huis in Frankrijk verder afgebouwd. Ze heeft mijn broer tekeningen laten maken, project na project, seizoen na seizoen aannemers aangestuurd. En geloof me: de Franse slag die veel aannemers hier niet vreemd is, heeft bij haar geen kans gekregen. 

Ook dat is hergebruik, dacht ik hier ineens: een leven dat breekt en toch opnieuw vorm krijgt. Een huis dat kort na aankoop verder moet met één bewoner minder, en daarmee meer geschiedenis in zijn zestig centimeter dikke muren krijgt.

Het is nog vroeg in het voorjaar. De brocantes en vide-greniers slapen nog in schuren en loodsen. Ze wachten op de zomertoeristen en op nieuwe eigenaren die hun oude tweedehands spullen een volgend verhaal gunnen. 

Wij genieten van het Franse leven, van de rust, de natuur, het eten dat hier toch altijd nog net iets beter smaakt dan thuis. Mijn man komt uit de keuken met een kaasplankje. Hij laat me twee stukjes proeven en vraagt: “Welke vind je het lekkerst? De eerste of de tweede?”

Ik antwoord zonder aarzelen: “De tweede, Hans.”