Categorieën

Service

Jeugdrivaliteit zorgt voor angst bij jongeren, zorgen bij volwassenen

Jeugdrivaliteit zorgt voor angst bij jongeren, zorgen bij volwassenen
Nieuws

Jeugdrivaliteit zorgt voor angst bij jongeren, zorgen bij volwassenen

  • Ted Konings
  • 09-03-2026
  • Nieuws
Jeugdrivaliteit zorgt voor angst bij jongeren, zorgen bij volwassenen

SCHIEDAM - Sommige Schiedamse jongeren zijn bang om zich buiten de stad te begeven, met name richting Rotterdam. Zij voelen zich betrokken in de rivaliteit tussen Schiedamse en Rotterdamse jeugdgroepen.

“Sommige jongeren durven de gemeentegrens niet meer over te gaan, omdat ze bang zijn opgewacht te worden door jongeren uit de andere gemeente”, stelt Jelle Gunneweg, verslaggever van RTV Rijnmond. 

De jeugdcriminaliteit in de stad was zaterdag het centrale onderwerp van de einduitzending van de Pointer pop-up in Schiedam. De uitzending op Radio 1 werd opgenomen in de Korenbeurs, in aanwezigheid van betrokkenen, politici en geïnteresseerde gasten. Het was het resultaat van een maand onderzoek door de redactie van Pointer, in samenwerking met RTV Rijnmond. 

Centraal stond de vraag hoe de jeugdbendes in Schiedam het beste aan te pakken. Er doet en deed zich in de stad immers een opvallende golf aan geweld voor, gepleegd door jonge mensen, tieners. “Was het voorheen misschien de grote broer Rotterdam die wat foute lijstjes aanvoerde, Schiedam heeft de twijfelachtige eer als het om jeugdcriminaliteit gaat”, zo stelde presentatrice Ghislaine Plag. “En dan niet zo zeer om de hoeveelheid incidenten, als wel om de ernst en de jonge leeftijd van daders.” Wat drijft hen? En hoe breng je veiligheid en normaliteit terug in de levens van jongeren, en oudere Schiedammers? Met die vragen gingen de journalisten op pad.

Ook de jongeren lijden onder wat er gebeurt, zo blijkt uit de woorden van Gunneweg. Ooit ontstaan uit een ruzie tussen - enkele - Schiedamse jongeren en die van de Kruiskadegroep in Rotterdam, is er nu sprake van animositeit tussen ‘heel Schiedam tegen de Kruiskade, Zevenkamp en Slinge’, aldus Gunneweg. “Rivaliserende bende wordt er dan gezegd, maar zelf zeggen de jongeren dat het geen bende is, maar een soort broederschap. Ze opereren in kleine groepjes, gaan op pad en plegen roofovervallen.”

Sociale media zetten de rivaliteit tussen de groepen onder een vergrootglas. “Ze dagen elkaar echt uit, maken filmpjes, als ze dan wel naar die andere gemeente durven gaan, en zeggen ‘kijk eens waar ik ben’. Dat triggert dan de andere partij.”

Maar waarom dit gedrag? Jeffrey Jhanjan, Schiedammer, werkt bij GGZ Reclassering Fivoor. Hij stelt dat alles te maken heeft met identiteitsontwikkeling. “De een doet dat door goeie schoolgang, goed werk, anderen ontlenen status door een pro-criminele profilering te laten zien op het internet. Voor hen is het gebruikelijk om te experimenteren met delinquente identiteiten.” Soms loopt het volgens hem echt uit de hand. “Jongeren die trekken een te grote broek aan, gaan stoer doen op het internet. Online conflicten kunnen leiden tot offline delicten.” Gewelddadig crimineel groepsgedrag, noemt hij dat.

Dat mag nog wat onschuldig klinken, identiteitsontwikkeling, maar heeft wel zeer kwalijke gevolgen. Plag somt op: “Twaalf gewapende roofovervallen, een schietincident in de metro, een steekincident.” En de dood van Joni.

