Oog in oog met vreemde wezens
- Kor Kegel
- 23-06-2017
- Uit
Dit werk van Nik Christensen is ook te zien in het Schiedamse museum: ‘My tears blend to where the rain went’(2015). Foto: Joep van der Pal
We komen vreemde figuren tegen. Het vlammend rode Feestbeest. Het ligt aan je voeten. Het is een levensgroot, aaibaar wezen van textiel, gemaakt door Karin Arink. Ze maakt creaties met een groot knuffelgehalte, maar kan in haar kunstwerken ook de pijn laten voelen van het verlaten zijn. Gelukkig heeft het Stedelijk Museum Schiedam dit aaibare Feestbeest in de collectie.
Juist!
Het museum op de Hoogstraat 112 in Schiedam is inderdaad de plaats waar we deze zomer zulke vreemde wezens tegenkomen. Zaterdag over een week gaat de tentoonstelling ‘Oog in oog’ open en ze bevat topstukken uit de eigen collectie van het Stedelijk Museum. Het museum verzamelt al zeventig jaar eigentijdse kunst. Met steun van de gemeente Schiedam, landelijke fondsen en de vereniging Vrienden van het Stedelijk Museum Schiedam. Een deel van de museumcollectie bestaat uit schenkingen van kunstenaars en particulieren, maar geregeld koopt het museum ook zelf aan; daar is een budget voor.
Het is een slim idee om de zomertentoonstelling in te richten met werken uit de eigen collectie. Het is de goedkoopste manier om de zalen te vullen, maar bovenal is het een verantwoording aan de Schiedammers. De meeste werken uit de collectie zijn al zeer lang niet te zien geweest en dat is ergens wel raar. “De collectie is eigendom van de gemeente Schiedam en dus van alle Schiedammers”, verklaart Sandra Jongenelen, verantwoordelijk voor de marketing en communicatie. Dus gaan we onze eigen vreemde wezens eens (her)ontdekken.
Er zijn kunstwerken bij, waarin je ook kunt verdwalen. Of verdwijnen. Denk aan de Soft Living Room, die Maria van Elk voor het eerst in 1967 maakte en nadien nog in vele andere vormen. Het concept is telkens een zachte sculptuur, letterlijk zacht, want van pluche. Maria van Elk creëert een ‘landschap’ in zwart-wit voor rust, stilte en contemplatie. Trek de zwembadschoentjes aan die ernaast staan en verdwijn in het kunstwerk. De filosofie erachter was een halve eeuw geleden dat je een tweedimensionaal schilderij niet kunt binnentreden. Dat kun je wel met de objecten van Maria van Elk. Speciaal voor de tentoonstelling ‘renoveerde’ Katja van de Braak de Soft Living Room.
Een ander voorbeeld van een kunstwerk waar je echt fysiek in kunt stappen, is Non Stop Paris, een soort zomers paviljoen, ontworpen door de Amsterdamse kunstenares Fransje Killaars. De buitenkant wordt bepaald door een ‘architectuur’ van verticale kleuren. Binnen kun je languit liggen op loungebanken, of eigenlijk meer ligbanken zoals in een treincouchette. Fransje Killaars zou liefst zien dat de ‘passagiers’ van haar installaties intieme gesprekken aangaan, het lijkt er immers alsof je van de buitenwereld afgesloten bent en niets te verliezen hebt en de openheid in kunt gaan.
Voor niet-Schiedammers is ‘Oog in oog’ ook buitengewoon aantrekkelijk, want het gaat echt om topstukken die je misschien niet zo gauw verwacht bij een lokaal museum dat het met een gemeentelijk budget moet doen. Een recente aanwinst is het zwart-witte werk van Nik Christensen, die tranen en regen vermengt. Christensen werkt altijd met zwart en wit, hij raakt van andere kleuren in de war. Zijn werk hangt bij het zwart-witte reliëf van Jan van Schoonhoven en een recente schenking van Liet Heringa en Maarten Kalsbeek ofwel het kunstenaarsduo Heringa/Van Kalsbeek.
‘Oog in oog’ bevat ook werk van (inter)nationaal bekende Schiedamse kunstenaars, onder wie Daan van Golden, Sjef Henderickx en Gerard van Soest. De zomerexpositie duurt tot en met zondag 1 oktober, maar er is in de tussentijd in het Stedelijk Museum Schiedam nog veel meer te zien.