Schiedamse vrouwen stemmen honderd jaar

23-05-2019 Nieuws Redactie

Demonstratie voor vrouwenkiesrecht Den Haag, 1916; collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam - de foto op de homepage: affiche Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht 1918, ontwerp Theo Molkenboer


SCHIEDAM – Honderd jaar geleden werden in Schiedam de eerste vrouwen in de gemeenteraad gekozen. Daar gingen jaren aan politieke strijd aan vooraf, die bij nadere beschouwing toch ook veel opportunisme in zich had.

Historica Ingrid van de Vlis schreef er een artikel over, te vinden in het Historisch Jaarboek Schiedam 2018. De titel van dat stuk – 'Het is onmogelijk dat de belangen van arbeidsters en dames samengaan' – zegt eigenlijk alles. Bij gelegenheid van verkiezingsdag blikt Schiedam24 terug.

Niet alleen vrouwen moesten eind negentiende eeuw in Nederland knokken om serieus genomen te worden. Dat gold ook voor arbeiders. Sinds de nieuwe grondwet van 1848 mochten Nederlanders van 23 jaar en ouder stemmen, mits zij een bepaald bedrag aan belasting betaalden, het zogenaamde censuskiesrecht. Als Aletta Jacobs, die als arts goed verdient, zich besluit aan te melden voor de Amsterdamse gemeenteraad, blijkt pas hoezeer met 'Nederlanders' mannen werden bedoeld. In 1887 is er een grondwetswijziging, en daarin staat expliciet dat slechts 'mannelijke ingezetenen' stemrecht hebben.

Maar zowel de socialisten als de liberalen denken baat te hebben bij uitbreiding van het kiesrecht, en doen hun best om alle mannen stemrecht te geven. Voor vrouwenstemrecht pleiten maar weinigen. Zoals Wilhelmina Drucker, die de Vrije Vrouwen Vereeniging opricht, in 1889. Vijf jaar later volgt de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VvV), als een gematigder tegenhanger.

Schiedam maakt in de daaropvolgende jaren kennis met deze nieuwe groeperingen. Net als met de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). In 1902 informeert het bestuur van de Rotterdamse afdeling van de VvV of een aldaar gehouden lezing ook iets voor Schiedam zou zijn. De lezing wordt gehouden in het Volkshuis van M.C.M. de Groot; er melden zich vier nieuwe leden voor de VvV aan. Vier andere vrouwen overwegen een lidmaatschap als dat goedkoper wordt. Vijf jaar later, in 1907, is er een propaganda-avond. 25 Dames en vier heren 'en een verdwaalde arbeider' waren van de partij, opnieuw melden zich vier nieuwe leden aan. “De organisatie leeft nog niet echt in Schiedam”, concludeert Van der Vlis.

Een groep dames van de Vereeniging vindt deze te activistisch en splitst zich af, in 1907. In 1908 is het congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in Amsterdam en dat zet de zaak in de belangstelling. Met in 1909 een 'eigen' Schiedamse afdeling voor de Vereeniging als resultaat. Vlaardingen was Schiedam een jaar voor, Delft volgt een jaar later. In 1912 sluiten de dames van de afdeling Vlaardingen zich bij Schiedam aan, om de krachten te kunnen bundelen. “Nog steeds schuift nog maar een handjevol toehoorders aan”, bij de regelmatige bijeenkomsten, aldus Van der Vlis.

Ondertussen is er van samenwerking tussen arbeiders en feministen geen sprake meer; eerder is het concurrentie 'wie als eerste kiesrechtverruiming weet te bewerkstelligen'. Het verwijt is dat 'dameskiesrecht' de proletarische zaak geen goed doet, omdat dan ook alle confessionele vrouwen zullen gaan stemmen. Anderzijds wordt ook gesteld, door de voorzitter van de Mannenbond voor Vrouwenkiesrecht bijvoorbeeld, dat 'stemrecht voor goed opgeleide dames toch iets anders is dan stemrecht voor het grauw'.

De avondjes die de VvV organiseert blijven slecht bezocht. De landelijke optochten en manifestaties trekken meer Schiedamse deelname. In 1914 start de VvV een volkspetitionnement 'voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw'. Dames gaan in Schiedam de straat op om handtekeningen te verzamelen.

Uiteindelijk is het de schoolstrijd die de vrouwenzaak verder helpt. Om de 'pacificatie', het met name financieel gelijkstellen van het openbaar en bijzonder onderwijs te realiseren, komt er ook van de confessionele partijen steun voor de grondwetswijziging van 1917 die voor mannen algemeen stemrecht regelt en voor vrouwen passief kiesrecht. Maar twee jaar later, in een nieuwe Tweede Kamer, zijn de verhoudingen veranderd en is er brede steun voor een wet die ook actief kiesrecht voor vrouwen regelt. De confessionele partijen stemmen mee, want met de woelige situatie in de wereld (de revolutie in Rusland die ook elders dreigt) zien zij voordeel van de stem van vrouwen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1919 mogen vrouwen nog niet meestemmen. Vier Schiedamse vrouwen staan op de lijsten. M. Hingman-Dobberke, presidente van de VvV, bij de Vrijzinnig-Democratische Bond, H.L. Goemans-Geertsema Beckeringh bij een liberale partij, Stien Nolet-Kreijns bij de katholieken van de RKSP en Elisabeth Koeten-Ooms bij de SDAP. De laatste krijgt van de vier de meeste stemmen: negentien. Er waren 7103 Schiedammers die naar de stembus kwamen. Toch is het voldoende voor een raadszetel, net als voor Stien Nolet-Kreijns. Zij zijn twee van de 88 vrouwen die als eersten in Nederland een zetel in de gemeenteraad krijgen.

Als de vrouwen aan het werk gaan in de raad is het daar volgens Van der Vlis al gauw weer als vanouds. De eigen politieke stellingen die leiden tot de verzuiling, worden snel betrokken. Van der Vlis in haar artikel: “De in de Delftse gemeenteraad gekozen Toos Post bezoekt de vrouwen van de R.K. Vrouwenbond van Schiedam. Zij deelt een sneer uit aan de socialisten die het vrouwenkiesrecht meteen lieten vallen toen zij vermoedden dat het de rechtse partijen in de kaart zou spelen. Nu iedereen mag meestemmen, is waakzaamheid geboden: 'Naast de hulp van God zal de hulp der vrouw noodig zijn, om het socialistisch gevaar blijvend te keeren', aldus Post. De socialisten krijgen zodoende gelijk, arbeidsters en dames vormen geen goed huwelijk. Nu het vrouwenkiesrecht een feit is, zijn zij weer politieke vijanden.”

Met dank aan Ingrid van der Vlis.

Het Historisch Jaarboek Schiedam 2018 is verkrijgbaar bij Stadsarchief Schiedam.

Gerelateerd