De ouders van Joni waren bij de opnames van de radio-uitzending aanwezig. Zij hadden verslaggever Tom Veldhuijzen eerder vertelt wat zij hebben meegemaakt en hoe ze zich in willen zetten om het geweld onder jongeren te stoppen. Jhanjan kent hen goed, hij kwam als kind al bij het gezin over de vloer. Hij vindt het verschrikkelijk wat de ouders hebben moeten meemaken. En ziet een rol voor zichzelf. “Ik moet die mensen ook steunen, als mens, als professional en als inwoner van Schiedam.” Jhanjan stond de afgelopen periode het gezin bij. “Ik heb geprobeerd kennis over te brengen, met alle liefde die ik in me heb.”

Een positief feit dat naar voren kwam was dat van de uithalers, vooral jongeren die op containerterminals aan het werk worden gezet om gesmokkelde cocaïne en andere drugs uit containers te halen. Volgens teamchef Sabrina Timmermans van de politie zijn die er in Schiedam niet. “Is er sprake van een uit de hand gelopen jeugdcultuur?”, vroeg Plag haar. “Of is het drugsgerelateerd?” Timmermans: “Het aantal uithalers in Schiedam is nul.” De criminaliteit onder de jeugd is volgens haar heftiger geworden. Haar collega Basak noemt het ‘een hele grote puzzel’. Elke keer als ik in dienst ben heb ik een nieuw puzzelstukje. Sociale media helpt daar ook niet bij. Snapchat, krijg daar maar grip op. Het is echt heel lastig.” Timmermans. “Als we de vinger erop hadden kunnen leggen, dan hadden we dit probleem niet meer.” 

Jeugdagent Basak werd gevraagd hoe zij te werk gaat, op straat. “Dat hangt heel erg af van wie je voor je hebt, wat ze van de politie vinden. De jonkies, de jongste jeugd, vindt de politie vaak nog interessant. Dan vragen ze: ‘wat heb je allemaal om’. Bij anderen is duidelijk dat ze niet gezien willen worden in contact met de politie. Dan geef ik een knikkie, om te laten zien dat ik ze gezien heb en ga daarna op huisbezoek.”

Want huisbezoeken is een ingeburgerd fenomeen in Schiedam. Basak: “Dat kan gaan na een kleine melding, zoals het veroorzaken van overlast, hangen in het winkelcentrum, op jonge leeftijd en op late uren. Dat vind ik interessant. Op huisbezoek voer ik soms voor de deur gesprekken, soms mag ik binnenkomen. Hoe vaker je je gezicht laat zien, hoe eerder ik ook in de woonkamer mag komen.”

Jelle Gunneweg probeerde ook contact te leggen met Schiedamse jongeren. Dat lukte niet erg. “Ik werd als een stille gezien. ‘Bent u van de politie, of bent u dronken, u stelt zo veel vragen’, zeiden ze me. Het was echt opvallend hoe gesloten deze jongeren waren. Dat ging zo ver dat me werd gezegd: ‘mevrouw u moet nu weg’. Ik vroeg natuurlijk waarom. ‘U bent nu het probleem’, werd me gezegd. Dan zijn ze veertien, vijftien jaar, dat is schokkend.”

De politie ziet ook dat jongeren als zij onder elkaar zijn, niet met de politie geassocieerd willen worden. “Maar als je ze alleen treft, lijken het soms heel andere jongens en meiden”, aldus de jeugdagent. “Daar moet je mee gaan spelen. Wat voor mij werkt is eerlijkheid en transparantheid.” Basak hoopt te allen tijden uit te stralen dat iedereen fouten kan maken, maar dat zij als politieagent wil helpen. “Ik ben en blijf van de politie. Maar ik kan ketenpartners inzetten. Als een jongere een fout maakt, ga ik ook langs, laat ik ook mijn gezicht zien. Dan hebben we het er over. Soms zijn er succesverhalen, soms gaat het fout en dan ga je investeren.”

