Gemotiveerde Bob Venhuizen moest pijnlijke besluiten nemen

30-09-2020 Nieuws Ted Konings en Kor Kegel

Foto: Woonplus


IN MEMORIAM - Bob Venhuizen (Groningen - 1957) is overleden.

Twintig jaar geleden kwam hij naar Schiedam. Hij kwam bij Woonplus binnen in een functie waarin hij intensief contact had met wijkbewoners in verschillende delen van Schiedam. Zo leerde hij de stad goed kennen en wist hij wat de mensen bezighield. “Ik heb van de bewoners veel gekregen: hun ervaringen, hun verhalen”, zei hij in een interview. “Zo kun je gaandeweg een passie voor de stad ontwikkelen, ook als je er niet vandaan komt.”

Geleidelijk klom hij op. In 2006 kwam hij in de directie en in 2009 werd Bob Venhuizen benoemd tot directeur-bestuurder als opvolger van Karin van Dreven, die na negen jaar Woonplus naar de driemaal zo grote corporatie Haag Wonen was gegaan. Ze waren ongeveer tegelijk bij Woonplus begonnen, Karin afkomstig van het Gemeentelijk Woningbedrijf Rotterdam, Bob afkomstig van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), waar hij onder meer verandermanager was geweest. Hij werkte 25 jaar op het ministerie.

Vanuit hun verschillende ervaringen kwamen ze tot de gezamenlijke conclusie dat er meer aandacht moest komen voor de communicatie met de bewoners, want zij zijn tenslotte de gebruikers van de toen 12.000 woningen van Woonplus.

Venhuizen in januari 2013: “Elke corporatie heeft wel zijn Tien Geboden over verhuur en onderhoud en het op peil houden van het woningbestand, maar vaak worden plannen te technisch aangevlogen. Dan landt het niet bij de huurders die ermee te maken krijgen. Beleidsmakers moeten veel meer in gesprek zijn met de Schiedammers. En dat kun je wel principieel vinden, maar je moet in de organisatie ook ruimte maken voor contact.”

Die ruimte maakte hij. De verhoudingen tussen Woonplus en de bewonersverenigingen in Schiedam werden veel beter. Met het Schiedams Overleg Bewonersorganisaties (SOBO) en de gemeente tekende Woonplus elke twee jaar een stedelijk sociaal plan. Venhuizen toonde bevlogenheid en enthousiasme.

In een interview stelde hij: “Toen ik in december 2000 in Schiedam kwam, was er nog vreselijk veel leegstand, met name aan de historische havens. In Nieuwland en Groenoord stonden we voor een enorme herstructurering. De Slachthuisbuurt stond er nog en iedereen moest uitverhuizen. In de oudere wijken moesten we gaten vullen. Er was vreselijk veel te doen. We zijn er nog lang niet, maar ik zie in die slechts twaalf jaar geweldige verbeteringen. Met de Hof in Zuid in de Gorzen en de Huysmansstraat in Schiedam-West hebben we nieuwbouw ontwikkeld die heel goed past in de omgeving. Het Kwartet aan de Noordvestsingel op de plaats van het oude Schiecarton is een mooi resultaat van stedenbouwkundige invulling. Nieuwland en Groenoord hebben grote veranderingen doorgemaakt. Voor de flats van de Slachthuisbuurt kwamen de huizen-met-tuintje van de Distillateursbuurt in de plaats. En kennelijk zijn er aan de Lange Haven en de Schie veel tweeverdieners gaan wonen, want de meeste oude grachtenpanden zijn gerestaureerd of verbouwd en dat is voor de sfeer en de beleving heel goed geweest. Een corporatie doet het nooit alleen. Er zijn altijd particulieren nodig die eveneens in de stad investeren. Maar alle projecten tezamen verlenen elkaar een meerwaarde.”

Hij besloot dat hij Schiedam inmiddels mooier was gaan vinden dan Delft waar hij vandaan kwam.

Eind 2012 moest Woonplus besluiten om grote investeringen in nieuw vastgoed voorlopig uit te stellen. Sloop nog wel, maar nieuwbouw zat er voorlopig niet in. Venhuizen noemde het een gevolg van het regeerakkoord van PvdA en VVD dat nadelig uitpakte voor woningcorporaties. “Willen we Woonplus op de lange termijn financieel gezond houden, dan moeten we ons beperken tot planmatig en dagelijks onderhoud van bestaande complexen.”

