Ik zal Van Noordennen en Bijtenhoorn 'n verhaal vertellen

06-11-2022 Uit Han van der Horst


COLUMN - Het Sterretje is terug. Dat wil zeggen: de roemruchte Schiedamse horecaheer Ruud van Noordennen heeft met zijn compagnon Ton Bijtenhoorn in het historische pand op de hoek van Rotterdamsedijk en Buitenhavenweg De Markies geopend. Ik had de oude naam gehandhaafd maar dat komt misschien omdat ik geen horecaheer ben maar een nostalgische oude man met uitsluitend ervaring aan de andere kant van de toog. Die is wel ruim, mag ik zeggen. 

Het zal nu zo drie-, vierenvijftig jaar geleden zijn dat ik voor het eerst Het Sterretje betrad. Ik was een jaar of negentien en wilde horen bij de avant garde van Schiedam. Kunstenaars en jongeren die wel wat met Provo hadden, voelden zich thuis in het afgetrapte interieur. Bij hen voegden zich veel Rotterdammers, bijvoorbeeld uit de hoek van de reclamebureaus. Eten kon je in het Sterretje nog niet. Het was een drankhol met kort aangebonden bediening. Legendarisch was de kreet: ¨Laatste ronde. Politie te paard. Tieft allemaal naar een krokettent¨.

Toen ik begon stamgast te worden, waren de legendarische jaren al voorbij. Er begon een beetje de klad in te komen. Ik kreeg de indruk dat de kelners er zelf ook niet helemaal meer in geloofden. Zo rond 1970 kreeg Het Sterretje een nieuwe eigenaar. Ik had toen in Amsterdam een studentenflat betrokken zodat deze wisseling van de wacht aan mij voorbij was gegaan. 

Nu zal ik Van Noordennen en Bijtenhoorn eens een verhaal vertellen. Tijdens een weekend bij mijn ouders op de Van Limburg Stirumstraat, bedacht ik mij dat ik al lang niet meer in Het Sterretje was geweest. Ik liep naar de Buitenhavenweg en trok de deur open. Daar zag ik niets dan een gapend gat.¨We zijn nog aan het verbouwen¨, zei de nieuwe eigenaar. ¨Met die ouwe zooi konden we niet doorgaan. Ik heb nog geluk gehad. De man van Heineken wilde het allemaal gratis meenemen."

Dat was het oorspronkelijke interieur uit 1859 toen Café Hoek (de naam staat nog bovenin de gevel) werd geopend, mede met het oog op de passagiers van de koetsen naar Rotterdam en Vlaardingen. Dat wil zeggen: de koets naar Vlaardingen ging tot aan de Vijfsluizen want daar was een tol die alleen voetgangers gratis mochten passeren. De passagiers stapten dan uit en vonden aan de andere kant een Vlaardingse koets om de reis voort te zetten.

Zulke postkoetsen voor de korte afstand waren naar verhouding duur. Café Hoek mikte dan ook op het betere publiek, dat niet van plan was in regen en kou op vervoer te wachten.

Naarmate er meer sleet kwam in het meubilair, werd het café volkser. In de jaren dertig is het een tijd lang de opslag geweest van een groothandel in spiritualiën, die 'De Ster' heette. Vandaar de naam, die dus helemaal niet zo origineel en historisch is als veel Schiedammers denken.

Ruud van Noordennen en Ron Bijtenboom lezen waarschijnlijk met spijt in het hart hoe die onzaakkundige voorganger van hen het antieke interieur zomaar voor niks aan een handige vertegenwoordiger weggaf. Wat hij ervoor in de plaats bracht was trouwens afschuwelijk: een houten toog met boerderijaccenten. Dat maakte in de jaren tachtig van de vorige eeuw gelukkig plaats voor een nieuw interieur dat duidelijk was geïnspireerd op de oorspronkelijke inrichting zodat iets van de oude sfeer terugkeerde. De Ster kwam opnieuw tot een zekere bloei maar het was wel een ballentent geworden. 

We moeten er maar eens gauw gaan kijken. Wie weet wordt er dan toch aan de legende een prachtig nieuw hoofdstuk toegevoegd.



Gerelateerd