Timmermans pleit voor een nauwere samenwerking tussen alle betrokken partijen. “Dat kan intenser.” Politie, gemeente, reclassering, maar ook scholen, jeugdzorg, sportverenigingen. En ouders. “”Ik vraag me af of er vanuit ouders zicht is op wat jongeren op straat doen.” Basak legt uit dat dat blijkt in gesprek met ouders. “Dan zeg ik bijvoorbeeld: weet u dat uw kind vapet? 

Dan zeggen ouders bijvoorbeeld: ‘ik heb nooit geweten dat mijn kind vapet. Vaak komt er dan schaamte naar boven. Dan ben ik de boevrouw, maar achter merken de jongeren het moet wel.”

Dat informeren van de ouders en het polsen van hun reactie is ook de inzet van de gesprekken die burgemeester Harald Bergmann voert op het stadskantoor. Hij sprak ondertussen zestien jongeren die over de schreef zijn gegaan, en lichtte de gang van zaken toe in gesprek met verslaggever Veldhuijzen. “We gaan het gesprek aan om te spiegelen, één of de ouders beseffen wat hun kind uitspookt en twee bij de jongeren te achterhalen beweegt”, stelt Bergmann. “Zie je ook de risico’s van wat je doet, voor slachtoffers maar ook voor jezelf, vraag ik ze dan.” Meer gesprekken zullen volgen. “Niet het deel dat bij justitie op tafel ligt”, zo benadrukt hij. Maar juist jongeren die er tegenaan schurken. “Ik zeg er wel steeds bij”, aldus de burgemeester, “dit is het laatste gesprek dat ik met je heb. Als je weer over de schreef ga, zal ik je een gebiedsverbod geven en je ouders krijgen een dwangsom van vijftienhonderd euro, opgelegd. De eerstvolgende keer dat je die overtreedt, kunnen zij dat bedrag de volgende dag cash gaan betalen bij de gemeente.”

Volgens Sandy de Haan, die zich landelijk bezighoudt met jongeren die dreigen in de criminaliteit te komen, is dat niet per se de beste aanpak. “Het klinkt lekker, een dwangsom en een gebiedsverbod, maar de kans dat het werkt zal per casus verschillen. Het kan jongeren en hun ouders alleen maar in grotere problemen brengen. Als je geen geld hebt… Zo straf je ouders. Dat kunnen betrokken ouders zijn die het ook niet meer weten. Ik snap de gemeente Schiedam, maar het moet echt maatwerk zijn.”

Wethouder Cemil Kahramanoğlu, met jeugdbeleid in portefeuille, reageerde in de Korenbeurs op die voorzichtige kritiek door te wijzen op het feit dat de gesprekken met de burgemeester niet meer zijn dan een van de manieren waarop in Schiedam wordt geprobeerd de problemen de baas te worden. “En de uitnodiging voor zo’n gesprek komt niet plotseling, daarvoor heeft al een heel traject plaatsgevonden.” Overigens, aldus Cemil Kahramanoğlu, Schiedam is een campagne tegen het vapen begonnen. Het is volgens hem een voorbeeld van het ‘aan de voorkant’ investeren, om slecht, verkeerd gedrag tegen te gaan. “Mijn primaire reactie is dat we moeten verbinden. En niet de jongeren als probleem zien, als crimineel.”

