Sjaak en Bella, de pratende koolmezen

10-05-2020 Wonen André van Leijen

Sjaak en Bella; foto: Vogelbescherming


COLUMN - Nog steeds zijn Sjaak en Bella, de pratende koolmezen, op zoek naar een plek om hun nestje te bouwen. Afgelopen tijd hadden ze weinig geluk. Sjaak dacht een mooi nestkastje gevonden te hebben, maar het vlieggat was te klein. Alleen geschikt voor pimpelmezen. Ze zijn neergestreken op een geel bord met zwarte letters, ergens in Vijfsluizen. ‘Houd 1,5 meter afstand’, staat op het bord, ‘Corona’. Maar dat geldt niet voor koolmezen. Sjaak en Bella zitten dicht tegen elkaar aan.

Ze zwijgen. Zelfs de anders zo spraakzame Sjaak weet even niets te zeggen. Het is een vertrouwd plekje, maar ineens herkennen ze het niet meer.
“Zeg Bella…”, begint Sjaak.
Bella knikt. “Ik weet het, Sjaak.”
“Hier stond vroeger toch… of ben ik nou gek?”

Er rolt een traan over de snavel van Bella.
Sjaak trekt zijn stropdas recht, wipt even met zijn staart en zegt: “Tis niet te geloven, krijg nou toch allemaal de vogelgriep…hier stond een prachtige fucksia.”
“Denk om je woorden, Sjaak, als meneer en mevrouw Irado je horen. Trouwens het was geen fuchsia, maar een forsythia. Hij stond prachtige mooi in bloei, weet je nog? Allemaal mooie goudgele bloemetjes.”
“Weg, helemaal weg.” Sjaak slaat een vleugel voor zijn ogen. “Ik kan wel janken.”

“Het moest Sjaak, meneer en mevrouw Irado konden anders niet meer bij de sloot. En die moet een keer in de zo veel tijd uitgebaggerd worden.”
“Het is maar goed dat we hier geen nestje gebouwd hebben, anders hadden we mooi de pineut geweest.”
Bella veegt met haar vleugel een traan van haar snavel. “Dat wel, maar er waren heel wat vogels die gevlucht zijn. Het was zo’n klere herrie, toen ze die struiken omzaagden. Volgens mij zijn die ransuilen er ook vandoor.”

“Ze hadden toch wel even kunnen wachten totdat die fucksia uitgebloeid was”, zegt Sjaak.
“Forsythia Sjaak. Denk om je woorden. Het moest, Sjaak. Je weet het toch. Meneer en mevrouw Irado houden van schoon.”
“Schoon? Hoe bedoel je? Moet je kijken wat een klerezooi ze hebben achtergelaten. Allemaal losliggende takken.”
“Ja Sjaak, nou moet je niet vervelend worden. Daar kunnen meneer en mevrouw Irado zich niet mee bezighouden. Daar heb je de vuilophaaldienst voor. Ik ga.” En ze vliegt weg over de spoorlijn.
Sjaak kijkt nog een keer om naar de plek waar eens de forsythia stond, laat een flinke poep op het Coronabord vallen en vliegt Bella achterna.


(Zie ook dit eerdere avontuur van Bella en Sjaak.)













Gerelateerd