Veel informatie ontbreekt over gevolgen bredere A4

04-08-2020 Nieuws Kor Kegel

Het effect van verbreding van de A4 op bijvoorbeeld de Ketheltunnel is in het MER niet duidelijk, zelfs ondoorgrondelijk

SCHIEDAM – De commissie voor de milieu-effectrapportage (m.e.r.) vindt dat minister Cora van Nieuwenhuizen nog geen tracébesluit kan nemen over de verbreding van de A4 tussen Leidschendam-Voorburg en de Ketheltunnel in Schiedam.

Het milieueffectrapport (MER) bevat op veel punten te weinig informatie over de gevolgen van een bredere A4. De commissie, die de MER toetst en ter onderscheid voor zichzelf de afkorting m.e.r. hanteert, vindt dat er meer informatie nodig is over de effecten op de geluidsproductie, de luchtkwaliteit en de natuur. Ook zou eerst nog onderzocht moeten worden hoe de verkeersontwikkelingen zich verhouden tot het beleid om tot duurzame mobiliteit te komen.  

Het advies van de commissie is geen reactie op de eerder ingediende zienswijzen over het project A4 Haaglanden-N14, maar kent wel een aantal overeenkomsten met enkele zienswijzen. De gemeente Schiedam zal zich in haar zorgen over een verkeersinfarct bij het Kethelplein bevestigd zien in het m.e.r.-advies.  

De commissie concludeert dat het MER duidelijk weergeeft welke onderzoeken en besluiten voorafgingen aan het ontwerptracébesluit. Het MER is omvangrijk en geeft op veel onderdelen toegankelijke informatie, vindt de commissie. Maar waar er informatie ontbreekt, is aanvulling noodzakelijk om zo het milieubelang volwaardig mee te wegen in het tracébesluit.  

De commissie m.e.r. is een onafhankelijke stichting die adviseert over de inhoud en de kwaliteit van milieueffectrapporten. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de commissie gevraagd de inhoud van het milieurapport voor het project A4 Haaglanden-N14 te beoordelen. Dit advies kan zij meenemen in het tracébesluit. Wat er nu gaat gebeuren, is dat de projectorganisatie het m.e.r.-advies bestudeert en met een Nota van Antwoord komt. Die nota zal een bijlage zij  bij het tracébesluit van de minister en dat besluit wordt rond 1 april volgend jaar verwacht.  

De commissie adviseert om het MER aan te vullen met gegevens over de relatie tussen de wegverbreding en de regionale inzet op duurzame mobiliteit, zowel van het Rijk en de provincie Zuid-Holland als van de gemeenten. Hierbij moet zowel gekeken worden naar een laag groeiscenario van het verkeer als naar een hoog groeiscenario. Daarbij vindt de commissie het noodzakelijk dat de verkeersintensiteit door de jaren heen duidelijker moet worden, want dat wordt niet consequent en inzichtelijk in het MER aangegeven. Het door elkaar heen gebruiken van verkeersstudies en autonome ontwikkeling maakt het niet helder hoe bij de daadwerkelijke verkeersontwikkelingen de geluidsproductieplafonds zijn opgevuld en wat er nu nog mogelijk zou zijn een geluidstoename. Voor de lezer is de info in het MER hierdoor ondoorgrondelijk, zegt de commissie.  

De commissie vindt het voorts nodig dat – voorafgaand aan besluitvorming – de effecten worden getoond op de luchtkwaliteit, rekening houdend met de streefwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Ook moet duidelijk zijn welke effecten de verbreding van de A4, de bouw van ongelijkvloerse verbindingen en de bredere weg zelf op de weidevogels in onder andere Midden-Delfland zullen hebben. De aanwezigheid van broedparen van weidevogels is in het MER niet beschreven, ofschoon dat van belang is om de daadwerkelijke effecten op deze dieren te beoordelen.  

Ook moet ondubbelzinnig worden aangetoond dat de verbreding uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Het MER gaat al uit van negatieve effecten op de natuur, alleen al door het toenemende ruimtegebruik voor de A4. Een lichte negatieve score is er voor waterkwaliteit, klimaatadaptatie, sociale veiligheid en verandering van het landschap.  

De verbreding van de A4 veroorzaakt een beperkte toename van stikstof op natuurgebieden waar nu al meer stikstof terecht komt dan goed is voor de natuur, zegt de commissie. En over de verkeersveiligheid wordt gesteld dat niet alle mogelijke maatregelen zijn overgenomen. “Omdat het drukker wordt op het desbetreffende deel van de A4, verslechtert de situatie per saldo”, zegt de commissie. Ze ziet daarmee dat het project in de huidige vorm niet bijdraagt aan de recent geformuleerde hogere rijksdoelen om in 2050 nul verkeersdoden te hebben. De commissie beveelt daarom aan om deze rijksdoelen bij de besluitvorming te betrekken.