Kun je ouders verantwoordelijk maken voor wat er mis gaat, is een terugkerende vraag die Plag ook voorlegde aan de wethouder. De Pointerredactie kwam in contact met Sara, een moeder van vijf, waarvan een zoon vast zit vanwege wapenbezit. (Lees haar verhaal hier). Zij stelt verbaasd te staan over de gang van zaken. Nadat ze zelf regelmatig om hulp had gevraagd, die niet kwam, werd ze geconfronteerd met ‘een brief van zes kantjes van de burgemeester, die mij uit huis wil plaatsen, omdat ik verantwoordelijk ben voor mijn minderjarige zoon’, die dus over de schreef ging. “In het belang van andere minderjarige kinderen die op hetzelfde adres wonen, heb ik ervoor gekozen om voor een officiële waarschuwing te gaan”, aldus de burgemeester in het schrijven. “Maar als er opnieuw een vuurwapen of drugs in ons huis worden aangetroffen, dan staan we op straat”, stelt Sara. Dat voelt als straf in plaats van hulp. “Therapie leerde mij dat mijn angst nu is dat er inderdaad iets in ons huis gevonden wordt en dat ik dakloos ben.”

Cemil Kahramanoğlu reageerde hierop door te wijzen op de wachtlijsten die er zijn voor jeugdzorg. “Ik heb haar gezegd dat ze me kan contacten als ze mijn hulp nodig heeft.”

Dat bracht de vraag op: wat is de nodige balans tussen handhaving en repressie, en hulpverlening? “Daar zijn we dag in dag uit mee bezig”, aldus Kahramanoğlu. “Ik denk dat je een heel zorgsysteem tekort doet als je zegt dat we daarin falen. We hebben te maken met jeugdproblematiek die nooit zo erg is geweest. We hebben als gemeente aandacht en proberen passende hulp te bieden. Ook naar wachtlijsten kijken we naar wat enorm urgent is en niet kan wachten, en wat wel wat langer op een wachtlijst kan staan.”

Jaïr Silva Fortes van Chapternext biedt jongeren bijstand die uitvallen op school. Hij ziet ook dat veel instanties zijn die jongeren willen en kunnen bijstaan, maar dat budgetten tekortschieten. De Haan constateert dat ‘we’ in Nederland al tien jaar falen. “Dat komt vooral door keuzes die landelijk gemaakt zijn.” Ze doelt met name op het overbrengen van de jeugdzorg naar de gemeenten. “Het is niet gezegd dat de gemeenten in het land hier heel veel keuze in hebben. Dit is de consequentie van landelijk beleid.”

Silva Fortes stelt voor om vooral de hand te reiken waar problemen zijn - meer dan te mikken op repressie en beboeting. “Ouders weten vaak niet wat hun kind buiten doet. Zet opvoedingsondersteuning in, zorg dat een ouder in contact komt met het kind, want dat contact is er soms niet.” Ouders werken als kinderen thuis komen van school. Daarom is ‘het systeem’ rond een kind belangrijk om in te zetten: opa en oma, de club, vriendjes. Een taak voor de gemeente, aldus Silva Fortes.

Kahramanoğlu is dat te makkelijk. “Verwijzen naar de gemeente is te simpel. Het lijkt alsof alles valt onder jeugdzorg. Iedereen heeft recht op hulp. Daarom staat het systeem onder druk.” Hij wijst op de aanpak in Schiedam. “We zijn bezig met steunnetwerken, onderwijs, jongerenwerkers zijn aanwezig op scholen. Politie en jeugdboa’s zijn in contact rondom het kind. Maar het is een beweging die je niet op een dag kunt verwezenlijken.”

Bij Chapternext blijkt dat het kan lukken om kinderen en jongeren op een ander niveau aan te spreken. Silva Fortes: “Jongeren waar in gesprek niet veel uitkomt, kunnen al muziek makend bij ons iets uiten in hun rapteksten. Dan spreek je een andere taal die ze wel spreken, ga je op hun niveau met ze communiceren.” Zo werkt Chapternext aan gedragsverandering bij de jongeren. Bij Chapternext werken vast een psycholoog en drie gedragswetenschappers. 

Maar duidelijk is voor ieder: dit is een intensieve manier van werken. De wethouder stelt ook dat de kosten voor jeugdzorg de afgelopen jaren ‘de spuigaten zijn uitgelopen’. Dat kan je niet blijven doen, zo stelt hij. “Maar los daarvan: jongeren moeten op school worden opgevangen, horen op school te zitten.”

