Geen bezwaar gemaakt tegen prostitutiebeleid

24-06-2019 Nieuws Kor Kegel

De bezwaren tegen een seksinrichting in de Van Vlissingenstraat leidden tot een bijstelling van het beleid

SCHIEDAM – De gemeente heeft geen reacties gekregen op het voornemen om vooraf aan te geven waar bordelen en andere seksinrichtingen niet zijn toegestaan. Tot nu toe werd pas een afweging gemaakt over de wenselijkheid van een bordeel nadat er een aanvraag was binnengekomen, maar nieuw is dat het gemeentebestuur nu van tevoren laat weten waar dat absoluut niet toegestaan wordt.  

Het zogenaamde ‘afwijkingenbeleid seksinrichtingen’ heeft dit voorjaar ter inzage gelegen, maar tijdens die periode zijn vanuit de bevolking en organisaties geen zienswijzen ingediend. Er zijn zelfs helemaal geen reacties binnengekomen. Burgemeester en wethouders hebben dan ook vorige week het nieuwe beleid vastgesteld.  

Het in 2016 vastgestelde gemeentelijke prostitutiebeleid biedt ruimte aan maximaal vijf bordelen. Daarbij worden de risico’s voor veiligheid en openbare orde meegewogen. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van een prostitutiebedrijf vindt per individueel geval plaats. Voor de exploitatie heeft de bordeelhouder twee vergunningen nodig: een exploitatievergunning op grond van de APV en een omgevingsvergunning. Deze laatste vergunning is vereist omdat er in de bestemmingsplannen voor is gekozen om seksinrichtingen niet direct toe te laten, maar door middel van een afwijking van het bestemmingsplan een nadere afwegingsmoment over de geschiktheid van de locatie te hebben.

Besloten is om niet pas een ruimtelijke afweging te maken over de wenselijkheid van een seksinrichting op het moment dat de bordeelhouder een omgevingsvergunning aanvraagt, maar om nu reeds aan te geven waar het niet toegestaan wordt. Daar zijn criteria voor, bijvoorbeeld niet in de nabijheid van scholen of religieuze gebouwen. 
Specifiek: niet binnen de tweehonderd meter van scholen, religieuze instellingen, kinderdagverblijven, blijf-van-mijn-lijfhuizen en opvangcentra. Ook niet binnen de tweehonderd meter van de hoofdingangen van sportparken, begraafplaatsen en ziekenhuizen. En ook niet in winkelcentra. Daar mogen geen seksinrichtingen komen.

Het voornaamste uitgangspunt is een voldoende afstand tussen een seksinrichting en gevoelige functies zoals scholen, kinderdagverblijven, religieuze instellingen en gebouwen met vrouwenopvang. “Het is onwenselijk om gelet op de aard van deze functies de bezoekers en gebruikers daarvan te confronteren met een seksinrichting in de directe nabijheid”, vindt het college. Er wordt een minimale afstand van tweehonderd meter aangehouden, een zelfde afstand als in het Schiedamse coffeeshopbeleid. 
“Voor sportparken, begraafplaatsen en ziekenhuizen geldt om dezelfde redenen dat het onwenselijk is dat deze in de directe nabijheid van een seksinrichting zijn gelegen. Om deze reden geldt ook voor deze functies een afstand van tweehonderd meter gemeten vanaf de (hoofd)entree. Omdat bezoekers alleen gebruik maken van de entree, geldt voor de rest van de terreinen een beperkte afstandsmaat van vijftig meter, om direct zicht op een seksinrichting te voorkomen.”   

“Het aanzicht van de stad wordt mede bepaald door de winkelcentra, waar veel bewoners en bezoekers samenkomen. De vestiging van een seksinrichting wordt als niet passend bij de uitstraling van de winkelcentra beschouwd”, aldus het college. “Om deze reden is het in de eerste plaats niet wenselijk om een seksinrichting te vestigen in het winkelgebied van de binnenstad. Dit betreft de historische kern van Schiedam, begrensd door de Lange Haven, Broersvest en de Schie. Hiertoe wordt tevens het Stationsplein gerekend, als (hoofd)entree voor bezoekers van de stad.” 
Ook voor de wijkwinkelcentra Hof van Spaland, Mgr. Nolenslaan, Groenelaan, Laan van Bol’es en Malmö geldt dat het niet wenselijk is dat daar een seksinrichting wordt gevestigd, omdat dit afbreuk kan doen aan de uitstraling en het functioneren van deze winkelcentra. 

Voorts vindt het college van B & W dat delen van Schiedam-Oost, Nieuwland en Groenoord ontzien moeten worden. In die wijken gelden bijzondere maatregelen om de leefbaarheid en woonkwaliteit te verbeteren (met behulp van de Rotterdamwet) en daar zijn seksinrichtingen ongewenst. 
Voor alle overige gebieden geldt dat vestiging van een seksinrichting in beginsel mogelijk is. In dergelijke situatie zal altijd nog een nadere individuele afweging plaatsvinden.