Categorieën

Service

Schiedammers aan het G1000-den: betrokken en verantwoordelijk

Schiedammers aan het G1000-den: betrokken en verantwoordelijk
Wonen

Schiedammers aan het G1000-den: betrokken en verantwoordelijk

  • Ted Konings
  • 27-02-2016
  • Wonen
Schiedammers aan het G1000-den: betrokken en verantwoordelijk


SCHIEDAM - Betrokken en verantwoordelijk. Dat lijken de typeringen die het meest van toepassing zijn op de 350 deelnemers aan de G1000 Schiedam vandaag.

Want dat rest van een lange dag praten, kletsen, overleggen - en oh ja, luisteren natuurlijk. De ideeën, de ervaring, de ergernissen en frustraties, de hoop van tientallen mensen waar je op zo'n dag als vandaag kennis mee maakt. Het brengt je in contact met het feit dat je toch echt een Schiedammer bent. Daar kun je iets van vinden, maar het is vooral een feit dat je deelt met zo veel anderen. Het besef dat je veel meer met die andere mensen, die andere Schiedammers, deelt dan dat je van hen onderscheidt. Het benul dat er zo veel mensen zijn die hart voor de stad hebben en die willen bijdragen.

Met ongeveer 350-en waren we vandaag, mensen die werk wilden maken van de toekomst van Schiedam. Plus enkele tientallen die zich inzetten om het deze 350 naar de zin te maken.

Bij binnenkomst in de gehalveerde Margriethal de kriebelende spanning van het onbekende. Met veel bekende gezichten. Badge ophalen, even scannen, jas afgeven - en koffie. Lekker, om half tien op een zonnige zaterdag. “He, lang niet gezien”, nog meer bekende gezichten, leuk! Of we willen doorlopen naar de tafeltjes voor vijf. Er staan er tientallen van op een rijtje, netjes en verzorgd, met een klein bloemetje erop, grote vellen schrijfpapier op tafel. “Zal ik bij jullie komen zitten?”

Harm van Dijk, landelijk initiator van de G1000, heet de deelnemers welkom, legt kort het programma van de dag uit en dan mogen we al snel aan de bak: in het ochtendprogramma krijgen we allemaal drie vragen voorgelegd: wat is belangrijk voor Schiedam? - wat moet er in Schiedam gebeuren? - wat kan jij bijdragen?

Het gesprek ontrolt zich. Belangrijk is openheid, naar elkaar. Werkgelegenheid, belangrijk is dat je dingen in de stad samen kunt doen en belangrijk is dat we vertellen aan elkaar en aan de mensen van buiten de stad hoe goed toeven het kan zijn in Schiedam. “Mensen in Den Haag of Rotterdam-Zuid kennen de stad niet. Ze vergelijken ons met Meppel.” Plekken om elkaar te ontmoeten en samen te komen, die ontbreken toch ook, zegt de een. De ander zwakt dat wat af, en somt een rijtje ontmoetingsruimten en clubs op. “Ouderen hebben meer keus dan jongeren.” En oh ja, wat ook belangrijk voor Schiedam is, is dat we elkaar nou eens aan afspraken gaan houden. Dat er respect is voor elkaar, dat informatie over wat er in de stad speelt wordt gedeeld. Dat er ruimte komt voor burgerinitiatieven, dat niet automatisch wordt verondersteld dat iedere burger uit de voeten kan op een computer.

Via onze mobiele telefoons krijgen we de kans om één woord door te geven waarmee we dit eerste gesprek van twintig minuten typeren. Uit onze groep wordt 'openheid' doorgestuurd, en 'betrokkenheid' twee keer. Als al die 350 woorden dankzij de zegeningen der techniek tot een woordenwolk worden samengevoegd, blijkt dat de termen leefbaarheid, betrokkenheid, tram, communicatie, imago en veiligheid het meest zijn genoemd.