Waarom het met sommige jongeren fout gaat, zodat je bijvoorbeeld wegblijven van school, en met andere niet, blijft toch een mysterie. In de uitzending kwam naar voren dat armoede vaak een rol speelt. Maar dat valt ook te relativeren. Kahramanoğlu, die een rap van de jongeren van Chapternext hoorde: “Het gaat om poen en knaken, niet om gelukkig te zijn. Dat beeld moeten we wegnemen: geluk vind je door eerlijk je geld te verdienen.”

Patrick werkt bij Gro-up. Hij zet zich in om jongeren zo’n ander perspectief te geven, door rolmodellen voor te stellen die hun leven wel succesvol oppakken. “Dat is werk van de lange adem. Het eerste contact is lastig: jongeren willen niks van jou, dus je moet even doorzetten, kijken waar ze hangen, een korte groet. Een derde keer dat je ze tegenkomt kan je misschien in gesprek gaan.” 

“We proberen een vertrouwensband te creëeren, het persoonlijk te maken. Door te laten zien dat ik ook niet de makkelijkste jeugd heb gehad en aardig wat stappen heb moeten zetten. Dan zeg ik: ‘nu wil ik jullie helpen om te komen waar je wil zijn’.” Wat hij en zijn collega’s kunnen bieden is onder meer kijken naar waar nu al talenten liggen bij de jongeren.

Evelyn Heynen is hoofddocent kinder- en jeugdpsychologie aan de Open Universiteit. Plag wilde van haar weten of duidelijk is welk project werkt. “Ieder probeert met de beste intenties een nieuw project te starten. Zijn er voorwaarden waarvan je kan zeggen: als een project daar aan voldoet, dan werkt het?” Heynen: “Natuurlijk is het zo dat het niet is: ‘one size fits all’, elke jongere en elk contact is uniek. Maar je moet toch op zoek naar interventies die voor ieder werken. Ik heb ze hier vandaag vaak gehoord: het maken van contact, investeren in langdurigheid.” Zes maanden of langer is zeker nodig om iets te kunnen bereiken, aldus Heynen. 

Patrick herkent dat. “Het is een lastig: je weet nooit hoe lang een opdracht blijft. Het duurt lang voor je een band hebt gecreëerd met jongeren. En voor hun is het ook lastig. Want zij zien steeds een nieuw persoon.” Een gekend probleem in de jeugdzorg, aldus Heynen. “Dat we niet kunnen investeren in langdurige contacten.”

Hoe kies je de goeie projecten, vroeg Plag haar. “Er zijn een hele hoop interventies, aanpakken, manieren van werken, ieder heeft hele goede bedoelingen, maar ik snap ook dat het heel moeilijk is om uit het oerwoud van keuzemogelijkheden de beste te trekken.”

Cemil Kahramanoğlu: “Je begint ergens aan met een bepaalde gedachte, een visie. Het heeft te maken met budget, en politieke prioriteiten. We hebben in Schiedam daarom besloten dat we willen investeren in het voorveld. Dat betekent dat je de zorg aan de voorkant wilt aanpakken. De opdrachten die we naar de markt brengen stemmen we daar op af.“

Heynen: “Als we hulpvraag-gericht blijven werken, gaan we nog steeds de boot in. Het gaat erover dat we uitreikend en zichtbaar aanwezig zijn. En dat zijn we gewoon niet.”

Een flinter van wat er ondernomen wordt, noemde Plag wat in de Pointer-uitzending besproken werd. Het uur was om. De uitzending gaf een overzicht - voor wie niet of zijdelings met de problematiek te maken heeft - van wat Schiedam poogt in de strijd tegen de jeugdcriminaliteit. Het lijkt vooralsnog niet genoeg. 

De uitzending van Pointer is hier te beluisteren.