Schiedam was achteloos met eigendom Joodse inwoners

01-02-2022 Nieuws Redactie


SCHIEDAM - De gemeente Schiedam heeft de Duitse bezetter tussen 1940 en 1945 'geen strobreed in de weggelegd' bij het onteigenen van Joodse eigendommen. Dat is de conclusie van een onderzoekster van het Gemeentearchief.

Bij huurders is er zelfs sprake van actieve medewerking door de gemeente 'en van enkele verzoeken om woonruimten aan andere Schiedammers beschikbaar te stellen'.

Merel Blok van het Schiedamse archief onderzocht de 'ontrechting' van Joodse huiseigenaren en huurders in de oorlog. Zij deed dit in opdracht van het Schiedamse college; na publicaties van het onderzoeksplatform Pointer in 2020 hebben meer dan vijftig Nederlandse gemeenten onderzocht hoe men is omgegaan met onteigend Joods vastgoed in en na de Tweede Wereldoorlog. De centrale vraag van het onderzoek was: hoe is omgegaan met Joods onroerend goed door de gemeente, tijdens en na de oorlog? 

Wethouder Duncan Ruseler gaat het Gemeentearchief Schiedam opdracht om dit voor Schiedam te onderzoeken en kon vandaag het rapport 'Een woning, hetzij een Joodsche of een gewoone - De houding van de gemeente Schiedam tegenover Joodse huiseigenaren en huurders, 1940-1955' aanbieden aan de raadsleden Annebeth Wilton, Robert Berns en John van Sliedregt.

Uit het rapport blijkt dat in Schiedam achttien eigenaren hun woning zijn kwijtgeraakt door toedoen van de gemeente. "Twaalf personen zijn omgekomen, zes overleefden de oorlog. Het aantal verkopen bedroeg 25, het aantal percelen 73."

De uitkomsten van dit onderzoek geeft weinig reden tot trots, zo constateert Blok. Er is volgens haar achteloos omgegaan met de eigendommen die weggevoerde Joodse Schiedammers achterlieten. Er is geen bewijs gevonden dat de gemeente belastingen heeft opgelegd aan eigenaren bij hun terugkomst, noch dat de gemeente actief panden heeft opgekocht en doorverkocht. Op het vlak van verhuurders lijkt er in ieder geval actieve bemoeienis te zijn geweest op het gebied van woningtoewijzing.

Het is de trieste uitkomst van een onderzoek dat misschien geen bewijs van feitelijk fout handelen met Joods onroerend goed heeft opgeleverd, maar waar wel onachtzaamheid uit spreekt van omgang met mede-Schiedammers.”

Ook al is er veel werk verricht, het onderzoek is nog niet klaar. Een belangrijke bron van informatie, de notariële akten uit de periode 1940-1945, is nog niet beschikbaar voor onderzoek. Inzage zou meer inzicht kunnen bieden in het systeem van tussenverkopen en de netwerken van handelaren in geroofd onroerend goed. Ook zijn er archiefstukken vernietigd, waarvan de wettelijke bewaartermijn was verstreken. Daardoor is niet met zekerheid te zeggen of de gemeente eventuele naheffingen of boetes heeft opgelegd voor het niet betalen van gemeentelijke belastingen aan teruggekeerde Joodse eigenaren of hun nabestaanden.


Gerelateerd