Een stoeltjesdans komt op gang, we zoeken nieuwe vijftallen, liefst van mensen die je nog niet kent. Wat er in Schiedam moet gebeuren? Ook hier veel verschillende antwoorden. Over dat we moeten laten zien hoe mooi Schiedam is - plekken en mensen! Denk aan die mooie foto's van Schiedammers aan het werk. Maar niet ieder is zo lyrisch: “Bij mij in de buurt is het altijd een rommel. Huisjesmelkers kopen steeds meer pandjes om mij heen op en zetten daar mensen in die niets met de stad hebben, die alleen komen om te werken.” Spreek ze maar niet aan op de rotzooi die zij op straat gooien, want het levert niets op. En Tuindorp is ook niet meer wat het geweest is, valt een ander bij. En vroeger kon je op de Hoogstraat over de hoofden lopen - klaagt een meneer, om daarna in dezelfde zin te zeggen dat hij liever doorrijdt naar Vlaardingen of Rotterdam. Waarom spreken we vandaag niet af dat we allemaal als deelnemers een maand lang ons geld alleen in Schiedam uitgeven, verzint een ander.

“Ik constateer een tweedeling: op de ene school zitten vooral kinderen met een kleurtje, op de katholieke juist haast geen met kleur. De politie staat geregeld in de straat, tot aan de ME aan toe. Er zijn drugs en we weten te weinig van elkaar om elkaar te kunnen waarderen”, vertelt een mevrouw over de omgeving van het Rubensplein. Zij zou willen dat mensen meer te tijd krijgen om elkaar te leren kennen. Zodat er iets kan groeien dat mensen uitdaagt om ook te geven, in plaats van alleen te halen.

Zo. Dat is even een realiteitscheck. Dit wordt geen dag van alleen mooie dromen over een stad; er is ook de weerbarstige realiteit. Maar, probeert iemand, als je aan ieder vraagt, in Tuindorp of West of de Gorzen of het Centrum, wat hij of zij voor cijfer aan zijn eigen wijk geeft, dan krijg je alleen maar voldoendes. “Nou, vroeger was het misschien een negen - in Tuindorp- , maar nu nog maar een zeven. Er worden alleen maar schuttingen gezet.” “Maar als je al die voldoendes die mensen hun eigen wijk geven nu combineert, dan krijg je ook een dikke voldoende voor Schiedam, toch?” “Maar de doorstroming van al die nieuwkomers, die maakt het zo lastig.” In de woordenwolk komt dit keer creëren als meest genoemd naar voren, met weer communicatie, en betrokkenheid en weer die tram. 'Studenten', wordt genoemd, en opzoomeren.

En nog maar een rondje - wat kun je in twintig minuten veel uitwisselen. Iemand praat ons bij over wat er in een eerdere sessie is besproken. “Het werd bij ons in het vorige rondje nogal een discussie, ook al was dat niet de bedoeling. Over dat er geld wordt gestoken in prestigeprojecten in plaats van de echte problemen aan te pakken.” Ja, dat geld voor die stenen op de Broersvest, wij verzint dat, daar breken nu de mensen hun nek over, vertelt een oudere dame, jarenlang voorzitster van een bewonersvereniging. Een andere tafelgenote schermt haar aandachtsgebieden af. “Met politiek heb ik niet veel, ik ben meer van de duurzaamheid en het verantwoordelijkheid nemen.” “Maar hoe kan je dat nu zeggen, dat je daarvoor bent en tegelijkertijd niet met politiek van doen wilt hebben?!” Waarom worden singels niet eens leeggehaald, want daar ligt een enorme bende in. En waarom blijkt dan toch het openbaar groen in Kethel-Oost verwaarloosd? En waarom zijn de stippen en strepen op de stoep voor blinden in Schiedam anders dan elders in het land?

Burgers willen verantwoordelijkheid nemen, is de conclusie. “Ik neem geregeld de prikstok ter hand en ruim de bladeren op en heb een minituintje in de gevel. Als je dat met een lach op je gezicht allemaal bijhoudt, doen anderen mee.” Maar doen de mensen die het in de stad voor het zeggen hebben dat ook, die verantwoordelijkheid nemen? Hoe kan het dan dat die Broersvest die onhandige stenen kreeg? Hebben er mensen zitten slapen of hun portie verantwoordelijkheid aan andere fikkies gegund? Wat doe je met mensen die altijd precies weten dat het vier uur is, tijd om naar huis te gaan?

Positiviteit blijkt in het rondje woordenwolk daarna de meest genoemde term. Ervaringsdeskundige op twee, en verantwoordelijkheid op drie. Gecombineerd met de andere twee rondes ontstaat er zo, op een mooi moment pal voor de lunch, een top zeven: tram, communicatie, betrokkenheid, positiviteit, imago, verantwoordelijkheid en leefbaarheid.