Hij had het liever anders gezien. Woonplus had vergevorderde plannen klaar liggen voor de bouw van sociale huurwoningen aan de Aleidastraat in Schiedam-West en de Beatles en de Notenbalk in de wijk Groenoord. Er lag een nieuw ondernemingsplan met een koers tot 2020, uitgaande van meer ingrepen om de verhuur- en verkoopbaarheid van drieduizend woningen te verbeteren. Woonplus had eigenlijk blijvend willen investeren en daarom was er een pijnlijke sanering aan voorafgegaan, waarbij het aantal formatieplaatsen bij Woonplus in 2011 werd teruggedrongen van 141 naar 116.

Niet kunnen bouwen, dat vond hij nadelig voor de huurders en ook voor de gemeente: minder grondinkomsten. Hij vond het onverstandig dat de corporaties in Nederland samen zeshonderd miljoen euro extra aan de rijksbegroting moesten bijdragen, oplopend tot twee miljard in 2017. Hij zag er voor de corporaties ook grote risico’s in, dat ze het Vestia-probleem gezamenlijk moesten opvangen.

Venhuizen was de eerste corporatiebestuurder in Nederland die een investeringsstop bekendmaakte, maar hij werd snel gevolgd door Maasdelta en Arcade, de ene actief in Maassluis, Hellevoetsluis en Spijkenisse, de andere in het Westland. Andere volgden.

Dat het toezicht op de corporaties werd verscherpt, kon Venhuizen wel billijken. De corporaties hadden het er zelf naar gemaakt met bijvoorbeeld de aankoop van het ss Rotterdam, fraudes en exorbitante salarissen en bonussen. “Er is een sfeer ontstaan dat de corporaties niet goed met geld omgaan”, zei hij. “De schuld daarvan ligt in corporatieland zelf. Het is alleen zuur dat álle corporaties eronder lijden.”

Hij was een man van het wijkoverleg, maar ook hier veranderde hij de inzet van Woonplus. “We hebben onze bijdragen aan de leefbaarheid in Schiedam heroverwogen. We gaan alleen nog naar het wijkoverleg als Woonplus op de agenda staat. Dan kunnen we meer gerichte afspraken maken met het SOBO of met de afzonderlijke bewonersverenigingen”, zei hij in die moeilijke periode.

In die situatie kwam het echter wel tot geïntensiveerde samenwerking met de gemeente Schiedam en uiteindelijk kon Woonplus weer meepraten over de herontwikkeling van moeilijke locaties in Schiedam. Hij ging mee in de Woonvisie van de gemeente Schiedam. Daarentegen kwam de relatie met de bewonersverenigingen onder druk te staan, toen Venhuizen besloot om een eigen huurdersbelangenvereniging voor Woonplus op te richten die voor het jaarlijkse sociaal plan en invloed op het beleid in de plaats kwam van het SOBO. Reden was onder andere dat het SOBO ook niet-huurders van Woonplus en eigenaar-bewoners vertegenwoordigde. De nieuwe huurdersorganisatie kreeg de naam HOW. Zeer toepasselijk, want hoe het moest, dat werd door kinderziektes en bestuursperikelen niet snel duidelijk en SOBO zag het geklungel bij HOW met lede ogen aan.

Bob Venhuizen was een fervent liefhebber van het sumoworstelen, een sport die hij ook zelf beoefende en waarbij zijn postuur van pas kwam. Het kon niet voorkomen dat hij gezondheidsproblemen kreeg. Met de Raad van Commissarissen van Woonplus sprak hij af dat hij zijn functie per 1 juli 2019 zou neerleggen. Daarmee kreeg Woonplus ruim de tijd om een opvolger te vinden. Dat werd Emile Klep, die van Rijkswaterstaat kwam, maar daarvoor regiodirecteur van Woonstad Rotterdam was geweest, alsmede interimmanager voor woningcorporaties en maatschappelijke organisaties.  

Meer over het afscheid van Venhuizen volgt morgen.


Gerelateerd