Na de lunch is het zaak dat iedere deelnemer een van deze onderwerpen kiest en zich aansluit bij een van de drie, vier tafels met tien mensen met dat onderwerp. Daar komt de vraag op tafel: wat is jouw droom? Aan een van de tafels Verantwoordelijkheid gaat het daar om De Erker, waar vrijwilligers hun verantwoordelijkheid namen toen bezuinigingen dreigden er het licht definitief uit te doen. Het gaat ook om hoe verantwoordelijkheid iets is voor jezelf, maar wellicht ook voor anderen. “Als we alleen maar verantwoordelijkheid nemen voor ons eigen tuintje, houden we last van het onkruid bij de buren. Misschien moeten we ook verantwoordelijkheid nemen voor het tuintje van de buren.” Mensen aanspreken dus. Enthousiasme delen. Langsgaan als nieuwe mensen zich in jouw straat melden, vriendelijk, maar ook duidelijk, zoals een van de tafelgenoten die stelt de nieuwe buren te zeggen dat zij aan moeten bellen als ze in de oude gehorige huizen geluidsoverlast van haar zouden ervaren - en zelf ook de vrijheid te nemen dit te doen.

Verantwoordelijkheid hoef je niet alleen maar te nemen, die kan je ook geven, zoals het voorbeeld van De Erker duidelijk maakt. Of het voorbeeld van de man die in een nieuwbouwcomplex bij het Stedelijk Gymnasium woont, een imam-met-ICT-bedrijf als buur heeft en samen heeft opgetreden toen in een van de huizen op het blok toch zo'n tien over het algemeen vervelende mensen kwamen te wonen. In één huis. “We zijn met hulp van de wijkagent, de buurtregisseur en anderen afspraken gaan maken over overlast.” Toen die niet werden nagekomen, tot aan vechtpartijen aan toe, is er opgetreden. “Er is duidelijk gemaakt dat de vergunning om te verhuren op het spel stond, en toen zijn alle bewoners uit die flat gegaan en zijn er anderen gekomen.”

Verantwoordelijkheid moet je doen, was de conclusie.

Waarbij de vraag pregnant wordt: hoe ga je om met mensen die geen verantwoordelijkheid 'doen'? Aanspreken, positieve voorbeelden naar voren blijven brengen, bijvoorbeeld via de media, en zelf het voorbeeld blijven geven. “Waarom niet iedere dag één positieve daad doen, en anderen uitnodigen mee te doen?!”

Aan ieder van de groepen de taak hun dromen te vertalen naar 'wat er moet gebeuren'. Wat komen we onderweg tegen, en waar willen we uitkomen? Die vertaling krijgt de vorm van een Prezi-presentatie, waarvoor de vrijwillige tafelsecretarissen geoefend hebben.

En dan loopt de middag een beetje mank. De presentaties moeten via 'the cloud' geplaatst worden en 'draaien'. De deelnemers aan de G1000 wordt gevraagd rond te gaan langs de tientallen tv-schermen waar de presentaties 'lopen', als het goed gaat. Stemmen kan door middel van de eigen badge - als het goed gaat. Ieder mag vier stemmen uitbrengen. Maar dat gaat dus niet vlekkeloos, dusdanig dat wordt afgesproken dat deelnemers met een haperende badge via internet 'na' kunnen stemmen.

Ook ontbreekt de tijd om veel presentaties te zien en is het de makers van de presentaties soms niet gelukt een goeie afspiegeling van het besprokene te maken. Op het scorebord verschijnt gedurende de stemming de stand, maar titels en nummers zeggen betrekkelijk weinig over de inhoud.

Zo 'wint' presentatie 5.4 (die vijf zegt dat het over imago gaat) 'Droom van een uitnodigende entree van een bruisende stad' met zestig stemmen, wordt 5.0 (ook over imago) 'Sdam, stad waar je geweest moet zijn' in de stemming tweede (53 stemmen) en eindigt 3.3 (over betrokkenheid) 'Een beter Schiedam begint bij jezelf' (48 stemmen) op de derde plaats. Voor zo ver de nastemmen daar dus geen verandering in gaan brengen.

De uitnodiging aan de deelnemers is na te denken over de rol die zij voor zichzelf zien weggelegd in het realiseren van de uitgesproken acties. Wordt dus vervolgd.